Hoe jongeren reageren op psychische nood van peers op sociale netwerken (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl

De algemene gedachte is dat jongeren vooral positieve berichten op sociale netwerken zetten. Toch worden die sites ook gebruikt om aan te geven dat je het moeilijk hebt. Leeftijdsgenoten en vrienden zijn de eersten die zulke berichten over psychische nood zien, en voor interventiemethoden is het daarom zinnig om te weten hoe zij reageren op zulke berichten. Een recente studie [open access] stelt die vraag centraal.

De onderzoekers hielden diepte-interviews met 27 bachelorstudenten over berichten met psychische nood die ze zich herinnerden gezien te hebben. De interviewers werden vervolgens door twee onderzoekers thematisch geanalyseerd.

Het belangrijkste inzicht: mensen die een sterke band hebben met degene die zo’n bericht plaatst, reageren. Hoe goed je iemand kent was de belangrijkste overweging voor de respondenten. Die reactie stuurden ze via een privébericht of door te bellen.

Bij een minder sterke band, speelden verschillende voorwaarden een rol:

Waargenomen ernst
Als de nood zeer acuut lijkt, wordt er sneller hulp geboden. Het gaat dan bijvoorbeeld om een medisch noodgeval, zelfmoordoverwegingen, zelfverwonding en verkrachting. Een overweging daarbij is of ze spijt zouden hebben als ze dat niet zouden doen.

Consistentie in postingspatronen
De respondenten namen ook in overweging wat voor posts iemand verder plaatst. Als iemand vaak emotionele berichten online zet, wisten de respondenten niet hoe ze daarmee om moesten gaan. Dat werd vaker gezien als niet-serieus. Als iemand echter vaak negatieve berichten plaatst waarna er een stilte volgt, werd dat wel weer gezien als een teken van echte nood.

Doeltreffendheid 
Onzekerheid over het nut van reageren speelde ook een rol als de respondenten de persoon niet goed kenden. Als ze dachten dat reageren geen verschil zou maken, werd er minder snel actie ondernomen.

Wederkerigheid in het verleden
Als de persoon in nood de respondent vaak aandacht had gegeven op een sociaal netwerk, in de vorm van likes of comments, zou de respondent eerder reageren. Dit lijkt mij een afgeleide van nabijheid, maar de onderzoekers benoemen dit niet als zodanig.

Inleving in de poster of de geposte ervaring
Als de respondenten zich konden identificeren met het bericht, omdat ze zelf vergelijkbare dingen hadden meegemaakt of ze zich dat goed konden voorstellen, werd er sneller gereageerd.

Afkeer van aandachtszoekers
Als iemand gedacht wordt psychische nood te posten om aandacht te krijgen, was de kans kleiner dat er gereageerd werd.

Ideeën over andere omstanders
Als de respondenten het gevoel hadden dat er al andere mensen mee bezig waren, zouden ze minder snel reageren. Daarbij speelde ook een rol wat anderen van hen zouden denken. Ze wilden niet ongevoelig overkomen en dat weerhield hen soms van reageren.

Implicaties
Helaas bespreken de onderzoekers niet wat dit nu precies betekent voor hulpdiensten of andere instanties die werken aan interventiemethoden – ik denk daarbij ook aan scholen waarbij aan monitoring van sociale media wordt gedaan. Het artikel wordt besloten met een generieke conclusie (“[t]he results of this study can also serve as an important building block for future research into support seeking and providing on SNSs” – SNS staat voor Social Network Site). De vier aanbevelingen die worden gedaan zijn uitermate vaag:

“First, this research could help inform SNS policies and practices surrounding identifying, flagging, and moderating distressed posts, which are particularly difficult because certain posts calling for help may fall into the category of self-harm or other banned content. Second, research about the relevant factors motivating response could improve SNS algorithms for people’s personal feeds and ensure that people are seeing the posts in the proper context. Third, further parsing out response motivations could help SNSs design posting features that could facilitate help, as well as build in response features that could increase the likelihood of helping (e.g., separating distressed posts from the newsfeed, reminding responders of prior interactions and reciprocity, etc.). Lastly, while this study attempts to understand how people within the social media environment perceive their friends’ posts, identifying gaps in response and perception could prove helpful for others who are trying to successfully intervene, such as guidance counselors, teachers, and parents” (p. 9).

De opvallende afwezigen in dit lijstje zijn de peers waar het onderzoek om draaide. De taak voor praktijkprofessionals lijkt me het vertalen van deze inzichten naar een toolkit voor jongeren. Hoe bepaal je of iemand aandacht wil of echte nood heeft? Waarom ben je zo bang voor wat anderen van je reactie denken? Wat zou je zelf willen als je je rot voelde en je dat op sociale media zou aangeven? En niet te vergeten: wie kan een leerling of student inschakelen als hij/zij zelf niet durft of wil reageren, maar wel denkt dat er iets aan de hand is?

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de site www.zelfmoord1813.beIn Nederland is er ook een zelfmoordhulplijn 0900-0113 en bijbehorende website waar je ook terecht kan als je je zorgen maakt om iemand anders. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.