Wie ooit in een online vergadering heeft gezeten met ondertussen een mail open, een document dat “even snel” nagekeken moest worden en misschien nog een chatbericht dat binnenliep, zal het gevoel herkennen: druk bezig, maar aan het einde van de meeting toch vooral moe. Een nieuwe studie van Frontzkowski en collega’s, eerder dit jaar verschenen in Computers in Human Behavior Reports, laat zien dat dat gevoel niet zomaar subjectief is. Multitasken tijdens videomeetings maakt ons niet alleen vermoeider, het maakt ons ook aantoonbaar minder goed in wat we doen
Dat resultaat zou eigenlijk niemand mogen verbazen. Jaren geleden schreef ik samen met Paul Kirschner al een wetenschappelijk artikel over multitasken, waarin we lieten zien dat mensen cognitief helemaal niet in staat zijn om meerdere aandachtvragende taken tegelijk uit te voeren. Wat we multitasken noemen, is in werkelijkheid snel schakelen, met onvermijdelijk verlies aan kwaliteit en efficiëntie. Dat inzicht is ondertussen stevig onderbouwd in de cognitieve psychologie, maar in de praktijk blijkt het hardnekkig moeilijk om ernaar te handelen, zeker in digitale contexten. En voor iedereen die dit leest tijdens een online meeting: je staat nu voor een dilemma. Verder lezen of opletten.
De nieuwe studie maakt dat abstracte punt opnieuw zeer concreet, en doet dat op een sterke manier met twee complementaire onderzoeken. In een eerste experiment moesten deelnemers een videomeeting volgen en notities maken. De helft kreeg er tegelijk een tweede taak bij: een tekst corrigeren die zogezegd dringend was. Dat is geen kunstmatige setting. Het lijkt verdacht veel op hoe online vergaderen er in het dagelijkse werk vaak uitziet.
Het resultaat is opvallend consistent. De deelnemers die multitaskten, werden op vrijwel alle dimensies meer vermoeid dan wie zich op één taak kon richten. Niet alleen de algemene vermoeidheid nam toe, maar ook motivatie, emotionele uitputting en sociale vermoeidheid. Zelfs visuele vermoeidheid steeg, al was dat effect minder robuust. De studie laat zien dat multitasken niet zomaar een bijkomstigheid is, maar een duidelijke versterker van wat we ondertussen kennen als videoconferentievermoeidheid.
Minstens even belangrijk is wat er met de prestaties gebeurde. Objectief gemeten deden multitaskers het duidelijk slechter. Hun notities waren minder volledig en ze vonden aanzienlijk minder fouten in de tekst. Dat is precies wat je verwacht op basis van de cognitieve belastingstheorie van Sweller. Twee taken die allebei beroep doen op aandacht, taalverwerking en werkgeheugen, concurreren met elkaar. Het brein kan dat niet oplossen door “even efficiënter” te werken.
Interessant is dat de deelnemers dit deels ook aanvoelden. In tegenstelling tot het populaire idee dat multitasken een vals gevoel van productiviteit geeft, beoordeelden multitaskers hun eigen prestaties niet hoger. Ze schatten zichzelf zelfs iets lager in. Maar die zelfkritiek bleef beperkt in vergelijking met de werkelijke prestatiedaling. Mensen voelen dus wel dat multitasken niet ideaal is, maar onderschatten structureel hoe groot het effect echt is. Dat zagen Paul Kirschner en ik ook al in eerder werk: het probleem is niet totale blindheid, maar systematische onderschatting.
De tweede studie, die deelnemers meerdere weken volgde tijdens echte online seminars, bevestigt het patroon. Wie vaker multitaskte, rapporteerde meer algemene, emotionele, sociale en motivationele vermoeidheid. Het verband met visuele vermoeidheid was hier minder uitgesproken, wat erop wijst dat niet alle vormen van vermoeidheid dezelfde oorzaken hebben. Maar de kern blijft overeind: multitasken tijdens videomeetings is geen neutrale keuze.
Wat deze studie sterk maakt, is dat ze het probleem niet moraliseert. Het gaat niet over gebrek aan discipline of motivatie, maar over de grenzen van het menselijk cognitief systeem. Videomeetings vragen op zichzelf al meer mentale inspanning dan fysieke gesprekken. Voeg daar taakwissels aan toe, en je verhoogt de belasting verder. Dat maakt multitasken tijdens online vergaderingen geen efficiëntiehack, maar een structurele stressor.
Voor onderwijs, beleid en organisaties is dit geen detail. Als we online vergaderen blijven normaliseren, moeten we ook expliciet nadenken over hoe we die vergaderingen organiseren. Duidelijke doelen, kortere sessies, minder impliciete verwachtingen dat iedereen ondertussen ook nog “even andere dingen” afhandelt. Niet omdat mensen zich niet genoeg inspannen, maar omdat ze het juist wel proberen, tegen beter weten van hun brein in.
Misschien is dat de meest ongemakkelijke conclusie. Multitasken voelt actief, noodzakelijk en professioneel. Maar dat gevoel maskeert hoe duur het eigenlijk is. In online vergaderingen betalen we die prijs niet alleen met mindere prestaties, maar ook met vermoeidheid die zich opstapelt, meeting na meeting. En daar helpt geen extra to-dolijst tegen.
Duh