Meisjes zijn beter dan jongens… in samenwerken. (Nieuwe PISA-data)

Er is een nieuw deel toegevoegd aan de PISA-rapporten en deze gaat over samenwerken.

Dit zijn de belangrijkste inzichten samengevat, waarbij vooral het beter presteren van meisjes opvalt:

Er is ook deze Nederlandstalige samenvatting:

De prestaties van studenten voor het collaboratief oplossen van problemen

  • Studenten in Singapore scoren hoger voor het collaboratief oplossen van problemen dan studenten in alle overige deelnemende landen en economieën. Studenten in Japan staan op de tweede plaats.
  • Gemiddeld in de OESO‑landen kan 28% van de studenten alleen eenvoudige collaboratieve problemen oplossen en geen andere. Minder dan 1 op de 6 studenten in Estland, Hongkong (China), Japan, Korea, Macao (China) en Singapore presteert daarentegen laag bij het collaboratief oplossen van problemen.
  • In de OESO‑landen presteert 8% van de studenten optimaal bij het collaboratief oplossen van problemen. Dit betekent dat ze zich te allen tijde bewust zijn van de groepsdynamiek, ervoor zorgen dat de teamleden zich gedragen volgens de overeengekomen rollen, geschillen en conflicten verhelpen, terwijl ze efficiënte voortgangstrajecten identificeren en de vooruitgang naar een oplossing monitoren.
  • De prestaties voor het collaboratief oplossen van problemen houdt positief verband met de prestaties in de belangrijkste PISA‑onderwerpen (wetenschap, lezen en wiskunde), maar de relatie is zwakker dan die tussen die andere domeinen onderling.
  • Studenten in Australië, Japan, Korea, Nieuw‑Zeeland en de Verenigde Staten presteren veel beter voor het collaboratief oplossen van problemen dan verwacht wordt op basis van hun scores voor wetenschap, lezen en wiskunde.

De demografie van studenten en het collaboratief oplossen van problemen

  • Meisjes presteren aanzienlijk beter dan jongens in het collaboratief oplossen van problemen in alle langen en economieën die aan dit onderzoek hebben deelgenomen. Gemiddeld scoorden meisjes in alle OESO‑landen 29 punten hoger dan jongens. De grootste verschillen (ruim 40 punten) werden opgetekend in Australië, Finland, Letland, Nieuw‑Zeeland en Zweden; de kleinste verschillen (minder dan 10 punten) werden opgetekend in Colombia, Costa Rica en Peru. Dit verschilt met het PISA‑onderzoek in 2012 naar het individueel oplossen van problemen, waarvoor jongens over het algemeen beter presteerden dan meisjes.
  • De prestatie voor het collaboratief oplossen van problemen houdt een positief verband met het socio‑economische profiel van de studenten en de scholen, ook al is deze relatie zwakker dan de relatie tussen het socio‑economische profiel en de prestaties voor de drie belangrijkste PISA‑onderwerpen.
  • Er bestaan geen grote prestatieverschillen tussen bevoorrechte en niet‑bevoorrechte studenten of tussen studenten die immigranten zijn en autochtone studenten, rekening houdende met hun prestaties voor wetenschap, lezen en wiskunde. Ook na rekening te houden met de prestaties voor de drie belangrijkste PISA‑onderwerpen, scoren meisjes alsnog 25 punten hoger dan jongens.

De houding van studenten ten opzichte van samenwerking

  • Studenten in elk land en in elke economie hebben over het algemeen een positieve houding ten opzichte van samenwerking. Ruim 85% van alle studenten gemiddeld in de OESO‑landen is het eens met de uitspraak ‘Ik kan goed luisteren’, ‘Ik vind het fijn als mijn klasgenoten succesvol zijn’, ‘Ik houd rekening met de dingen waarin anderen geïnteresseerd zijn’, ‘Ik houd ervan om verschillende perspectieven in overweging te nemen’ en ‘Ik houd ervan om met mijn collega’s samen te werken’.
  • Meisjes in nagenoeg elk land en elke economie hechten meestal meer waarde aan relaties dan jongens. Dit betekent dat meisjes vaker dan jongens het ermee eens zijn dat ze goed kunnen luisteren, het fijn vinden als hun klasgenoten succesvol zijn, rekening houden met de dingen waarin anderen geïnteresseerd zijn en ervan houden om verschillende perspectieven in overweging te nemen.
  • In de meeste landen en economieën hechten jongens meer waarde aan teamwork dan meisjes. Dit betekent dat jongens vaker dan meisjes het ermee eens zijn dat ze liever als een team samenwerken dan alleen, dat volgens hen teams betere beslissingen nemen dan individuen, dat teamwork hen efficiënter maakt en dat ze ervan houden om met hun collega’s samen te werken.
  • Bevoorrechte studenten in nagenoeg elk land en elke economie hechten meestal meer waarde aan relaties dan niet‑bevoorrechte studenten, terwijl niet‑bevoorrechte studenten in de meeste landen en economieën meestal meer waarde hechten aan teamwork dan bevoorrechte studenten.
  • Rekening houdend met de prestaties voor de drie belangrijkste PISA‑onderwerpen, met het geslacht en de socio‑economische status, blijkt dat hoe meer de studenten relaties waarderen, hoe beter ze presteren voor het collaboratief oplossen van problemen. Een gelijkaardige relatie wordt opgemerkt voor de mate waarin studenten teamwork waarderen.

Activiteiten van studenten, schoolprocedures en collaboratieve procedures

  • De houding tegenover samenwerking is over het algemeen positiever wanneer studenten meer lichamelijke activiteiten doen of per week meer gymlessen doen.
  • Studenten die buiten de school videogames spelen, scoren iets lager voor het collaboratief oplossen van problemen dan studenten die geen videogames spelen. Dit geldt gemiddeld in alle OESO‑landen, rekening houdend met de prestaties voor de drie belangrijkste PISA‑onderwerpen, met het geslacht en het socio‑economische profiel van de studenten en de scholen. Studenten die buiten de school toegang hebben tot het internet, chatten of sociale netwerken onderhouden, scoren iets hoger dan andere studenten.
  • Studenten die in het huishouden werken of voor andere familieleden zorgen, waarderen zowel teamwork als relaties meer dan andere studenten. Dit geldt ook voor studenten die vrienden ontmoeten of telefonisch met vrienden praten buiten de school om.

Collaboratieve scholen

  • Gemiddeld in alle OESO‑landen scoren studenten die zeggen dat ze zich niet door andere studenten bedreigd voelen 18 punten hoger voor het collaboratief oplossen van problemen dan studenten die zeggen dat ze minstens een paar keer per jaar bedreigd worden. Studenten scoren ook 11 punten hoger voor elke 10 procent toename van het aantal schoolvrienden die zeggen dat ze zich niet door andere studenten bedreigd voelen.
  • Studenten scoren hoger voor het collaboratief oplossen van problemen wanneer zij of hun schoolvrienden zeggen dat hun leerkrachten de studenten eerlijk behandelen, zelfs rekening houdend met hun prestaties voor wetenschap, lezen en wiskunde.

3 gedachten over “Meisjes zijn beter dan jongens… in samenwerken. (Nieuwe PISA-data)

  1. Bedankt voor deze belangrijke informatie.

    die strookt met mijn ervaring van de afgelopen 20 jaar van werken in een mediatheek met veel studieplekken op een middelbare school: de balans is langzamerhand doorgeslagen naar een betere werksfeer waar de slappe lach ook tot de mogelijkheden behoort. Een feit is dat meisjes een belangrijke rol hebben gespeeld in deze ontwikkeling.
    Helemaal mooi zou het zijn als gemeten kon worden hoeveel extra leerrendement er is in een school waar het samen leren gefaciliteerd wordt, door het bieden van een veilige omgeving met de nodige ondersteuning, waar eten en drinken zijn toegestaan.

  2. Pingback: Persbericht UGent: Vlaamse 15-jarigen zijn goed in het samenwerkend probleemoplossen | X, Y of Einstein?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.