Een paar maanden geleden stopte mijn Nest-thermostaat ermee. Niet met een knal of een foutmelding in hoofdletters, maar vrij geruisloos, na ettelijke mails. De app werkt niet meer zoals vroeger, bepaalde functies zijn verdwenen. De reden was even eenvoudig als ongemakkelijk: Google had beslist om de dienstverlening voor een reeks smart home-producten in Europa stop te zetten, waaronder Nest. Nu Google stopt wel vaker opeens met iets wat een massa mensen dagelijks gebruiken. De hardware doet het nog, maar zonder cloud, updates en ondersteuning blijft er weinig “smart” over. Een verhaal van bij mij thuis, maar tegelijk een perfect voorbeeld van onze digitale afhankelijkheid van technologie en wat er momenteel geopolitiek gebeurt.
Het is geen ramp. De verwarming kan nog aan en uit. Maar het moment bleef hangen. Niet omdat mijn thermostaat het begaf, wel omdat het zo’n concreet voorbeeld is van hoe afhankelijk we geworden zijn van technologie die niet van ons is, met steeds vaker afhankelijkheid van online ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan wat Bose recent deed met hun software.
Je koopt een toestel. Je installeert het. En je verbindt het met wifi. En ergens onderweg vergeet je dat je eigenlijk ook een abonnement neemt op beslissingen die elders worden genomen. In dit geval: ergens in Californië. Eén strategische keuze, en een perfect werkend apparaat verliest zijn betekenis.
Dat soort kleine ervaringen helpt ook om grotere discussies beter te begrijpen. Zoals waarom Frankrijk al langer inzet op technologische soevereiniteit. En waarom de nieuwe regering in Nederland nu ook expliciet wil kijken naar eigen technologie en eigen infrastructuur, liefst in Europees verband.
Ze hebben daar bijvoorbeeld al een eigen cloudomgeving voor onderwijs en onderzoek: SURFdrive. Geen commerciële hyperscaler, maar publieke infrastructuur. Minder flitsend misschien, maar wel onder publieke controle.
Als je dan kijkt naar hoe afhankelijk wij zijn, wordt het contrast scherp. Bijna alles draait op Amerikaanse platformen: Google, Microsoft, Amazon. Je wil niet weten hoeveel sites draaien op servers die eigendom zijn van die laatste. Van mail tot documenten, van leerplatformen tot vergadertools.
In het Vlaamse onderwijs is er trouwens één opvallende uitzondering: Smartschool. Een lokaal platform, ontwikkeld voor onze context, met eigen keuzes over data, privacy en continuïteit. Het is niet perfect, maar het bestaat binnen een andere logica dan “stoppen als het niet meer rendabel is”. Al draaien ze wellicht ook deels op software van Microsoft.
Mijn thermostaat is natuurlijk geen geopolitiek vraagstuk. Maar het is wel een klein huiselijk voorbeeld van een groter thema. Digitale afhankelijkheid blijft vaak abstract tot ze plots tastbaar wordt in iets banaals: verwarming, licht, toegang tot je eigen toestel.
We hebben de voorbije jaren vooral gekozen voor gemak en integratie. Alles slim, alles verbonden, alles in de cloud. Pas wanneer iets verdwijnt, zie je wat je eigenlijk hebt uitbesteed.
Ondertussen gebruik ik in mijn huis steeds meer open source-applicaties. Dat is geen probleem. Maar het idee dat technologie neutraal is, of vanzelf blijft bestaan, is er wel een beetje afgesleten. Soms heb je geen beleidsnota nodig om dat te beseffen. Soms volstaat een thermostaat die niet meer doet wat hij vroeger deed.