Heeft de grootte van de klasgroep weinig effect?

Gisteren lanceerde Pascal Smet het idee om grotere klasgroepen te organiseren met 2 leerkrachten voor de klas. (check hier) Hij stelt “Het is bewezen dat de grootte van een klas geen invloed heeft op de schoolresultaten, dat creëert mogelijkheden.”

Hoewel het voor veel mensen waarschijnlijk tegenintuïtief aanvoelt, heeft de minister wel degelijk een punt. Toch is het niet zo eenvoudig.

“What the research tells us is this: Smaller classes are better, but only if the teacher is a very good one. In other words, class size matters, but teacher effectiveness matters more. That means that as a parent, you’re better off with 28, 30, or maybe even more kids and a great teacher, than 24 or 22 and a mediocre one. What’s more, to really make a difference smaller must mean much smaller. Fewer than 16, for instance.” (Rotterham, over onder andere onderzoek van McKinsey)

Een belangrijke kanttekening bij kleinere klassen: om die te vormen, heb je ook meer leraren nodig. Als je meer leraren nodig hebt, krijg je wegens minder strenge selectie ook meer minder goede leraren. Als je meer minder goede leraren inschakelt, gaat het onderwijs erop achteruit en is het effect van kleinere klassen teniet gedaan.

Opvallend is hier wel dat het vooral aangewend zou worden om een lokalentekort aan te pakken, terwijl er bij mijn weten ook een leerkrachtentekort bestaat, zeker in de steden waar men dit zou willen doen. Dan komt men wellicht in de problemen met wat hierboven staat?

Recent Zweeds onderzoek ziet een ander mogelijk positief effect van kleinere klasgroepen: ”These higher wages in adulthood indicate that students from small classes are more productive. The effects on earning power are sufficiently large for the surplus to outweigh the direct costs of having smaller classes. This means that society recoups the costs of small classes. School resources play a role not only for student achievement, which previous research has shown, but also for how things turn out later in life.” (check hier)

7 gedachten over “Heeft de grootte van de klasgroep weinig effect?”

  1. Het is steeds een evenwicht zoeken met betrekking tot optimale klasgroottes. Het is echter jammer dat secundaire scholen blijven vasthouden aan het één klasgroepprincipe. Bepaalde onderdelen lenen zich, mits een goede didactische aanpak, om gegeven te worden aan grotere groepen (en ook in het secundair onderwijs zijn er delen te geven over meerdere klasgroepen heen). Daarnaast kan men de “overschot” (en dat is altijd relatief -spreek hier uit ervaring-) inzetten op kleinere groepen (-16 personen) om echt bijna individueel te begeleiden. Zeker als men vaardigheden wil aanbrengen is dat een must…zoek als directie en leerkracht naar mogelijkheden om groepen enerzijds te vergroten en anderzijds te verkleinen….met dezelfde middelen zal je zo meer kunnen bereiken.

    Iedereen moet hier toch al heilige huisjes laten vallen, dus waarom ook niet in deze case!
    Voor zij die interesse hebben, kan ik een uitgewerkte case ter beschikking stellen mbt economie 3de graad ASO die ik samen met een collega destijds helemaal op dot principe heb gestoeld!

    Pedro heeft dus gelijk dat de minister de bal hier niet helemaal mis slaat! (maar ik ben toch benieuwd naar welke directies hier effectief mee aan de slag willen en zullen gaan)

  2. Pingback: Nieuw rapport: grotere klassen negatief voor lagere jaren « X, Y of Einstein? – De Jeugd Is Tegenwoordig

  3. Pedro legt een theoretische relatie tussen klassenverkleining en de kwaliteit van het leraarschap. Maar er zijn ook andere theoretische relaties mogelijk, met andere uitkomsten. En het aardige is: voor die laatste lijkt empirische steun te zijn.

    Want zelfs al zou het onderzoek van De Bondt deugen (wat ik betwijfel), en zelfs al zouden we correlaties voortaan causaal mogen interpreteren (quod non) en zelfs al zou een leesvaardigheidstoetsje een prachtige operationalisatie zijn van alle heilzame effecten van klassenverkleining (wat ik al helemaal niet geloof) dan nog is er een belangrijk effect dat De Bondt niet meet.

    Kleinere klassen maken het leraarschap aantrekkelijker.

    Met een aantrekkelijker leraarschap kun je beter toegeruste mensen naar het onderwijs lokken.

    En beter toegeruste leraren zorgen voor hogere leerprestaties.

    Langs deze weg kan klassenverkleining dus juist zorgen voor bétere leraren in plaats van zwakkere (waar Pedro voor vreest).

    Voor de empirische evidentie kijken we weer even naar Finland. Daar heeft men ingezet op de aantrekkelijkheid van het leraarschap. Niet met hoge salarissen (die zijn er doorsnee) maar met een beperkt aantal lesuren per week én een beperkte omvang van de te onderwijzen klassen. Zodat de hoogopgeleide leraren ook echt kwaliteit kunnen leveren in voorbereiding, feedback en begeleiding. Deze keuze blijkt er zeer te renderen. Tot de Finse opleiding tot leraar basisonderwijs – met kleinere klassen minder wekelijkse lesuren – worden alleen zeer goede studenten toegelaten, en van de 300 aanmelders mogen er slechts 30 door. Het is geen wonder dat het leraarschap zich in een grote maatschappelijke waardering en status mag verheugen; maar wat belangrijker is: in het kielzog daarvan staan ook onderwijs en schoolgang in maatschappelijk aanzien.

    Kortom, laten we geen massa-onderwijs aan massa-klassen organiseren. Dat zouden we zelf als volwassenen ook niet willen. Het kan binnen het huidige budget, als we maar de juiste financiële prioriteiten stellen.

    • Vanuit mijn directe betrokkenheid bij een school (in Zuid-Afrika) kan ik de stelling ‘kleinere klassen maken het leraarschap aantrekkelijker’ alleen maar ondersteunen. Wij werken met kleine (multi-age) klassen (tussen 8 en 20 kinderen) en trekken daarmee juist veel goede leraren aan. Wij zijn een niet zo rijke privé school en kunnen niet meer dan gemiddelde salarissen uitbetalen. Toch weten wij leraren aan te trekken die bewust genoegen nemen met minder omdat ze liever voor een kleinere groep staan. De meeste scholen in ZA werken met 30 tot 40 kinderen, een enorme opgave voor ze en in vel gevallen demotiverend. NB: Per 2 klassen hebben wij een co-teacher die extra aandacht kan geven waar nodig en voor de leraren kan invallen als zij 1 keer per 2 weken een studie/administratie dag krijgen. En omdat een van onze klassen dit jaar onverwacht groter was dan de regel, 22, hebben we daar met veel succes een full time co-teacher bij gezet. Kinderen en leraren varen er wel bij.

  4. Pingback: (Bijna) iedereen verplicht tot 18u naar school? « X, Y of Einstein? – De Jeugd Is Tegenwoordig

Geef een reactie