Zittenblijven is onderwerp waar ik al vaak over heb geschreven. Het is ook iets waar je in Vlaanderen en bij uitbreiding België, heftige discussies over kan voeren. Tegelijk is de consensus onder wetenschappers behoorlijk eenduidig. Het is niet de beste optie. Ik weet dat er ook wetenschappelijke tegenstemmen zijn. Tegelijk kun je niet voorbij de vraag gaan of deze relatief dure maatregel steeds de beste optie is. Dit terwijl versnellen – wat we minder doen en vaak negatiever over praten – wel degelijk net een positief effect kan hebben. Waarom begin ik hier vandaag over? Een nieuwe studie van Jiee Zhong van de universiteit van Miami voegt aan de hele discussie een opvallende mogelijke extra dimensie toe. Wat blijkt namelijk? Leerlingen die op jonge leeftijd blijven zitten, verdienen als jongvolwassenen mogelijk ook minder!
Hoe heeft Zhong dit onderzocht? In Texas gold een tijdlang een systeem waarbij leerlingen in het derde leerjaar – in Nederland denk groep 5 – een gestandaardiseerde leestoets moesten halen om naar het volgende leerjaar te mogen. Hiervoor kregen de kinderen drie pogingen. Wie ook bij de derde poging onder een bepaalde grens scoorde, moest in principe het jaar overdoen. Maar er waren ook uitzonderingen mogelijk.
En deze aanpak zorgde voor een interessante cut-off. Een leerling die bijvoorbeeld één punt onder de grens scoort, zal gemiddeld niet fundamenteel verschillen van een leerling die er één punt boven scoort. Tegelijk zal hun kans om te moeten blijven wel enorm verschillen. Wat blijkt? Als je net onder de grens scoort, verhoogt de kans op zittenblijven met 35,5 procentpunt. Zhong kan hierdoor leerlingen vlak boven en onder die grens vergelijken en met een zogenaamde fuzzy regression discontinuity design het causale effect van zittenblijven proberen in te schatten.
Belangrijk om mee te geven is dat de leerlingen aan beide kanten van de ‘grens’ weinig systematisch verschillen op kenmerken zoals sociaaleconomische achtergrond, etniciteit, deelname aan buitengewoon onderwijs, Engelse taalvaardigheid of eerdere wiskundeprestaties. Enkel voor geslacht vindt de onderzoeker een klein verschil dat marginaal significant is, dit ten nadele van de jongens.
Nu, hoe komen we van testresultaten op 9 jaar bij loon jaren later? Zhong kan deze specifieke leerlingen via administratieve gegevens nog jarenlang opvolgen. Op korte termijn blijkt zittenblijven te doen wat je ervan zou kunnen hopen. De leesprestaties verbeteren aanvankelijk, trouwens ook voor wiskunde. Maar, wat we al wisten uit ander onderzoek, deze voordelen verdwijnen geleidelijk aan. Een paar jaar later is van de oorspronkelijke winst weinig meer over.
Tegelijk gebeuren er ook andere dingen. Zo neemt het absenteïsme toe bij de groep die verplicht moest blijven zitten. In de eerste twee jaren na het zittenblijven gaat het om ongeveer 1,25 en 1,38 extra dagen afwezigheid per jaar, of respectievelijk ongeveer 23 en 25 procent meer dan bij de leerlingen net boven de grens. Zhong ontdekte in de data daarnaast ook meer gewelddadig gedrag en jeugdcriminaliteit bij deze groep. En deze verschillen worden groter naarmate de leerlingen ouder worden.
Zittenblijven in het derde leerjaar verlaagt volgens schatting de kans om uiteindelijk een highschooldiploma te behalen met 9,1 procentpunt. Bij de leerlingen vlak boven de grens behaalde 64,2 procent uiteindelijk wel degelijk zo’n diploma.
Voor al dan niet doorstromen naar hoger onderwijs wordt het beeld wat minder duidelijk. Er zijn aanwijzingen dat zittenblijvers later iets vaker naar een community college en iets minder vaak naar een publieke universiteit gaan, maar die verschillen zijn niet statistisch significant. Hetzelfde geldt voor de verschillen in het uiteindelijk behalen van een diploma hoger onderwijs. Weinig duidelijk impact hier, maar Zhong kan nog een stap verder gaan.
De onderwijsgegevens zijn namelijk gekoppeld aan gegevens over lonen in Texas. Daardoor kan ze bekijken wat er gebeurt wanneer deze jongeren de arbeidsmarkt betreden. Op 26-jarige leeftijd verdienen de leerlingen die in het derde leerjaar bleven zitten naar schatting jaarlijks 3.477 dollar minder dan vergelijkbare leerlingen die wel overgingen. Tegenover het gemiddelde van leerlingen net boven de grens komt dat neer op ongeveer 19 procent minder inkomen. Gemiddeld over de leeftijden 23 tot en met 26 bedraagt het geschatte verschil 3.518 dollar per jaar, of ongeveer 21 procent.
Zhong vermoedt dat een mogelijke verklaring zit in processen die ik hierboven al beschreef. Denk dan aan vaker afwezig zijn, de toename van gedragsproblemen en een groeiende afstand tot school. Dit alles zou dan de kans op een diploma negatief beïnvloeden, en we weten dat dit ook repercussies kan hebben op wat je als job gaat doen. Ik denk dat dit goed kan. Maar belangrijk: de studie kan dit mechanisme niet causaal aantonen. Het sterkere causale argument gaat over het effect van zittenblijven zelf, niet de precieze weg waarlangs het latere inkomenseffect ontstaat.
Ik zie nog een tweede belangrijke nuance, namelijk, dit gaat niet over iets is ‘per definitie’ slecht of heeft zeker een negatieve invloed op loon later. Je kan en mag niet zeggen op basis van dit onderzoek dat iedere leerling die blijft zitten later 19 procent minder zal verdienen. Het gaat om leerlingen die rond een specifieke grens voor zwakke leesprestaties zaten in Texas.
De groep die Zhong onderzocht, bevatte relatief veel leerlingen uit gezinnen met een laag inkomen, Hispanic leerlingen en leerlingen met een beperkte Engelse taalvaardigheid. En ook, de regels voor zittenblijven in Texas waren wel heel erg specifiek. Op andere plekken gaat men helemaal anders te werk. De invloed van zittenblijven op het loon in Vlaanderen kun je hierdoor echt niet inschatten.
Wat je wel mee kan nemen is dat als je alleen kort na het zittenblijven naar de testscores kijkt, je niet kan of mag besluiten dat dit een goede maatregel is. Soms kunnen er grote neveneffecten later opduiken die je toch liever niet hebt.