Merk je een trend? Klagen over kwaliteit afgestudeerden. Hoe zit het met de kwaliteitscontrole?

Vanmorgen in het nieuws, klagen over de kwaliteit van pas afgestudeerde verplegers en verpleegsters. Ze maken te veel fouten en ze hebben niet genoeg talenkennis. Dat laatste, gebrekkige talenkennis, komt ook terug bij een onderzoek over pas startende leerkrachten in De Standaard, alhoewel daar de klacht vooral gaat over de talenkennis na afstuderen in het secundair onderwijs.

Ik zou hier nu veel over kunnen schrijven (alle mogelijke verklaringen verkrijgbaar op aanvraag), maar ik wil (voor alle duidelijkheid in persoonlijke naam) even stilstaan bij kwaliteitscontrole. Want ofwel is de perceptie fout ofwel gaat er iets mis met de kwaliteitscontrole.

Er wordt namelijk heel veel gecontroleerd in het onderwijs. Leerkrachten (over)testen de leerlingen, 1 op 6 jaar van het secundair onderwijs gaat naar evalueren. Goede leerkrachten vragen hun leerlingen hen te beoordelen, informatie die het eigen handelen kan bijsturen, maar ook handig is voor in het POP, het persoonlijke ontwikkelingsplan die ze in goede scholen bijhouden om in het functioneringsgesprek te kunnen bespreken.

Scholen controleren hun leerkrachten aan de hand van heel veel documenten allerlei. Visitatiecommissies komen vervolgens langs om de scholen te controleren. Iedereen die ooit meewerkte aan een ZER, een ‘zelfevaluatierapport’, weet hoe ontzettend veel werk er in kruipt. Al deze controles gaan gepaard met heel veel stress. Stress door de werkdruk, de papieren planlast,… Stress door de zenuwen over hoe men gaat beoordeeld worden.

En toch lijkt het fout te gaan? In Nederland moest men onderkennen dat onder andere bij InHolland (en men vergeet te vaak de andere hogescholen) de kwaliteit van bepaalde opleidingen ondermaats was. Nochtans waren deze vaak in eerste instantie zonder problemen door de kwaliteitscontroles gekomen. In de berichten die de aanzet was tot dit stuk klagen de afnemers van studenten. Nochtans scoren de meeste opleidingen in Vlaanderen goed tot zeer goed.

Waar gaat het dan fout? Veel evaluatie geeft volgens mij te vaak een papieren werkelijkheid weer. Ik hoor vaak lesgevers mopperen dat ze hun eigen school of opleiding niet herkennen in de rapporten die verschijnen, die ze nota bene soms zelf neerpenden. In de beste van alle werelden schrijft de leerling eerlijk op in zijn zelfreflectie waar hij of zij zwak scoort. De slimme student schrijft echter vaak die fouten op waarvan hij of zij vermoedt dat de docent deze ook wel zal vinden. En best net genoeg fouten noteren om eerlijk te lijken, maar zeker niet te veel om slecht beoordeeld te worden. De docent moet vervolgens zoveel verslagen lezen, dat het schier onmogelijk is om de nodige, euh, controles te doen. Vervang in deze paragraaf student door lesgever en docent door directie. Vervang daarna lesgever door school en directie door visitatie.

Het is een menselijk gegeven, niemand gaat graag af.  Tegelijk is het zonde, want wat meten we dan echt?

Een gedachte over “Merk je een trend? Klagen over kwaliteit afgestudeerden. Hoe zit het met de kwaliteitscontrole?

  1. Kwaliteitscontrole is een zaak…en zoals je terecht aangeeft, schort daar wel iets. Als ik door de regels lees, en als een ‘vrouw’ denk, dan durf ik zelfs stellen: vroeger zonder de kwaliteitscontrole was het allemaal beter…

    Het is inderdaad makkelijk om een zaag te spannen over de kwaliteit van onze afgestudeerden, studenten en leerlingen. Tijden veranderen, de jeugd is tegenwoordig -zoals je het zo goed beschreven hebt- het onderwijs en zeker de kwaliteitsbewaking loopt niet altijd mee in deze trend. Hokjesmentaliteit en vakdenken zijn imperatief verbonden met het onderwijs, waardoor aanpassen moeilijk is (en dus trager gaat).

    Daarnaast pleit ik er enorm hard voor binnen mijn opleiding om het niveau te handhaven, en niet toe te geven aan de druk van de gemeenschap om tegemoet te komen aan het spreekwoordelijke recht om een diploma te halen. Dit wordt door velen ervaren als ik heb recht op het diploma! Studenten, en zeker ook leerlingen kennen het begrip falen niet meer, dat lijkt wel een taboe geworden…terwijl je net veel kan leren van vallen en opstaan. Deze manier van werken zorgt er ook voor dat je iets beter onder de knie hebt….en dus een betere kwaliteit kan nastreven!

    Wat het hoger onderwijs betreft, en dus ook de uitstroomkwaliteit daarvan, lijkt mij het instroomverhaal even relevant. Iedereen mag beginnen, en vindt het tegenwoordig ook maar normaal om te beginnen, maar een groot deel zonder echte slaagkansen. Dat is jammer, want de schaarse middelen die er zijn worden dus niet efficient aangewend….als ik voor mijn eigen opleiding de cijfers analyseer (jaar na jaar) stel ik vast dat er steeds 20% studenten zitten, die geen slaagkansen hebben, maar wel middelen vragen! Als ik deze middelen kan inzetten op de studenten die slaagkansen hebben, dan gaat de kwaliteit mijn inziens ook stijgen….
    Een goede afstemming secundair,, hbo 4,5 en bachelors is dus evenzeer enorm belangrijk, zonder het spreekwoordelijke recht op opleiding en diploma te ontzeggen….
    [antwoord uit eigen naam en naar eigen mening]

Geef een reactie