Als onderwijsmythbuster krijg ik vaak vragen over uitspraken die mensen doen. De voorbije weken kreeg ik opvallend een paar keer deze uitspraak aangereikt: “Begrijpend lezen bestaat niet.” Voor de ene klinkt die uitspraak vreemd, voor de ander zit er misschien wel iets in. Misschien net omdat ze iets raakt dat al langer wringt in onderwijs. Maar zoals wel vaker: als je ze letterlijk neemt, klopt ze niet. En als je ze goed probeert te begrijpen, wordt de vraag potentieel interessanter.
Laat ons beginnen met wat er bedoeld kan worden met deze uitspraak. De kritiek richt zich dan op het idee dat begrijpend lezen een soort losse vaardigheid is die je kan trainen met strategieën. Signaalwoorden zoeken. Hoofdgedachten aanduiden. Meerkeuzevragen maken. Alsof je, los van de inhoud, gewoon “beter kan worden in begrijpen”.
Zeker bij verdedigers van een kennisrijk curriculum kan dit laatste niet. Want begrijpen wat je leest hangt in grote mate af van wat je al weet. Zonder voorkennis blijft een tekst al snel leeg. Dat is ondertussen stevig onderbouwd. In die zin is de kritiek terecht: begrijpend lezen is geen trucjesvak.
Maar van daar naar “het bestaat niet” is een brug te ver. Onderzoek laat zien dat het aanleren van strategieën wel degelijk helpt. Tegelijk is het niet voldoende. Een oude maar nog altijd bruikbare kapstok is het model van Hoover en Gough. Hun Simple View of Reading stelt het bijna banaal voor: lezen is het product van decoderen en taalbegrip. Je hebt beide nodig. Daarom is het ook een vermenigvuldiging. Wie niet kan decoderen, geraakt niet in de tekst. Wie de taal of de inhoud niet begrijpt, haalt er niets uit. Geen van beide kan je missen.
Dat model maakt twee dingen helder.
Ten eerste: begrijpend lezen bestaat wel degelijk. Niet als één geïsoleerde vaardigheid, maar als uitkomst. Het is wat er gebeurt wanneer iemand toegang heeft tot de tekst én voldoende taal en kennis meebrengt om er betekenis aan te geven.
Ten tweede: als we problemen zien met begrijpend lezen, zitten die zelden in één knopje dat je kan omdraaien. Het gaat bijna altijd over die onderliggende bouwstenen. Denk dan aan woordenschat, zinsstructuren, achtergrondkennis en aandacht. Maar ook het vermogen om verbanden te leggen en te monitoren of iets nog klopt.
Een meta-analyse van Filderman en collega’s (2021) beschrijft de volgende twee elementen als de grootste motoren van begrijpend lezen:
- Strategie-instructie (bv. hoofdgedachte bepalen, inferenties maken)
- Opbouw van achtergrondkennis (inhoud en woordenschat)
Ik zou ze beide doen.
Ooit pleitte Lubach om de lessen begrijpend lezen helemaal af te schaffen. In feite was de onderbouwing voor deze even boude stelling dat we begrijpend lezen te lang hebben behandeld alsof het een apart vakje was. Met werkbladen, strategieën en toetsjes die weinig te maken hebben met echte teksten en echte inhoud. Terwijl de grootste hefboom vaak elders zit: kennis opbouwen, rijke taal aanbieden, teksten samen doordenken.
Maar dat is minder zichtbaar. Minder makkelijk te meten. En vooral: het vraagt tijd. Dus als iemand zegt “begrijpend lezen bestaat niet”, dan zou ik het zo lezen: het bestaat niet als losse, overdraagbare vaardigheid die je onafhankelijk van inhoud kan trainen.
Maar het bestaat wel degelijk als probleem én als doel. Leerlingen die wel kunnen lezen, maar niet begrijpen wat ze lezen, zijn geen fictie. En het antwoord daarop zit niet in nog meer trucjes, maar volgens mij in (nog) beter onderwijs: aandacht voor kennis, taal en betekenisvolle teksten.
Hear, hear!
Wat mij betreft gaat dit ook op voor “informatievaardigheden”, een product (!) van veel vaardigheden: naast begrijpend lezen en een grondige basiskennis, ook technische (zoek)vaardigheden, kritisch denken, beoordelen van de inhoud en betrouwbaarheid van meerdere (soms elkaar tegensprekende) bronnen enzovoort. Is blootstelling aan de zon gevaarlijk (huidkanker) of gunstig (vitamine D)? Het “product” helpt je het te ontdekken.
Technisch lezen is leren om te lezen.
Begrijpend lezen is lezen om te leren.
Informatievaardigheid is leren verbinden om écht te begrijpen, te oordelen en de wereld te overzien.
Pingback: De leraar als conciërge, schoonmaker en zorgverlener – Teacher Tapp Nederland