Toen Sesamstraat in 1969 voor het eerst op televisie kwam, fronste menig criticus de wenkbrauwen. Mediafilosoof Neil Postman vatte het argwanend samen: televisie was volgens hem geen medium voor onderwijs, maar voor vermaak. In Amusing Ourselves to Death (1985) schreef hij dat kinderen via Sesamstraat vooral leerden dat leren leuk moest zijn. En dus, zo vreesde hij, oppervlakkig. Ik raad studenten het boek veertig jaar na datum nog altijd aan. Ze schrikken vaak hoe actueel Postman nog steeds is.
En toch: zelden is een televisieprogramma zó grondig onderzocht. Nu de serie, na meer dan vijftig jaar, ook naar Netflix komt, is het een goed moment om even terug te kijken: wat weten we eigenlijk over het effect van Sesamstraat?
Van experiment tot wereldwijd onderzoek
Om dat te weten te komen, werd elk fragment vooraf getest op kinderen. Die systematische samenwerking tussen pedagogen, psychologen en televisiemakers werd later bekend als het CTW-model. Zo werd het genoemd naar de Children’s Television Workshop, het productiehuis achter de reeks.
Dat model was revolutionair: onderzoekers zaten letterlijk naast de scenaristen. Elke sketch, elk liedje en elk muppetscène werd vooraf getest op begrijpelijkheid, aandacht en leeropbrengst (formative research). Wat niet werkte, vloog eruit. Daarna volgde telkens onafhankelijk onderzoek (summative research) om te meten of kinderen er effectief iets van leerden.
Dat proces van creatieve intuïtie naar empirische toetsing, maakte Sesamstraat in feite tot echt een vroege vorm van evidence-informed ontwerp. Het CTW-model werd later nagevolgd door tal van educatieve programma’s en digitale leeromgevingen, van Blue’s Clues tot sommige hedendaagse edutainment-apps.
De cijfers spreken
In de eerste jaren publiceerde het Amerikaanse Educational Testing Service (ETS) al tientallen studies. De conclusie na twintig jaar onderzoek (Murphy, 1991): kinderen die regelmatig naar Sesamstraat keken, scoorden significant beter op taal, rekenen en schoolrijpheid. De effecten waren het grootst bij kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen. Deze bleven meetbaar tot tien jaar later.
Een overzicht van dertig jaar onderzoek (Fisch, Truglio & Cole, 1999) kwam tot dezelfde conclusie: Sesamstraat had blijvende positieve effecten op lezen, wiskunde en sociale vaardigheden, zowel in de VS als in internationale coproducties zoals Plaza Sésamo (Mexico) of Sisimpur (Bangladesh).
Een meta-analyse van Mares en Pan (2013), met data uit vijftien landen en meer dan tienduizend kinderen, bevestigde dat beeld. De gemiddelde effecten waren significant positief voor drie domeinen: cognitieve vaardigheden (zoals taal en rekenen), kennis over de wereld (zoals gezondheid en veiligheid), en sociale attitudes (zoals empathie en respect voor anderen). Zelfs in landen waar minder dan 10 % van de kinderen naar de kleuterschool ging, bleek Sesamstraat een van de weinige bronnen van systematische, cognitieve stimulatie.
Meer dan letters en cijfers
Wat Sesamstraat bijzonder maakt, is dat het altijd méér wilde zijn dan een tel- en letterschooltje. In Kosovo leerde het kinderen respect voor elkaars taal; in Zuid-Afrika sprak het openlijk over hiv; in de VS hielp het jonge kijkers omgaan met rouw of een ouder in detentie. Die thema’s werden niet willekeurig gekozen, maar ontwikkeld met lokale onderzoekers en getest met doelgroepen. Het is iets wat vandaag vanzelfsprekend lijkt, maar toen baanbrekend was. Of wacht, misschien is het vandaag net weer iets minder vanzelfsprekend?
En het onderzoek stopt niet
Ook nu, meer dan vijftig jaar na de eerste uitzending, blijft Sesamstraat een onderwerp van onderzoek. In 2024 publiceerden Shalom Fisch, Kathy Hirsh-Pasek en collega’s bijvoorbeeld een nieuwe experimentele studie naar de nieuwste seizoenen van Sesame Street, waarin probleemoplossend denken centraal stond. Meer dan honderd kleuters keken naar afleveringen met de slogan “I wonder, what if, let’s try!”.
De resultaten waren opvallend: kinderen die de afleveringen meerdere keren zagen, gebruikten nadien meer verschillende strategieën om problemen op te lossen en werden sneller in hun aanpak. Dit was ook zo bij nieuwe taken die ze nooit eerder hadden gezien. Ze leerden dus niet simpelweg de juiste antwoorden, maar het denkproces zelf.
Het onderzoek bevestigt wat Sesamstraat al sinds 1969 aantoont: goed ontworpen educatieve media kunnen méér doen dan kennis overdragen. Ze kunnen jonge kinderen leren denken, proberen, falen en opnieuw beginnen. Juist, precies dat waarvan Postman dacht dat televisie er niet toe in staat was..
Bronnen (puur een selectie, als illustratie, hét boek over Semastreet onderzoek ontbreekt in deze lijst omdat ik het niet meer kon terugvinden in mijn eigen boekenkasten hier thuis.)
Choi, K. (2021). Sesame Street: Beyond 50. Journal of Children and Media, 15(4), 597–603.*
Fisch, S. M., Fletcher, K., Abdurokhmonova, G., Davis, L., Hirsh-Pasek, K., & colleagues. (2024). “I wonder, what if, let’s try”: Sesame Street’s playful learning curriculum impacts children’s problem-solving. Journal of Children and Media, 18(3), 334–350.
Fisch, S. M., Truglio, R. T., & Cole, C. F. (1999). The impact of Sesame Street on preschool children: A review and synthesis of 30 years’ research. Media Psychology, 1(2), 165–190.*
Mares, M.-L., & Pan, Z. (2013). Effects of Sesame Street: A meta-analysis of children’s learning in 15 countries. Journal of Applied Developmental Psychology, 34(3), 140–151.*
Murphy, R. T. (1991). Educational effectiveness of Sesame Street: A review of the first twenty years of research. ETS Research Report Series.