Het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) heeft opnieuw een uitgebreid rapport klaar, Jong in de stad 3, waarin ze de leefwereld van jongeren in Brussel, Antwerpen en Gent in kaart brengen. Het gaat om een verdiepende analyse van de JOP-monitor 2023, specifiek voor de grootstedelijke context. De gegevens zelf zijn dus niet van gisteren. De vragenlijst werd in het voorjaar van 2023 afgenomen. Maar het rapport biedt wel een bijzonder rijk beeld van jongeren in de stad.
Voor alle duidelijkheid, de onderzoekers willen niet weten “waar jongeren het best af zijn”, maar hoe divers en complex die grootstedelijke leefwereld is. En dat is precies wat ze laten zien.
In Brussel, bijvoorbeeld, spreekt slechts 14% van de jongeren thuis altijd Nederlands. In Antwerpen is dat ongeveer 40%, in Gent en de rest van Vlaanderen rond de 60%. Brussel valt ook op andere vlakken op: 18% van de jongeren zegt dat het gezin moeilijk rondkomt, en op bijna alle indicatoren van materiële deprivatie scoren Brusselse jongeren lager. Tegelijk rapporteren jongeren in de grootstad vaker dat ze te maken krijgen met lastigvallen op straat, diefstal of online intimidatie.
Toch is het beeld niet alleen somber. De meeste jongeren, waar ze ook wonen, geven hun levenstevredenheid een zes op tien. Jongeren in Antwerpen scoren net iets hoger op veerkracht, en over het algemeen voelen jongeren zich vrij positief over hun school en leerkrachten. Zo’n 70% zegt dat hun ouders minstens wekelijks naar hun problemen luisteren, en dat blijft een geruststellende constante.
Wat opvalt in het rapport is dat er wel verschillen zijn tussen jongeren in de drie steden, maar dat je die niet zomaar aan de steden zelf kunt toeschrijven. Brussel en Antwerpen hebben een jongere en meer diverse bevolking, Gent is wat homogener. Zulke demografische en socio-economische verschillen beïnvloeden hoe jongeren hun leven ervaren. Daarom benadrukken de onderzoekers dat het rapport vooral bedoeld is als een foto van de realiteit. Het is geen poging om oorzaken te zoeken of beleid te beoordelen. Wel is het een vertrekpunt voor gesprek, niet voor een ranglijst.
Een laatste interessant detail: ongeveer vier op de tien jongeren zijn actief in een vereniging, en één op vier doet aan vrijwilligerswerk. Jongeren zoeken vooral ontspanning en vriendschap in hun vrije tijd, minder vaak “iets doen voor de samenleving”, maar misschien is dat ook typisch voor hun leeftijd.
Wat dit rapport ook duidelijk maakt, is dat grootstedelijke jongeren niet zomaar een doorsnede vormen van de Vlaamse jeugd. Steden als Brussel, Antwerpen en Gent zijn jonger, diverser en sociaaleconomisch ongelijker dan de rest van Vlaanderen. De verschillen zitten dus niet alleen in afkomst of taal:
- maar ook in woon- en werkomstandigheden,
- in de sociale mix op school
- en in vrijetijdskansen.
Samengevat: de stad vergroot contrasten. Er is meer kansarmoede, maar er is ook meer culturele en sociale dynamiek. Dat maakt het leven van jongeren er tegelijk uitdagender en rijker.
Wie werkt met jongeren in de stad, vindt in dit rapport een schat aan inzichten. Je leert bij over school, vrije tijd, welzijn, engagement en de kleine én grote verschillen tussen Brussel, Antwerpen, Gent en de rest van Vlaanderen. En tegelijk een stille boodschap: beleid begint bij luisteren, niet bij vergelijken.