Het Laatste Nieuws bracht gisteren een opvallend beeld: bijlesbedrijven die duizenden euro’s vragen om jongeren klaar te stomen voor het toelatingsexamen geneeskunde. Pakketten tot bijna 15.000 euro, privélessen aan 70 euro per uur. Voor sommige ouders een investering die ze vanzelfsprekend vinden, voor anderen simpelweg onhaalbaar. Daarmee schuift een oud spanningsveld opnieuw naar voren: is zo’n toelatingsproef een eerlijke selectie, of eerder een filter die bestaande ongelijkheid vergroot?
Wie het artikel leest, ziet twee verhalen door elkaar lopen. Aan de ene kant de studenten die vertellen dat bijlessen hen meer vertrouwen geven, dat ze strategisch leren omgaan met tijdsdruk en dat ze beter voorbereid aan de start verschijnen. Aan de andere kant de ouders die verzuchten dat hun kinderen zonder extra steun nét tekortkwamen, ondanks uitstekende prestaties in het secundair onderwijs. Het voelt voor velen als een ongelijke strijd: wie kan betalen, heeft meer kansen.
En dat is geen loutere perceptie. Recent internationaal onderzoek (Zie deze review studie van vorig jaar van French en collega’s) naar high-stakes examens in het hoger onderwijs laat zien dat toetsen waar veel belang mee samenhangt, vaak minder objectief zijn dan ze lijken. Ze meten niet alleen kennis en inzet, maar ook vaak de mate waarin studenten toegang hebben tot voorbereiding, tips of oefenmateriaal. Bovendien zijn er duidelijke aanwijzingen dat zulke examens sommige groepen systematisch benadelen: vrouwen die meer last hebben van examenangst, studenten uit lagere sociaaleconomische milieus of jongeren met een beperking die moeilijker functioneren onder tijdsdruk. Wat bedoeld is als een neutrale selectie, blijkt in de praktijk minder neutraal.
Dit alles volgt op het nieuws dat eerder dit jaar bekend raakte: bij het toelatingsexamen zijn verschillende pogingen vastgesteld om ChatGPT in te zetten. Dat maakt het plaatje nog complexer. Enerzijds zijn examens bedoeld als waterdichte filter, anderzijds blijkt de realiteit dat technologie nieuwe achterpoortjes creëert. Voeg dat samen met de commerciële industrie van bijlesbedrijven, en je krijgt een systeem waar niet enkel kennis en inzet bepalend zijn, maar ook geld, strategie en soms zelfs digitale valsspelerij.
Betekent dit dat we het toelatingsexamen moeten afschaffen? Zo eenvoudig is het niet. Het examen vervult wel degelijk een rol: de lat ligt hoog en de opleiding geneeskunde vraagt een stevige basis. Zonder filter dreigt de overinschrijving nog groter te worden en lopen studenten én opleidingen vast. De vraag is dus niet of er een selectie moet zijn, maar hoe we die zo eerlijk en relevant mogelijk maken.
En daar wringt het schoentje. High-stakes examens zoals dit zijn per definitie een momentopname. Eén dag, één kans, met zware consequenties. Dat verhoogt de stress, maar ook de druk om de toets zelf centraal te stellen in plaats van het leerproces. Dat is waarom commerciële spelers floreren: zij bieden niet zozeer inhoudelijke verdieping, maar vaak strategieën om met dat specifieke examen om te gaan. Van giscorrectie tot tijdmanagement, soms ver weg van wat het beroep van arts eigenlijk vraagt.
Ten eerste toont dit debat hoe moeilijk het is om selectie eerlijk en efficiënt te combineren. Het beleid doet zeker inspanningen: elk jaar publiceert men oefenmateriaal en voorbeeldvragen, en in de test zitten naast kennisvragen ook redeneer- en inzichtsvragen. Toch zien we dat dit onvoldoende is om de snelle groei van commerciële bijlesbedrijven tegen te houden. Dat suggereert dat er nog een kloof bestaat tussen de officiële voorbereiding en de noden of verwachtingen van veel studenten en ouders.
Ten tweede is het goed om na te denken over de vorm van het examen. Een eenmalige, zwaarwegende toets blijft een high-stakes moment, met alle stress en strategisch gedrag van dien. Er bestaan alternatieven of aanvullingen – zoals gespreide evaluatie, meerdere toetsmomenten, of een bredere mix van kennis- en vaardigheidstoetsen – die de druk kunnen verlagen zonder de lat te verlagen.
Ten derde kunnen flankerende maatregelen het speelveld gelijker maken. Denk aan een ruimer publiek aanbod van oefenmodules, meer transparantie over slaagpercentages, of ondersteuning vanuit secundaire scholen om leerlingen systematisch klaar te stomen. Dat kan de nood aan dure privélessen deels opvangen. Dit is trouwens een uitdaging niet enkel voor deze toegangsexamens.
Een vierde punt gaat over de kwestie van fraude en nieuwe technologie. De recente vaststellingen rond ChatGPT maken duidelijk dat klassieke examenformats kwetsbaar zijn. Dat betekent niet dat het hele systeem fout is, maar wel dat we moeten blijven nadenken over toetsvormen die moeilijker te vervalsen zijn en tegelijk beter aansluiten bij wat we echt belangrijk vinden voor toekomstige artsen: redeneren, communiceren en problemen oplossen.
Tot slot: het zou te gemakkelijk zijn om bijlessen of hulpmiddelen per definitie af te doen als ‘vals spel’. Voor sommige studenten zijn ze een vorm van steun of houvast, voor anderen een luxeproduct. Ik pleit al langer voor tutoring wegens net meer gelijkmakend. Maar het feit dat de voorbereiding op een toelatingsproef is uitgegroeid tot een miljoenenindustrie, zou ons wel moeten wakker schudden. Als de toegang tot een opleiding die van maatschappelijk belang is – want we hebben artsen nodig – steeds meer afhangt van de portemonnee van de ouders of van wie de slimste AI-truc kent, dan komt het principe van gelijke kansen serieus onder druk te staan.
Pingback: Dit was het onderwijsnieuws… Rinke en ik kijken terug op september 2025 met oa Balder, muzische doelen, fraude, rekenoorlogen en lessen uit Engeland | X, Y of Einstein?