Ik weet niet wat goed onderwijs is, maar ik geloof in leerkrachten deel 2: Geen gezag, maar ontzag

Vorige week schreef ik een post die uiteindelijk zeer veel gelezen werd. Ik was een beetje verrast, want ik deelde gewoon mijn eigen twijfels mee over wat goed onderwijs is.
Binnenkort moet ik op een event spreken waar 10 denkers hun visie op excellent onderwijs geven. Het wordt dus steeds belangrijker dat ik zou weten wat goed onderwijs zou moeten zijn. Ik weet het ironisch genoeg steeds minder. Ik geloof wel ook steeds meer in leerkrachten.

Vooral in Nederland wordt er momenteel gesproken over een gezagscrisis bij het onderwijzend personeel. Jongeren en vooral ouders kijken niet meer op naar de leraar. Het is raar, omdat uit onderzoeken tegelijk blijkt dat het net nog steeds een beroepsgroep is die zeer hoog scoort op de vertrouwensbarometer.

Ik ben deze maanden druk bezig met het afwerken van een eerste kladversie van mijn PHD. In het onderzoek dat ik samen met Tom Vermeylen deed, geven jongeren weer welke criteria ze zelf hanteren om een leerkracht al dan niet als authentiek te zien. Onderhuids geven de respondenten zelf aan wat voor hen een goede leerkracht is, in feite zelfs wat goed onderwijs is. Wat blijkt voor hen belangrijk:

  • vakkennis: leerlingen willen een leerkracht die weet waar hij over spreekt én dit kan vertalen op een manier dat zij het kunnen begrijpen. Het is opvallend hoe zowel in de beroepsrichtingen, als eerder technische of algemene richtingen de leerlingen duidelijk maken dat ze iets willen bijleren. Als ze het hebben over klasmanagement (omdat wij er naar vraagden), dan blijkt dat ze dit vooral zien in functie van… iets willen bijleren. Het is niet simpel om op te letten als de boel op stelten staat.
  • passie: leerlingen willen leerkrachten die zich niet kunnen houden aan het handboek of aan het leerplan maar die op het moment dat ik dit schrijf (23u) druk in de weer zijn om nog net dat ene stuk actualiteit in hun les te stoppen zodat ze morgen hun leerlingen nog iets extra kunnen geven.
  • uniciteit: de leerlingen willen geen leerkrachten die hun lesje aframmelen, die het grapje al lang in de kantlijn staan hebben zodat ze het kunnen opdreunen als ze aan die alinea gekomen zijn. Nee, ze weten dat ze zelf allemaal uniek zijn, en daarom kan en mag de leerkracht niet een one-fits-all les geven.
  • afstand: een leerkracht is geen vriend. Niet in de les, niet op Facebook. Het waren leerlingen tussen 15 en 19 die we bevroegen, maar zij zien liever afstand tussen hen en de leerkracht. Een scoutsleider, dat is een vriend. Een sportcoach? Dan hangt het er van af van wat de sportende jongere als doel heeft.

Uit ander onderzoek blijkt jongeren vertrouwen hebben in een leerkracht die ze als authentiek zien. Vertrouwen heeft een grote invloed op leren. Een dergelijke leerkracht is niet autoritair, maar wordt gezien als een autoriteit.

Mei vorig jaar werd er in Amsterdam een congres georganiseerd door en voor jongeren onder de titel: ‘Het Nieuwe Gezag‘. Waar veel mensen vooral het woord gezag opmerkten, zagen er minder het cruciale adjectief: nieuw.

Het gezag gebaseerd op macht komt nooit meer terug in de klas. Onze ouders vochten er tegen (en blijven dit soms nog steeds te veel doen als het over hun eigen kind gaat op school), en nee, jongeren willen dit niet meer terug.

Ik zou het liever hebben over ‘ontzag‘ dan over gezag. Want het nieuwe gezag waar jongeren voor pleiten is gebaseerd op het kunnen, kennen en zijn van de leerkracht, werkgever of politiek leider. Ze bewonderen iemand die iets meer weet dan hen. Die een antwoord kan geven op de waarom-vragen van ‘Generation Why’. Of nog beter, die hen kan helpen om zelf een eigen antwoord te vinden.

Een goede leerkracht of een echte leraar, en zo zijn er heel veel, steekt zich beter niet weg. Die moet weten wat hij of zij weet en kan, en is ook zeker zijn wat hij of zij niet kan of niet weet.

Het is een leerkracht die trots is op het eerste en die niet beschaamd is om het tweede toe te geven.

En ja, in die leerkrachten geloof ik met heel veel ontzag.

P.S.: en dan is het niet zo belangrijk of je U of je zegt.

4 gedachten over “Ik weet niet wat goed onderwijs is, maar ik geloof in leerkrachten deel 2: Geen gezag, maar ontzag

  1. Ik sta zelf in het onderwijs bij de hele groten, mijn vrouw bij de allerkleinste, dus ik wil me graag bij je laatste twee alinea’s aansluiten. Toch een pessimistische kanttekening van mijn kant…
    De markt van het onderwijs dicteert ook voor een groot deel de instroom in het onderwijzend korps. Dat wil zeggen dat de toename aan hogere studies meer en meer druk zet op het niveau van het lerarenkorps en dat daar dus op termijn de spoeling echt dun kan worden. Daar waar vroeger de “normaalschool” e.d. nog voor de betere scholier een optie was, lijken die opleidingen nu meer en meer te recruteren uit andere doelgroepen. Het kan niet anders dan dat dit op termijn enorme druk zal zetten op de door jou voorgestelde ontzagsrelatie. Net zoals gezag moet je ontzag ook op de een of andere manier “afdwingen” maar ik zie dat de toekomstige gemiddelde leerkracht minder goed doen dan de leerkrachten uit mijn eigen schooltijd. Als dit waar is, dan zou het ook voor een opmerkelijke verschuiving in het klasmanagement zorgen: dan zijn het niet meer de “moeilijke” leerlingen die een gezagsprobleem hebben, maar de slimme leerlingen die een ontzagsprobleem hebben.

    • Heb je zeker een punt, anderzijds is het zo dat ontzag vooral komt door de passie. Vakkennis betekent niet dat het een super-expert moet zijn, maar vooral iemand die het kan overbrengen. In een BSO of MBO school hebben leerlingen ook ontzag voor de vakleerkracht waarvan ze voelen dat hij of zijn goed is in zijn job en waarvan ze vinden dat hij hen iets bijbrengt.
      Het fenomeen van slimme leerlingen die ontzagsproblemen hebben, heb ik zelf ook al vastgesteld. Soms heb ik zelf wel het gevoel (zelf geen data voorhanden dus) dat het ook te maken kan hebben met hoe er algemeen naar onderwijsmensen gekeken wordt door de maatschappij.

  2. Pingback: Blogpost 4000: technologie in de klas en motivatie « X, Y of Einstein? – De Jeugd Is Tegenwoordig

Geef een reactie