AI en werkgelegenheid: de kanarie fluit nog, maar…

We hebben het al vaak gehoord: AI gaat onze jobs afpakken. Of net niet, zeggen anderen: het gaat alleen maar ons werk makkelijker maken. Tot nu toe bleef dat vooral koffiedik kijken. Maar een nieuwe studie van Erik Brynjolfsson en collega’s (Stanford) brengt eindelijk harde cijfers op tafel – en die zijn niet niks.

Ze doken in de loondata van miljoenen Amerikanen en keken: wie werkt waar, en wat is er gebeurd sinds generatieve AI (lees: ChatGPT en co) eind 2022 doorbrak? Het resultaat: jonge werknemers van 22 tot 25 in AI-gevoelige beroepen – denk softwareontwikkeling en klantendienst – zagen hun kansen op werk met zo’n 13% dalen. Hun oudere collega’s? Die bleven wél netjes aan boord.

Het zijn dus niet zozeer de banen zelf die verdwijnen, maar vooral de instroom van nieuwkomers die stokt. Salarissen blijven min of meer gelijk, maar de toegangspoort voor starters gaat dicht. Bedrijven houden liever vast aan wie ervaring heeft.

En er zit nog een belangrijk verschil: in sectoren waar AI vooral automatiseert, gaat het mis. Daar krimpt de werkgelegenheid voor jongeren. Maar waar AI taken aanvult in plaats van overneemt, zien de onderzoekers zelfs groei. De boodschap is duidelijk: AI als collega is oké, AI als vervanger is een probleem.

Waarom treft het net jongeren? Omdat AI vooral goed is in het repliceren van “boekkennis” – de theoretische bagage waarmee je de arbeidsmarkt opkomt. Wat AI veel minder goed kan, is de praktijkervaring, de shortcuts en de intuïtie die je pas na jaren opdoet. De onderzoekers vermoeden dat dit oudere werknemers net minder kwetsbaar maakt.

Het blijft opletten met grote conclusies. Dit is nog maar het begin, en andere factoren (pandemie, economische schokken) spelen ook mee. Maar de kanarie in de koolmijn fluit nog, maar hoe lang nog?. Wie vandaag als starter een carrière bouwt in een AI-gevoelige sector, merkt nu al dat de spelregels veranderd zijn.

Abstract van het onderzoek:

This paper examines changes in the labor market for occupations exposed to generative artificial intelligence using high-frequency administrative data from the largest payroll software provider in the United States. We present six facts that characterize these shifts. We find that since the widespread adoption of generative AI, early-career workers (ages 22-25) in the most AI-exposed occupations have experienced a 13 percent relative decline in employment even after controlling for firm-level shocks. In contrast, employment for workers in less exposed fields and more experienced workers in the same occupations has remained stable or continued to grow. We also find that adjustments occur primarily through employment rather than compensation. Furthermore, employment declines are concentrated in occupations where AI is more likely to automate, rather than augment, human labor. Our results are robust to alternative explanations, such as excluding technology-related firms and excluding occupations amenable to remote work. These six facts provide early, large-scale evidence consistent with the hypothesis that the AI revolution is beginning to have a significant and disproportionate impact on entry-level workers in the American labor market.

2 gedachten over “AI en werkgelegenheid: de kanarie fluit nog, maar…

Geef een reactie