Wie kleine kinderen heeft of in het eerste leerjaar les geeft, ziet het elk jaar gebeuren: ergens tussen vijf en zeven lijkt er een turbo te komen op rekenen en lezen bij een kind. In een paar maanden tijd gaan sommige kinderen van nauwelijks letters herkennen naar eenvoudige woorden lezen, en van tellen-met-vingers naar echte bewerkingen. We weten dat school daar iets mee te maken heeft, maar hoe groot is het effect precies? En is het vooral leeftijd of toch de impact van onderwijs en formele instructie? Een discussie dus tussen les geven en rijping, als het ware.
Een nieuwe studie van drie Leuvense onderzoekers, Floor Vandecruys, Maaike Vandermosten en Bert De Smedt, geeft een helder en verrassend onderbouwd antwoord op die vragen. Ze gebruikten een elegant quasi-experimenteel ontwerp: het schoolcutoff-design. Dat klinkt technisch, maar het idee is eenvoudig. Ze maken gebruik van iets wat we in het onderwijs vanzelfsprekend vinden, maar waar we zelden bij stilstaan. Omdat kinderen net voor of net na een vaste geboortedatum mogen starten in het eerste leerjaar, zijn er groepen vijfjarigen die quasi even oud zijn maar een heel verschillende hoeveelheid schoolervaring hebben. Op die manier kun je dus het effect van “ouder worden” scheiden van het effect van “naar school gaan”.
In hun studie volgden ze 144 Vlaamse kinderen van het einde van de kleuterklas tot een jaar later. Waarbij dus de ene helft in het eerste leerjaar zat en de andere helft nog een jaar kleuteronderwijs kreeg. En de resultaten zijn opvallend. De onderzoekers vinden sterke en consequente effecten van formele schooling op lezen: letterkennis en fonologisch bewustzijn. Vooral woordlezen schiet vooruit bij kinderen die al in het eerste leerjaar zitten. Dat bevestigt wat we al lang vermoedden: leren lezen is extreem gevoelig aan expliciete, gestructureerde instructie. Leeftijd alleen kan die sprongen dus niet verklaren.
Voor wiskunde ligt het genuanceerder. Schooling heeft zeker ook een effect op rekenen, cijferherkenning en symbolische vergelijkingstaakjes. Maar een andere basisvaardigheid, numerical ordering blijkt nauwelijks verder te groeien door het eerste leerjaar. Dit is weten welke getallen logisch op elkaar volgen. En voor je denkt dat dit komt omdat ze er nog niet aan toe zijn: de grote vooruitgang gebeurde al in de kleuterklas. Dat maakt de conclusie extra interessant: sommige rekenvaardigheden zijn in de vroege kindertijd sterk afhankelijk van de omgeving en interacties in de kleuterschool, terwijl andere pas later echt bloeien door formele instructie.
Dat levert ook een merkwaardige asymmetrie op tussen domeinen. Voor lezen zijn de schooling-effecten groot tot zeer groot, voor rekenen klein tot middelgroot. Lezen lijkt dus op het moment van schoolstart veel afhankelijker van wat er in de klas gebeurt. Rekenen is meer gespreid over twee contexten: eerst een fundament in het kleuteronderwijs, dan versnelling door expliciet onderwijs.
De studie herinnert ons ook aan iets eenvoudigs maar cruciaals: leeftijd alleen verklaart niet wat kinderen kunnen. Twee vijfjarigen kunnen even oud zijn en toch een totaal andere leerervaring hebben gehad. Net daarom is een design dat schooling en rijping uit elkaar haalt zo waardevol.
Dat het onderzoek in Vlaanderen werd uitgevoerd, maakt het nog relevanter voor ons beleid. In een kleutersysteem waar bijna alle kinderen aanwezig zijn maar formele instructie eerder beperkt blijft, ontstaan verschillen in vaardigheden die pas later door het eerste leerjaar opnieuw worden beïnvloed. De bevinding dat sommige basisvaardigheden al in de kleuterklas sterk gevormd worden, pleit opnieuw voor kwaliteitsvol, rijk kleuteronderwijs . En de sterke effecten op lezen onderstrepen hoe cruciaal systematische instructie in het eerste leerjaar blijft.
De studie van Vandecruys, Vandermosten en De Smedt is daarmee een mooi voorbeeld van hoe zorgvuldig design en contextkennis samen nieuwe inzichten kunnen opleveren. Ze toont hoe lees- en rekenvaardigheden elk hun eigen gevoeligheid hebben voor leeftijd, ervaring en instructie. En ze herinnert ons eraan dat onderwijs geen vanzelfsprekend achtergronddecor is, maar een krachtige ontwikkelingsmotor, al werkt die motor niet overal op dezelfde manier.
Pingback: Pedro en RInke blikken terug op onderwijsnieuws van dec 2025