We geloven graag dat muziek de wereld verandert. Dat samen zingen gemeenschappen heelt. Dat een orkest in een achtergestelde wijk meer doet dan noten leren spelen. Wel, ik blijf daar vaak op hopen. En het klinkt intuïtief juist, moreel aantrekkelijk en misschien ook wel politiek bruikbaar. Maar wat bedoelen we eigenlijk wanneer we zeggen dat muziek zorgt voor “sociale transformatie”? En meten we dat wel goed?
Die vragen staan centraal in een recente grote overzichtsstudie van Noemy Berbel-Gómez, Lluís Ballester-Brage, Laura Serra-Marín en Júlia Mérida-Coli, verschenen in het tijdschrift Review of Education. De auteurs analyseerden 270 wetenschappelijke studies over zogenaamde community music-projecten, initiatieven waarbij mensen samen muziek maken in buurten, scholen, vluchtelingenkampen of sociale organisaties. Het uitgangspunt is duidelijk: muziek zou niet alleen individuele deelnemers helpen, maar ook bijdragen aan bredere sociale verandering. En dan komt er een ontnuchtering, maar niet op de manier waarop je denkt.
Wat blijkt? Het merendeel van het onderzoek richt zich namelijk eng op persoonlijke effecten. Meer zelfvertrouwen. Meer welzijn. Betere sociale vaardigheden. Een gevoel van erbij horen. Dat zijn waardevolle uitkomsten, zonder twijfel. Maar ze worden vaak snel vertaald naar grotere claims zoals betere integratie, sterkere gemeenschappen, sociale cohesie of zelfs empowerment. En daar begint het te wringen als je naar de wetenschap kijkt.
De auteurs laten namelijk zien dat “sociale transformatie” in de doorgenomen literatuur zelden scherp wordt gedefinieerd. In veel studies betekent het simpelweg dat deelnemers zich beter voelen of nieuwe contacten leggen. Dat is belangrijk, maar het is nog geen verandering op gemeenschapsniveau. Een persoon die zich sterker voelt, is niet automatisch een buurt die structureel verandert.
Bovendien zijn veel onderzoeken kleinschalig, lokaal en kwalitatief van aard. Interviews, observaties en casestudies domineren het veld. Dat levert rijke en vaak mooie verhalen op. Tegelijk maakt dit het moeilijk om algemene conclusies te trekken. Vaak ontbreekt een vergelijking met andere interventies of met situaties waarin geen muziekproject plaatsvindt. We weten dus zelden of muziek iets unieks doet, of vooral fungeert als een aangename context voor sociaal contact.
Maar het zwakste punt dat de review blootlegt, is dat collectieve processen vaak onderbelicht blijven. Hoe ontstaan duurzame netwerken? Blijven sociale banden bestaan als het project stopt? Veranderen machtsverhoudingen in een gemeenschap echt, of blijven ze grotendeels intact? Zulke vragen worden nauwelijks systematisch onderzocht. De focus blijft hangen bij individuele ervaringen zoals “ik voel me gehoord” of “ik hoor erbij”. Dat maakt de centrale claim kwetsbaar.
Berbel-Gómez en haar collega’s waarschuwen verder ook voor een zekere romantisering van muziek. Muziek is niet automatisch verbindend. Ze kan ook uitsluiten, verschillen benadrukken of bestaande normen bevestigen. In sommige contexten roept gezamenlijke muziek juist spanning op, of worden bepaalde groepen minder zichtbaar. Sociale processen zijn nooit eenduidig positief, en dat geldt ook voor muzikale praktijken.
Wat deze review vooral blootlegt, is een meetprobleem. We gebruiken grote woorden zoals integratie, empowerment en transformatie, maar hebben weinig robuuste kaders om ze te onderzoeken. Er is nood aan beter doordachte evaluaties die niet alleen kijken naar individuele gevoelens, maar ook naar groepsdynamiek, context en duurzaamheid.
Dat heeft ook beleidsimplicaties. Community music-projecten worden vaak gefinancierd vanuit het idee dat ze sociale problemen helpen oplossen. Dat kan best zo zijn. Maar dan moeten we ook eerlijk zijn over wat we weten en wat we niet weten. Anders riskeren we kunstprojecten op te zadelen met verwachtingen die ze niet kunnen waarmaken, of gebruiken we mooie verhalen als vervanging voor degelijk bewijs.
De conclusie van deze studie is daarom niet cynisch, maar volwassen. Muziek kan betekenisvol zijn. Ze kan mensen verbinden. Ze kan persoonlijke groei ondersteunen. Maar als we spreken over sociale transformatie, moeten we preciezer worden. Wat verandert er precies? Voor wie? Hoe lang? En waardoor?
Afbeelding: https://freesvg.org/childrens-choir-vector-image