Minder geweld en tienerzwangerschappen dankzij kleuterschool?

Wat gebeurt er als je in een heel land peuteronderwijs invoert? In Japan gebeurde het tussen 1964 en 1970: de overheid pompte middelen in de uitbreiding van kleuterscholen. En onderzoekers Michihito Ando en collega’s zagen hun kans: wat doet zo’n hervorming op de lange termijn met jongeren?

Met een slimme onderzoeksopzet – ze keken naar regio’s die in verschillende mate profiteerden van de hervorming – vonden de onderzoekers iets opmerkelijks. Tien tot twintig jaar later daalde het aantal arrestaties voor geweld onder jongeren en werd tienerzwangerschap minder vaak gerapporteerd. En dat in een land waar de cijfers sowieso al laag waren. Wat niet veranderde: hoeveel jongeren naar de middelbare school of universiteit gingen.

Hier is een belangrijk onderscheid: het onderzoek tracht verder te gaan dan een pure correlatie, maar tracht echt een causale inschatting te maken. Ze gebruikten verschillen tussen provincies in de snelheid van uitbreiding, testten op voortrends en voerden placeboproeven uit. Ze deden dat als volgt: ze kijken of volwassenen die géén kleuteronderwijs hebben gehad in de hervormde periode (dus geboren vóór de hervorming) óók veranderingen laten zien in criminaliteit of zwangerschappen in dezelfde periode. Als dat zo zou zijn, dan zou het effect misschien aan iets anders liggen dan het kleuteronderwijs, zoals een algemene trend of beleid dat iedereen raakte.

Maar wat blijkt? Bij die oudere groepen vinden ze geen effect. Geen verandering in volwassen criminaliteit of zwangerschappen rond de hervormingsperiode. Dat vergroot de geloofwaardigheid van hun conclusie: dat de daling bij jongeren echt te maken heeft met het kleuteronderwijs, en niet met een bredere maatschappelijke verandering. Zo konden ze dus alternatieve verklaringen (zoals andere beleidsmaatregelen of economische schokken) grotendeels uitsluiten.

Maar dan de hamvraag: wat verklaart het effect? Meer jaren op school? Nee, daar zagen ze geen verandering. Meer moeders aan het werk? Ook niet. De meest waarschijnlijke verklaring volgens de onderzoekers: betere niet-cognitieve vaardigheden. Het Japanse peuteronderwijs focust niet op cijfers of letters, maar op sociaal-emotionele ontwikkeling. Dat sluit aan bij eerdere studies die laten zien dat programma’s die gedrag beïnvloeden – zoals impulscontrole of omgaan met anderen – op latere leeftijd de kans op risicovol gedrag verlagen.

Belangrijk detail: de moeders van de kinderen in het onderzoek hadden relatief lage opleidingsniveaus. Dat maakt de bevindingen extra relevant voor landen waar dat nu ook het geval is. Een universeel systeem kan dus wel degelijk werken – ook als het niet gericht is op een specifieke kansarme groep. Wat dit betekent voor een regio zoals de onze waar er al veel kinderen naar het kleuteronderwijs gaan, is moeilijker in te schatten. Al is de aandacht voor het sociaal-emotionele ook wel een interessante.

Abstract van het onderzoek:

The evidence for the effects of early childhood education on risky behavior in adolescence is limited. This paper studies the consequences of an expansion of a universal preschool program in Japan. Exploiting regional differences in the program expansion, we estimate the policy effects using an event study model. Our estimates indicate that the preschool expansion significantly reduced juvenile violent arrests and the rate of teenage pregnancy, but did not increase high school enrollment or college enrollment rates. We suspect that improved non-cognitive skills can account for the reduction of risky behavior in adolescence.

Geef een reactie