Misschien las je het al in een vorige blogpost, maar op aanraden van enkele personen lees ik momenteel Wasted van Frank Furedi. Het boek zorgt voor veel denkwerk en ik geef graag nog even een tussenstap in mijn eigen denkproces mee. Voor alle duidelijkheid, wat nu volgt is dus gewoon een bedenking tussendoor, nog geen eindoordeel. Het is natuurlijk wel altijd een uitnodiging tot meedenken.
Het stuk dat ik momenteel lees, is erg gebaseerd op de Joods-Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt en weerlegt een stuk de stelling dat Furedi per definitie een conservatief is, namelijk onderwijs moet conserveren, een politicus die moet progressief zijn. Hij is dus geen voorstander dat ongelijkheid weggewerkt wordt, maar ziet hierin geen rol voor de school wel de politiek. De school heeft namelijk een andere taak.
Wat bedoelen Arendt en Furedi met conserveren? Het doorgeven van de kennis en inzichten van de vorige generaties aan de nieuwe generatie. Conserveren als in bewaren.
Furedi fulmineert (bewuste alliteratie, ik beken) tegen een te grote invloed van politiek op het onderwijs en vooral op het feit dat onderwijs te vaak gebruikt wordt om bepaalde idealen te verspreiden.
Leerkrachten klagen volgens hem vaak dat ze heel veel taken van de maatschappij op zich moeten nemen, maar dat ze zich daar soms alleen in voelen. Ik hoorde de klacht ook al en ga in 1 aspect misschien mee, namelijk als onderwijs op de werkelijke wereld moet voorbereiden dan is het op zich raar dat bijvoorbeeld competitie niet kan, of heb ik gemist dat onze samenleving niet ultracompetitief meer is. Misschien willen we dat onderwijs vooral op een gewenste wereld voorbereid, maar dan is er vaak wel echt weinig discussie over wat er in het onderwijs aan bod komt (iets waar ik Furedi ook moet in gelijk geven) en hebben we het te vaak over de vorm en te weinig over de inhoud.
Maar… tegelijk als je dit doordenkt, raak je in de problemen waar Furedi geen antwoorden lijkt te geven. Volgens Furedi zou onderwijs niet het middel zijn om sociale ongelijkheid tegen te gaan, omdat ze dit niet kan. Ok, maar wat als onderwijs ongelijkheid vergroot?
Hij citeert Dewey dat onderwijs per definitie niet neutraal kan zijn, maar wat als de school de ongelijk nog groter maakt? Is dat dan wel gewenst? Ik vind zelf alvast van niet, en ik vermoed Furedi en zeker Arendt ook niet. Wel is het zo dat onderwijs het zeker niet alleen kan. Onderwijs in een richting laten lopen terwijl beleid op andere vlakken niets of net het tegenovergestelde doet, dat is in feite onderwijs belachelijk maken.
Ik lees verder tussen werken, reizen en vooral schrijven door, maar het is boeiend blijvend denken.
Ik ben het eens met je (voorlopige) slotsom, maar zet een vraagteken bij je commentaar “heb ik gemist dat onze samenleving niet ultracompetitief meer is”.
Onze samenleving is niet zo competitief, laat staan ultracompetitief. Talloze mensen gaan dagelijks naar hun werk zonder dat ze met collega’s moeten concurreren. Talloze mensen gaan dagelijks naar school zonder dat ze met klasgenoten moeten wedijveren om de hoogste cijfers. Talloze mensen voeden dagelijks hun kinderen op, doen leuke dingen met vrienden, of spenderen uren op Internet zonder dat ze met wie dan ook een wedstrijdje doen.
Ik ben zelf niet zo competitief ingesteld, dat scheelt ook. Daarom speel ik wel een potje voetbal op straat, maar niet in wedstrijdverband. Niet-competitieve mensen (en dat zijn er heel wat) hebben de vrijheid om zich verre te houden van de competitieve aspecten van de samenleving. Ze worden geen beurshandelaar, en als ze ondernemer of wetenschapper worden, dan is dat in een branche waar competitie hen niet ongelukkig kan maken. Ook leraren zijn volgens mij voor minstens 99% wars van competitie en veeleer coöperatief (daarom past individueel prestatieloon ook zo slecht in deze beroepsgroep).
Kortom, onze samenleving is volgens mij niet ultracompetitief. En als die dat wel is, heb ik het zeker gemist.
Competitie is er op veel plaatsen, maar herken je soms niet as such. Hoeveel medailles heeft een land gekregen (men vergeet dan soms al gewoon de sporters)? Hoe doet de economie het? Maar ook ‘hoe het bankstel staat bij Mien’. Niet iedereen is competitief en onderwijsmensen idd wellicht vaak het minst en ik pleit ook niet voor competitie, maar als je begint te kijken zit er veel competitie in onze samenleving.