De voorbije maanden duikt het steeds vaker op in kranten en commentaren in Nederland: jongeren zouden opnieuw religieus worden. Kerken die meer jongeren zien, moskeeën die voller zitten, verhalen over zingeving in onzekere tijden. Het klinkt als een trendbreuk na decennia van secularisering. Gisteren stelden de onderzoekers van het Jeugdonderzoeksplatform in De Wereld van Sofie hierover nieuwe analyses en dan zie je iets subtielers en tegelijk interessanter gebeuren.
De recentste facts and figures gebruikt data van de grootstedelijke JOP-monitor en vergelijkt de religieuze beleving van jongeren in 2018 en 2023 in Brussel, Antwerpen en Gent. Ze tonen eerst en vooral iets wat weinig spectaculair is, maar wel belangrijk: het aandeel jongeren dat zich als gelovig identificeert, daalt verder. Meer jongeren noemen zichzelf niet-gelovig, en gemiddeld genomen hechten jongeren minder belang aan geloof of levensbeschouwing dan vijf jaar geleden. Ook het strikt naleven van geloofsregels neemt gemiddeld af. Dat patroon zien we over verschillende denominaties heen, al is de daling bij sommige groepen sterker dan bij andere.
Tegelijk groeit bij jongeren de ruimte voor twijfel. Jongeren geven vaker aan dat ze hun overtuigingen in vraag stellen, dat hun mening kan veranderen, dat geloof geen vaststaand pakket is maar iets waarover je kunt nadenken. Religie wordt minder vanzelfsprekend, minder vanzelf gedragen. In die zin sluit dit perfect aan bij het klassieke verhaal van secularisering: minder binding, meer reflectie, minder vanzelfsprekende overdracht.
Maar daar stopt het verhaal niet. Want wie enkel naar die individuele beleving kijkt, mist iets opvallends. Op een ander vlak zien we namelijk het omgekeerde gebeuren. Jongeren die wél gelovig zijn, gaan in 2023 vaker naar religieuze diensten dan in 2018. Vooral bij katholieke en moslimjongeren is die stijging duidelijk. De groep als geheel wordt kleiner, maar binnen die groep neemt de zichtbare, collectieve praktijk toe.
Dat is geen detail. Het betekent dat religie voor een deel van de jongeren minder een diffuse achtergrond is en meer een bewuste keuze, iets wat je samen met anderen doet. Opvallend genoeg gaat dat samen met minder strikte naleving van regels en meer twijfel. Meer naar de mis of de moskee gaan betekent dus niet automatisch meer orthodoxie. Het wijst eerder op een verschuiving van religie als allesomvattend persoonlijk referentiekader naar religie als sociale en identiteitspraktijk.
Ook de ervaren sociale druk rond geloof verandert niet spectaculair. Gemiddeld genomen blijft die stabiel. Maar er zijn verschillen tussen groepen. Moslimjongeren, en in mindere mate katholieke jongeren, ervaren meer sociale verwachtingen rond geloof dan andere jongeren. Die rangorde blijft opvallend constant doorheen de tijd. Wat verandert, is niet zozeer de druk zelf, maar de context waarin geloof beleefd wordt.
Alles samen levert dat een beeld op dat moeilijk te vatten is in slogans. Er is geen massale religieuze heropleving onder jongeren zoals in Nederland aan de hand lijkt te zijn. Het geloof wint niet opnieuw terrein als vanzelfsprekende norm. Maar er is ook geen lineaire leegloop waarbij religie langzaam uit het leven van jongeren verdwijnt. Wat we zien, is eerder een concentratie-effect: minder jongeren voelen zich aangesproken door religie, maar wie blijft, engageert zich vaker publiek en collectief.
Pingback: Maakt individualisme kinderen angstiger? En wat met religie?