Meritocratie is geen lift, maar een roltrap met ontbrekende treden

We vertellen graag dat onderwijs een lift is en dat is het in het verleden zeker bijvoorbeeld in Vlaanderen geweest. Wie talent heeft en inzet toont, geraakt boven. De weg is misschien steil, maar de regels zijn duidelijk en voor iedereen gelijk. Het idee van meritocratie leeft diep in onderwijsbeleid en publieke verbeelding. Meritocratie is een sociaal systeem waarin macht en beloningen worden verdeeld op basis van persoonlijke prestaties, talent en vaardigheden, in plaats van afkomst of rijkdom.Maar een nieuw grootschalig onderzoek uit Chili laat zien hoe misleidend dat beeld kan zijn. Niet omdat talent er niet toe doet, maar omdat de weg naar boven vol ontbrekende treden blijkt te zitten.

Het artikel van Alejandra Mizala, Luis Herskovic, Alejandra Abufhele en Florencia Torche, gepubliceerd in American Educational Research Journal, vertrekt van een eenvoudige maar scherpe vraag: wat gebeurt er met leerlingen die wél de cognitieve bagage hebben om door te stromen, maar dat in de praktijk niet doen? In de literatuur heet dat undermatching: jongeren die op basis van hun prestaties hoger of selectiever onderwijs zouden aankunnen, maar daar niet terechtkomen.

Wat dit onderzoek bijzonder maakt, is dat het niet blijft hangen bij de klassieke vraag of slimme leerlingen wel naar elite-universiteiten gaan. De auteurs volgen een volledige cohort Chileense leerlingen, vanaf het vierde leerjaar tot in het hoger onderwijs, op basis van populatiedata. Ze kijken naar vijf cruciale overgangen:

  1. het afstuderen van het secundair onderwijs,
  2. het deelnemen aan het toelatingsexamen,
  3. instroom in het hoger onderwijs,
  4. instroom in de universiteit en
  5. instroom in een selectieve universiteit.

Chili is daarbij geen toevallige keuze. Het land heeft een sterk gestandaardiseerd en ogenschijnlijk meritocratisch toelatingssysteem, met weinig ruimte voor informele selectie of subjectieve criteria. Als meritocratie ergens zou moeten werken, is het daar.

En toch blijkt het systeem lek na lek te vertonen. Ongeveer dertien procent van de leerlingen die op basis van hun schoolresultaten probleemloos hadden moeten afstuderen, doet dat toch niet. Bij de overstap naar het hoger onderwijs loopt dat verder op. Bijna een kwart van de leerlingen met voldoende scores om naar de universiteit te gaan, doet dat niet. Voor selectieve universiteiten gaat het zelfs om meer dan een derde. Dat zijn geen uitzonderingen, maar structurele verliezen van talent.

Die verliezen zijn bovendien echt sterk sociaal ongelijk verdeeld. Leerlingen uit gezinnen met laagopgeleide ouders undermatchen veel vaker dan leerlingen met hoogopgeleide ouders, zelfs wanneer hun prestaties vergelijkbaar zijn. Met andere woorden: bij gelijke cognitieve capaciteiten komen jongeren niet op dezelfde afslagen terecht.. Meritocratie functioneert hier niet als een lift die iedereen met hetzelfde gewicht even ver brengt, maar als een roltrap waarvan sommige treden ontbreken. Wie van ver moet opstappen, mist er simpelweg meer.

Interessant is waar die ongelijkheid vandaan komt. Je zou verwachten dat financiële drempels, informatiegebrek of individuele gezinskenmerken de hoofdrol spelen. Die factoren doen er zeker toe, maar verklaren opvallend weinig. Het grootste deel van de sociale verschillen in undermatching blijkt samen te hangen met de school die leerlingen hebben gevolgd. Wanneer de onderzoekers rekening houden met schoolgebonden effecten, verdwijnt een groot deel van het SES-verschil. Scholen functioneren hier als sorteermachines. Ze verschillen in verwachtingen, informatie, ondersteuning, rolmodellen en netwerken. Niet zozeer talent, maar context bepaalt of prestaties ook daadwerkelijk worden omgezet in kansen.

Dat maakt dit onderzoek ook relevant buiten Chili. De precieze instituties verschillen, maar het mechanisme is herkenbaar. Ook bij ons zien we hoe schoolkeuze, segregatie en differentiële verwachtingen vroeg in de onderwijsloopbaan sporen trekken die later moeilijk te corrigeren zijn. Gelijke toelatingscriteria aan de poort van het hoger onderwijs volstaan niet als de weg ernaartoe al ongelijk is.

Het artikel laat ook zien dat eenvoudige verhalen over jongens en meisjes tekortschieten. Jongens uit kansarme gezinnen vallen vaker uit in vroege onderwijsfasen, terwijl meisjes later net vaker undermatchen bij de overstap naar selectieve opleidingen. Ongelijkheid volgt geen rechtlijnig patroon en vraagt dus om beleid dat verder kijkt dan slogans.

De les is ongemakkelijk, maar belangrijk. Wie meritocratie ernstig neemt, moet meer doen dan gelijke regels formuleren aan het eind van de rit. Dan moet je kijken naar de hele roltrap. Naar welke treden ontbreken, voor wie en waarom. En vooral naar de rol van scholen in het versterken of afzwakken van die ongelijkheid. Talent is geen schaars goed. De kansen om het te verzilveren wel.

Afbeelding gemaakt met AI.

2 gedachten over “Meritocratie is geen lift, maar een roltrap met ontbrekende treden

  1. ik begin me wel af te vragen of veel jongeren niet beter af zijn met een goede beroepsopleiding dan met een academische opleiding. De perspectieven op de arbeidsmarkt zijn dan in ieder geval erg goed. Ik woon in een kleine plaats waar niet veel mensen een hogere opleiding hebben, maar waar men wel heel veel ondernemersgeest heeft. Het intellectueel niveau is matig, maar de inkomens zijn vaak erg hoog. V

  2. Is dat, anno 2026, nog wel zinvol om het succes van de meritocratie te gaan evalueren op het relatieve aantal jongeren dat naar de univ gaat.?In deze studie jongeren die intellectueel bekwaam zijn om naar de univ te gaan (goed scorend op centrale toetsen/ingangsexamens), maar dat niet doen.

    En waarom zouden (bekwame) jongeren geen interesse mogen hebben voor niet-academische paden en beroepen? Welk een voorbijgestreefd idee.

    Al even voorbijgestreefd lijkt me de aanverwante idee dat democratisering van onderwijs pas geslaagd zou zijn wanneer jongeren uit alle socio-economische klassen én uit de migratie in dezelfde mate naar de univ gaan. Alsof intelligentie en de complexe maar reële erfelijke factor daarin geen rol zou (mogen) spelen. En alsof ouderlijke professionele voorbeelden dat evenmin mogen doen.

    Zijn dat soort ideeën niet voorbijgestreefd, onwetenschappelijk en maatschappelijk gezien uitgesproken schadelijk?

Geef een reactie