Motivatie en leren lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Eerder bracht deze review-studie al aan dat er sprake is van een wederzijds of reciproke relatie. Maar toch blijven mensen zich afvragen of motivatie de drijvende kracht achter betere prestaties is, of zorgt succes op school juist voor meer motivatie? Een recente studie onder meer dan duizend middelbare scholieren in Spanje die ik vond via Christian Bokhove werpt nieuw licht op deze vraag. Elisa Santana- Monagas en haar collega’s maken een onderscheid tussen twee vormen van motivatie: autonome motivatie, waarbij een leerling leert vanuit eigen interesse en overtuiging, en gecontroleerde motivatie, die voortkomt uit externe druk zoals beloningen of straf. En ja, we weten dat er meer schakeringen bestaan.
Wat de onderzoekers ontdekten, is het niet zo verbazende inzicht dat autonome motivatie een sterke voorspeller is van betere schoolprestaties. Leerlingen die leren omdat ze het zelf waardevol vinden, behalen hogere cijfers. Het opvallende is echter dat deze relatie maar één kant op werkt: betere cijfers leiden niet automatisch tot meer autonome motivatie. Dit suggereert dat intrinsieke motivatie diepgeworteld is en niet eenvoudig door externe resultaten wordt beïnvloed.
Bij gecontroleerde motivatie lagen de zaken ingewikkelder. Veranderingen in deze vorm van motivatie bleken geen merkbare invloed te hebben op schoolprestaties, en andersom ook niet. Dit betekent dat leren onder druk – of het nu gaat om een dreiging van straf of de belofte van een beloning – op zichzelf geen garantie is voor succes. Wel is uit eerder onderzoek bekend dat gecontroleerde motivatie een positieve invloed kan hebben wanneer deze samengaat met autonome motivatie. Het lijkt erop dat externe prikkels alleen effectief zijn als ze ingebed zijn in een context waarin leerlingen ook intrinsieke waarde zien in wat ze leren, wat aansluit bij wat ook geïdentificeerde regulatie volgens mij.
De implicaties hiervan zijn duidelijk. Als we willen dat leerlingen echt succesvol zijn, moeten we investeren in hun autonome motivatie. Dit betekent dat docenten en ouders niet alleen moeten uitleggen wat er geleerd moet worden, maar vooral waarom het relevant is. Creëer een leeromgeving waarin nieuwsgierigheid en eigen keuzes centraal staan, en vermijd een overdreven focus op cijfers of andere externe beloningen. Zo krijgen leerlingen de ruimte om vanuit hun eigen drijfveren te leren – en dat blijkt uiteindelijk de sleutel tot duurzame resultaten.
Abstract van het onderzoek:
Background
While it’s clear that autonomous motivation significantly boosts academic success, there are conflicting findings regarding the opposite relation. Besides, the reciprocal relations among controlled motivation and achievement present mixed results. Adequately distinguishing between variations among individuals and within individuals results key to acknowledge such relations.Aim
This longitudinal study examines the reciprocal relations between controlled and autonomous forms of motivation and academic achievement using the RI-CLPM methodology.Sample
Participants were 1042 high school students (M = 16 years, 52% male adolescents) from 16 different high schools in urban and rural areas.Methods
A random intercept cross-lagged panel model (RI-CLPM) was tested to estimate whether students’ autonomous and controlled motivation predicted achievement and/or vice versa. Independent models were estimated for the two types of motivation.Results
Overall, the RI-CLPM results indicated a unidirectional relationship between autonomous motivation and achievement. As for controlled motivation, the results of RI-CLPM models showed no reciprocal relationship between this type of motivation and achievement.Conclusions
These results underline the importance of taking within- and between-person processes into account when analysing reciprocal relations and provide crucial insights for enhancing student motivation and achievement in diverse educational contexts.