Is afwezig zijn op school besmettelijk?

Het klinkt misschien als het soort vraag die je eerder aan de koffiemachine stelt dan in een wetenschappelijk artikel. Een lesdag missen, dat is toch iets individueels? Een kind is ziek. Of beter: heeft geen zin. Of er speelt thuis van alles. Allemaal waar. En tegelijk blijkt dat verhaal onvolledig.

Een recente studie van Jacob Kirksey en collega’s in American Educational Research Journal keek niet naar scholen in het algemeen, of naar de invloed van gezinnen, maar naar iets veel kleiners wat vaak over het hoofd wordt gezien: wat gebeurt er in een klas wanneer leerlingen afwezig zijn? En vooral: wat doet dat met de anderen?

De onderzoekers analyseerden miljoenen aanwezigheidsregistraties van leerlingen in het vierde en vijfde leerjaar in Texas, dag per dag. Echt op klasniveau. Wat ze vonden, is ongemakkelijk eenvoudig. Als er op een dag meer klasgenoten afwezig zijn, stijgt de kans dat een leerling de dag erna zelf afwezig is. Geen klein randverschijnsel, maar een duidelijk en robuust effect. Wanneer ongeveer tien procent van de klas ontbreekt, verdubbelt bijna de kans dat een andere leerling de volgende dag ook niet zal komen.

En voor je denkt, ze zijn ziek en staken elkaar aan, dat effect blijft bestaan wanneer je ziektegevallen eruit filtert. Het gaat dus niet simpelweg om besmetting door griep of verkoudheid. En het maakt ook niet uit of de afwezige leerlingen sterk of zwak presteren. Het idee dat vooral het wegvallen van ‘moeilijke’ of ‘zwakke’ leerlingen de klas ontregelt, houdt hier geen stand. Afwezigheid op zich doet ertoe.

Nu het frustrerende: waarom dat zo is, kunnen de onderzoekers niet rechtstreeks meten. Ze schetsen wel een aannemelijk mechanisme. Een klas met veel afwezigen is een instabiele klas. De les vertraagt omdat leerlingen moeten worden bijgepraat. Routines worden onderbroken. De sociale dynamiek verandert. Voor sommige kinderen betekent dat extra onrust of stress. Voor ouders kan het aanvoelen alsof “er toch niet veel gebeurt vandaag”. En voor leerlingen zelf kan het de drempel verlagen om ook eens thuis te blijven. Niet bewust gepland, maar sluipend.

Wat ook opvalt: het effect houdt niet op na één dag. De verhoogde kans op afwezigheid blijft nog twee tot drie dagen nazinderen. Afwezigheid werkt dus niet alleen aanstekelijk, maar ook traag. Het is geen acute schok, eerder een verschuiving van wat normaal begint te voelen.

Dit onderzoek schuurt met een hardnekkige reflex in het debat over schoolafwezigheden. We zoeken de oorzaak vaak exclusief bij het individu of het gezin. Dat is begrijpelijk, maar te beperkt. Aanwezigheid is ook een collectief fenomeen. Klassen hebben een soort fragiel evenwicht. Wanneer dat verstoord raakt, voelen alle leerlingen dat, ook zij die wél elke ochtend braaf komen opdagen.

Dat betekent niet dat de oplossing simpel is. Meer controle of strengere sancties gaan dit niet oplossen. Integendeel. De studie suggereert eerder dat stabiliteit cruciaal is. Hoe vang je afwezige leerlingen op zonder de hele klas te vertragen? Hoe zorg je ervoor dat terugkeer na afwezigheid geen extra chaos veroorzaakt? En hoe ondersteun je leerkrachten daarin, zodat zij niet voortdurend moeten schakelen tussen bijspijkeren en voortdoen?

Een lesdag missen is dus niet besmettelijk zoals een virus dat is. Maar het gedraagt zich wel als een sociaal fenomeen. En dat maakt het meteen een gedeelde verantwoordelijkheid. Niet alleen van ouders en leerlingen, maar van klassen, scholen en systemen. Wie aanwezigheid ernstig neemt, moet ook durven kijken naar wat er gebeurt wanneer iemand er níét is.

Geef een reactie