Jongeren in crisis: wat als de wereld nooit meer veilig voelt?

We zijn het misschien al vergeten, maar tijdens de eerste lockdowns werd er vaak gezegd dat kinderen er “toch niet zoveel last van hadden”. Ze moesten gewoon wat wennen aan thuisonderwijs, ze misten hun vriendjes, maar dat zou wel overwaaien. Intussen weten we beter. En als je het nieuwste Duitse longitudinale onderzoek mag geloven, dan is het voor veel jongeren nog steeds niet over. Sterker nog: ze lijken van de ene crisis in de andere te vallen, zonder echt te kunnen herstellen.

Het COPSY-onderzoek (COVID-19 and Psychological Health) volgde bijna 2.700 kinderen en jongeren tussen 2017 en 2023. Wat begon als een studie naar de impact van corona, groeide uit tot een veel breder verhaal over mentale gezondheid in tijden van oorlog, klimaatcrisis, inflatie en terreur.

Concreet gebruikte men data van uit 6 meetmomenten tijdens en na de pandemie (2020–2023), en vergelijkt die met een “baseline” uit de jaren vóór corona.

  • Het COPSY-onderzoek is opgezet bij de start van de coronapandemie (eerste golf, voorjaar 2020) om longitudinaal de impact van COVID-19 op de mentale gezondheid van jongeren te volgen.

  • Om die impact te kunnen vergelijken met de situatie vóór corona, gebruikten de onderzoekers prepandemische gegevens van het BELLA-onderzoek (2014–2017). Dat was methodologisch vergelijkbaar en dus bruikbaar als nulpunt.

En wat blijkt? Tijdens de pandemie ging de mentale gezondheid van jongeren er fors op achteruit. Bijna de helft meldde een verminderde levenskwaliteit, een derde worstelde met angst of depressieve gevoelens. In de jaren erna was er voorzichtig herstel, maar ook in 2023 – toen de WHO de pandemie als voorbij verklaarde – bleef ongeveer één op vijf jongeren kampen met problemen.

En dat is geen toeval, zeggen de onderzoekers. In dezelfde periode stapelden de zorgen zich op. De oorlog in Oekraïne, het conflict tussen Israël en Hamas, stijgende energieprijzen, de klimaatdreiging: jongeren krijgen ze allemaal mee, vaak rechtstreeks via hun smartphone. Twee op drie jongeren zeggen bang te zijn dat deze crisissen nog lang zullen aanhouden, meer dan de helft maakt zich zorgen over geld of toekomstmogelijkheden. Eén op drie vreest dat hun dromen – een bepaalde opleiding, hobby of job – niet meer haalbaar zijn.

Wat dit onderzoek bijzonder maakt, is dat het die zorgen ook linkt aan concrete mentale klachten. Jongeren met meer toekomstangst hadden tot 2,4 keer meer kans op angst- en depressiesymptomen. Worry werkt dus echt door, ook als het gaat om wat er elders in de wereld gebeurt. En ook opvallend: hoewel oorlog vaak als grootste zorg werd genoemd, bleek angst over de economie sterker samen te hangen met psychische klachten. Misschien omdat die dreiging – “mijn ouders kunnen straks niets meer betalen” – net iets concreter voelt dan een conflict ver weg.

Toch zit er ook een moeilijk te interpreteren paradox in de resultaten. Jongeren die zich zorgen maakten over oorlog hadden in sommige modellen net mínder kans op depressieve symptomen. De auteurs vermoeden dat het hier gaat om een soort ‘coping-reactie’: als de buitenwereld in brand staat, focus je je minder op je eigen binnenwereld. Of het klopt, weten we niet zeker. Maar het toont wel hoe complex en gelaagd dit soort effecten zijn.

Wat kunnen we hieruit leren? In elk geval dat de mentale gezondheid van jongeren niet losstaat van wat er in de wereld gebeurt. Jongeren leven niet in een vacuüm. De ene crisis is nog niet verteerd, of de volgende dient zich aan. Als we willen dat jongeren zich veerkrachtig ontwikkelen, dan volstaat het niet om enkel in te zetten op individuele veerkracht of weerbaarheidstrainingen. We zullen ook structureel werk moeten maken van hoop, toekomstperspectief en een samenleving die jongeren niet alleen ziet als probleem of project, maar als mensen met zorgen die er toe doen.

Abstract van het onderzoek:

Purpose
Global crises such as climate change, pandemics, and wars present significant challenges, particularly for children and adolescents in a vulnerable phase of development. This population-based longitudinal study aimed to examine changes in youth mental health from 2017 to 2023 in the context of global crises and investigate the effects of crises-related fears on mental health.
Methods
Data on 2,671 families with children and adolescents (50.1% female) aged 7–21 years (including self-reports) who participated in at least one wave of the German population-based COVID-19 and Psychological Health study (T1: May 2020–T6: October 2023) were analyzed. Descriptive statistics and multivariate regression analyses were used to investigate changes in health-related quality of life (HRQoL), mental health problems, and depressive and anxiety symptoms. Associations with crises-related future anxiety were explored using data from T6.
Results
Youth HRQoL and mental health significantly deteriorated during the pandemic in 2020–2021 compared to prepandemic data. Although mental health improved in the following years, one in five children still reported low HRQoL, mental health problems, and anxiety in 2023. By autumn 2023, crises-related worries and future anxiety were common, associated with higher risks of low HRQoL, mental health problems, and depressive and anxiety symptoms (odds ratios = 1.2–2.4).
Discussion
Youth mental health deteriorated significantly during the COVID-19 pandemic and remained impaired in 2023 amid ongoing global crises. Crises-related worries are widespread and linked to poorer mental health. Targeted prevention and intervention programs are essential to help young people cope with these challenges.

Geef een reactie