Maar juf, maar meester: heeft u AI gebruikt?

“Maar juf, maar meester: heeft u AI gebruikt?”
Dat zou weleens de nieuwe vraag van deze generatie studenten kunnen worden. En eerlijk: ze hebben er reden toe. Want waar leraren en docenten zich zorgen maken over studenten die ChatGPT gebruiken, blijkt uit recent onderzoek dat studenten net zo goed het vertrouwen in hun leraren verliezen door… hoe leraren met AI omgaan. Ik kwam op het spoor van deze studie via een gast blog van Greg Toppo bij Larry Cuban.

In haar studie bij de Education University of Hong Kong onderzocht Jiahui Luo (Jess) hoe studenten vandaag vertrouwen (of wantrouwen) ervaren in een tijd waarin generatieve AI deel is geworden van de beoordelingspraktijk. Wat betekent “vertrouwen” nog, als je je werk moet indienen mét een AI-verklaring én de chatgeschiedenis met ChatGPT, terwijl je geen idee hebt hoe je docent daarmee omgaat?

Een angstige generatie studenten

Luo sprak elf studenten (meestal toekomstige leraren) over hun ervaringen met AI in hun opdrachten. Hun reacties waren opvallend eensluidend: angst.
“Ik gebruik geen enkele AI-tool meer, zelfs Grammarly niet,” zei één student. “Straks denkt de docent dat ik vals speel.”

De universiteit waar het onderzoek plaatsvond, verplicht studenten om elk gebruik van AI te melden. Maar hoe die informatie precies wordt beoordeeld, blijft vaak vaag. Studenten weten niet of eerlijkheid beloond wordt of juist tegen hen kan werken. Een van hen verwoordde het scherp:

“Als ik mijn AI-gebruik eerlijk vermeld, wie zegt dat ik daar niet op word afgerekend?”

Het resultaat? Veel studenten nemen het zekere voor het onzekere en vermijden AI volledig. Niet omdat ze denken dat het verkeerd is, maar omdat ze hun docent niet vertrouwen.

Vertrouwen is geen éénrichtingsverkeer

Wat Luo blootlegt, is een asymmetrie: studenten moeten transparant zijn over hun AI-gebruik, maar docenten zelden over het hunne. Terwijl studenten hun prompts moeten tonen, blijft voor hen onduidelijk of docenten zelf AI gebruiken bij het beoordelen, of hoe ze AI-scores van Turnitin interpreteren.

Luo noemt dat gebrek aan “two-way transparency” een fundamentele oorzaak van wantrouwen.

“Wanneer transparantie enkel van studenten wordt verwacht, voelt dat als toezicht, niet als samenwerking.”

De lat voor docenten ligt hoger

Een tweede opvallende bevinding: studenten verwachten meer van hun docenten dan vroeger. Niet enkel vakinhoudelijke expertise, maar ook AI-geletterdheid. Ze willen leraren die de technologie begrijpen, genuanceerd over de voor- en nadelen kunnen praten en rechtvaardige beoordelingsvormen ontwerpen die niet zomaar door een chatbot te produceren zijn.

“Mijn professor liet ons ChatGPT-antwoorden kritisch analyseren in de les,” vertelde een student. “Daardoor voelde ik me veilig om AI ook zelf te gebruiken.”
Een ander noemde het “hypocrisie” dat docenten AI verbieden, terwijl hun eigen cursusbeschrijving volgens een AI-detector “duidelijk met ChatGPT was geschreven.”

Vertrouwen vraagt moed – van beide kanten

De kern van Luo’s onderzoek is even eenvoudig als confronterend: zonder kwetsbaarheid is er geen vertrouwen.
Studenten durven zich pas openstellen als ze geloven dat hun docent dat ook doet.
In een tijd waarin AI detectie, regels en controle overheersen, is dat geen vanzelfsprekendheid meer.

Of zoals Luo het samenvat: we hebben leraren nodig die niet alleen uitleggen wat mag met AI, maar ook tonen hoe zij zelf omgaan met die onzekerheid.

Kort gezegd: studenten vragen niet om laissez-faire beleid, maar om eerlijkheid, wederkerigheid en menselijkheid. En misschien is de vraag “Heeft u AI gebruikt?” minder brutaal dan ze lijkt. Misschien is ze gewoon de nieuwste versie van wat onderwijs altijd al drijft: vertrouwen.

Een gedachte over “Maar juf, maar meester: heeft u AI gebruikt?

  1. Pingback: AI in onderwijs: waarom risico’s nu zwaarder wegen dan beloften

Geef een reactie