Een langere update over de Southern Surge

Af en toe is het goed om terug te komen op een verhaal waarover ik eerder schreef. Niet omdat het verkeerd was, maar omdat nieuwe inzichten of kritische analyses het beeld rijker maken. In oktober schreef ik over de Southern Surge, een term die gebruikt werd voor opvallende prestatieverbeteringen in enkele zuidelijke staten van de VS. Ik focuste toen vooral op het argument dat kennisrijke curricula kunnen bijdragen aan beter begrijpend lezen. Dat punt blijft overeind, maar het bredere verhaal achter die resultaten blijkt complexer. Daarom deze update. Ik raadpleegde een pak meer bronnen dan waar ik hier naar link, maar via de linken krijg je per staat wel de essentie mee.

Wat was die Southern Surge ook alweer?

Het begrip verwijst naar een groep zuidelijke staten die de voorbije jaren vooruitgang boekten op de NAEP toets voor lezen in het vierde leerjaar. Mississippi kreeg daarbij het meeste aandacht, omdat de stijging daar het spectaculairst was. Maar meestal worden vier staten samen genoemd: Mississippi, Louisiana, Tennessee en Alabama. Soms komt Florida erbij als voorloper.

Dat gezamenlijke succes werd een argument in het debat over phonics enerzijds en kennisrijke curricula anderzijds: misschien tonen deze staten dat het werkt om systematisch te investeren in achtergrondkennis en taalrijk onderwijs.

Maar wie de recente analyses bekijkt, ziet dat de realiteit genuanceerder is. De Southern Surge is geen monolithisch succesverhaal, en daarom is het belangrijk de verschillende staten apart te bekijken.

Mississippi: van miracle naar vraagteken

Mississippi zette me aan tot het schrijven van deze blogpost. De voorbije weken verscheen een scherpe kritiek op de zogenaamde Mississippi Miracle. De auteurs wijzen op een mogelijk belangrijk selectie-effect. Mississippi hanteert namelijk sinds kort een streng retentiebeleid: zwakke lezers mogen het derde leerjaar niet verlaten. Daardoor neemt een deel van de zwakste leerlingen niet deel aan de NAEP test in het vierde leerjaar. De gemiddelde score stijgt dan automatisch, zonder dat het lesgeven noodzakelijk fundamenteel beter wordt.

Dat betekent niet dat er geen echte vooruitgang is in Mississippi. Wel dat de spectaculaire sprong met voorzichtigheid moet worden geïnterpreteerd. De winst in hogere jaren, zoals het achtste leerjaar, is bovendien erg beperkt. Het is natuurlijk mogelijk dat effecten op langere termijn moeten groeien, maar het uitblijven van verbetering in hogere jaren is precies wat sommige critici net als aanwijzing voor selectie-effecten beschouwen. En in wiskunde blijft Mississippi onderaan bengelen. Het beeld van een homogeen mirakel is dus niet houdbaar.

Maar wat met de andere staten uit de Southern Surge? Die zijn minstens even interessant of mogelijks zelfs relevanter.

Louisiana: vooruitgang, maar gematigd

Louisiana laat wel degelijk verbetering zien in lezen in het vierde leerjaar, maar die stijging is minder uitgesproken dan in Mississippi. Dat hoeft geen nadeel te zijn. Louisiana heeft geen streng retentiebeleid en vertoont dus minder risico op kunstmatige scoreverhoging.

De resultaten zijn gemengd. De vooruitgang is er vooral in lagere jaren. De sprong naar het achtste leerjaar is veel kleiner. Tegelijk heeft Louisiana beleidsmaatregelen genomen rond curriculumcoherentie en lerarenontwikkeling die best betekenisvol zijn. De verbeteringen lijken daardoor iets robuuster, al blijven ze bescheiden.

Tennessee: een trager maar waarschijnlijk realistischer verhaal

Tennessee is in veel analyses een van de meest consequente stappers binnen de Southern Surge. De vooruitgang in het vierde leerjaar is er, zowel in lezen als wiskunde, al zijn de effecten kleiner. Meer nog: hun scores daalden níet zoals in veel andere staten, en dat is op zich al een prestatie. Belangrijk is dat ook Tennessee geen grote selectiepoorten hanteert.

Net zoals in de andere staten blijft het moeilijk om dezelfde winst in het achtste leerjaar terug te vinden. Dat wijst erop dat systeemverbeteringen in de vroege jaren werken, maar (nog) niet automatisch doorwerken. Toch lijkt Tennessee eerder een verhaal van echte, stap voor stap opgebouwde vooruitgang.

Alabama: niet spectaculair, wel interessant

Alabama wordt minder vaak genoemd, maar hoort wel degelijk bij de groep. Ook hier zijn er verbeteringen in het vierde leerjaar, maar de cijfers schommelen sterk. De vooruitgang is reëel, maar kleiner. De staat heeft vooral ingezet op professionalisering en leesinterventies, maar zonder de strenge retentie van Mississippi.

Dat maakt Alabama misschien een van de eerlijkste casussen. De cijfers zijn minder flitsend, maar ook minder vatbaar voor vertekening.

Wat leren we hieruit?

Als je alle Southern Surge staten samen bekijkt, valt één ding op. De winst is vooral zichtbaar in het vierde leerjaar. De sprong naar het achtste leerjaar is zwak of afwezig. Dat suggereert dat vroege interventies kunnen werken, maar dat blijvende groei meer vraagt dan alleen leesbeleid. Het doet me denken aan James Heckman die benadrukt dat vroege winst alleen duurzaam wordt als ze gevolgd wordt door consistente investeringen in latere leerjaren.

Er is ook geen eenduidig recept. De staten verschillen sterk in demografie, testcultuur, schoolstructuur en beleid. Wat hen wel bindt, is dat ze inzetten op structuur, curriculumcoherentie, professionalisering en expliciete aandacht voor taal en kennis.

Maar de Southern Surge is geen wonder. Het is een verzameling van kleine, soms fragiele evoluties, waarvan één staat mogelijks te spectaculair werd voorgesteld.

Waarom deze update?

Als wetenschapper vind ik het belangrijk om niet alleen voorbeelden te delen die passen in een verhaal, maar ook de nuances die het verhaal completer maken. De Southern Surge blijft volgens mij zeer interessant. Dit is zeker zo voor wie nadenkt over leesbeleid en kennisopbouw. Maar zoals ik al vaak schreef: we moeten zorgvuldig blijven in het gebruik van internationale voorbeelden.

Geef een reactie