Gisteren was ik een van de gelukkigen die en studie- en discussienamiddagmocht meemaken rond authentiek leiderschap. Nog voor ik maar kon denken dat ik er best een verslagje over zou schrijven, was Koen Marichal me al voor. Ik mag hier van hem zijn blogpost overnemen als gastblog:
Gisteren verzamelden meer dan 90 academici, CEO’s en vertegenwoordigers van verschillende organisaties zich in kasteel Diepensteyn voor reflectie en actie over authentiek leiderschap. Op zich is het al betekenisvol dat dit oorspronkelijk informeel en kleinschalig opgezet initiatief vanuit de reflectiegroep Alive, zo snel uitgroeide tot een hoogwaardig event met bijzonder diverse stakeholders. Een jaar geleden was dit niet mogelijk geweest. Het pleidooi voor oprechtheid, integriteit, geloofwaardigheid krijgt meer en meer wind in de zeilen. Cynisme en gelatenheid wijken.
Weinig aanwezigen twijfelden aan de grondoorzaken voor de luide roep om authenticiteit. “We maken het einde mee van de roofbouwcivilisatie”, sprak Jan Troye, gastheer van het evenement. Hij maakte de obligate link met de indignados en de arabische lente. Luc Sels, professor KULeuven maakte de al even obligate verwijzing naar de corporate en accounting schandalen. Later op de namiddag verwees Mieke Vanhecke naar het zo dominante “nuttigheidsdenken”.
Al even weinig deelnemers twijfelden eraan dat authenticiteit het juiste antwoord is voor de problemen van deze wereld. Tony Simons (Cornell University) maakte een vurig pleidooi voor gedragsintegriteit: “carve out your values and live by them.” Zijn onderzoek toont aan dat integriteit opbrengt. Het instrumentele in zijn betoog was nooit veraf: “integrity is about managing your credibility”. En ook: “integrity is seamlessness, as in a boat hull, in the eye of the beholder.” Het deed me denken aan de wat dubbelzinnige houding van Goffee & Jones, eveneens predikers voor meer authenticiteit. Wel indruk maakte Simons’ oproep “to be more careful about the commitments we make to ourselves.” Zorgvuldig omgaan met intenties, doelstellingen, beloftes is een key ingrediënt van geloofwaardigheid.
Het betoog van William Gardner, zowat de grondlegger van authentiek leiderschap, was genuanceerder. Zeer interessant was het onderscheid dat hij maakte tussen succes (bv. promotie, opslag) en effectiviteit (performantie, motivatie). Uit onderzoek (Luthans et al., 1988) bleken succesvolle leiders zich vooral met netwerken (48 %) bezig te houden en effectieve leiders met dagdagelijkse communicatie (45 %). Deze vaststelling geeft onmiddellijk een betekenisvol aanknopingspunt voor leiderschap: wat streef je precies na als organisatie, als persoon? Dit verklaart ook waarom authenticiteit en duurzaamheid hand in hand gaan.
Dat authenticiteit een ‘tricky’ concept is bleek uit de verdere ronde-tafel gesprekken. Deze werden snel ’moraliserend’, alsof authenticiteit de norm moet zijn. Ik heb het daar moeilijk mee. Ten eerste maakt de dagdagelijkse realiteit het in heel veel organisaties bijzonder moeilijk om doorleefd en oprecht te werken. Wellicht was het geen toeval dat deze namiddag vooral de krachten uit familiale ondernemingen en non-for-profit instellingen zich verzamelden. Sommige sprekers maakten de analyse dat ‘corporate’ bedrijven geen toekomst meer hebben, juist omwille van hun ‘onoprechtheid’. Ik denk het niet.
Ten tweede is voor mij ‘onecht gedrag’ inherent aan menselijke ontwikkeling. Iemand die voor de eerste keer leiding geeft neemt een nieuwe rol op. Dat gaat gepaard met twijfels, identiteitsvragen en met nieuw gedrag dat nog niet echt aanvoelt, alsof men een ‘rol’ speelt. In ontwikkelingscontext kan ‘echt willen blijven’ dicht aanleunen bij weerstand of ‘immunity to change’. De weg naar authenticiteit heeft m.i. ook te maken met durven onecht zijn. De link met maturiteit is dan ook nooit veraf. ‘Mature’ of ‘authentieke’ mensen hebben hun oorlogen gevochten, zijn gelouterd en en staan daardoor vrijer in het leven, vaak ook met minder materiële zorgen. Wellicht was het dan al evenmin toeval dat de gemiddelde leeftijd van de deelnemers ver boven de 40 jaar was.
Ook Gardner hoedde zich voor absolute uitspraken over authenticiteit: “it’s a process, and it’s contextual”. De waarde van het concept ligt juist in het proces van menswording, zoals ook Johan Verstraeten (KULeuven) mooi afrondde. “Authenticiteit is een tocht, een relationeel gebeuren, geen business plan of iets om krampachtig vast te houden.” De crisis dwingt ons tot verdieping en meer bewustzijn. Dit proces wordt geholpen door feedback, lange termijn doelstellingen, tijd en plaats voor reflectie en veilige contexten, zo bleek uit de ronde tafels. Verstraeten had het over wellicht de grootste blokkade voor meer authenticiteit: “de angst om over angst te spreken”. Deze namiddag bleek dat ook. We hebben het zo graag over onze eigen overtuigingen en dada’s. Over wat we verworven hebben. Maar hebben we het ook gehad over onze actuele onzekerheden en angsten? Hebben we ons kwetsbaar opgesteld?
De doorleefdheid kwam er met de vijf minuten stilte die Verstraeten vroeg als afronding van de ontmoeting. Faut le faire. Een zaal vol ‘leaders’ vijf minuten laten zwijgen…