Dit is het stukje dat gisteren verscheen in De Standaard als reactie op een artikel zaterdag:
“Het artikel van Gerda Dendooven over litera- tuur in het onderwijs (DS 11 december) deed pijn. Alhoewel ik me in een paar discussiepunten zeker kan terugvinden, schiet ze op een groep mensen die ik te graag zie om dit zomaar te laten passeren. Ik wil namelijk graag de jonge toekomstige leerkrachten verdedigen die ik elke dag in de klas zie staan. De kinderconsul schrijft namelijk letterlijk: “met de democratisering van het onderwijs is er een instroom meegekomen van minder getalenteerde en minder geïnspireerde leraars.
Vrij vertaald: doordat iedereen nu naar het hoger onderwijs kan doorstromen, krijgen we zwakke lesgevers. Waarbij de schrijfster er dus van uit gaat dat jongeren uit een lagere klasse per definitie dommer en minder gemotiveerd zijn, of begrijp ik haar visie op democratisering verkeerd? Mooi is dat. Al even bij stil gestaan dat deze groep jongeren zich net extra willen inzetten omdat ze de job echt graag willen doen.
Denkt de kinderconsul ondertussen ook dat we in de lerarenopleidingen geen kwaliteit meer nastreven en dus iedereen maar laten passeren? Ik geef toe, het wordt de opleidingen soms niet makkelijk gemaakt. De outputfinanciering, waarbij we afgestraft worden als iemand niet slaagt, kan het aanlokkelijk maken om mensen door te laten die het niet verdienen, zie ook de HBO-schandalen in Nederland. De juridisering, waarbij ouders en studenten elk tekort aanvechten, zorgt er voor dat we steeds een sterker dossier nodig hebben om iemand tegen te houden. Maar neem van mij aan, los van de beroepseer, zijn de meeste van mijn collega’s zelf ouders die zich maar al te vaak afvragen: zou ik deze leerkracht in de klas van mijn kind willen?
Misschien is het gezond om even stil te staan bij andere mogelijke oorzaken? Het takenpakket en de studentenaantallen in de opleidingen zijn enorm toegenomen. En inderdaad, de instroom is stukken diverser geworden. Tegeijkertijd groeide de omkadering nauwelijks. Maar elke lerarenopleiding die ik ken, investeert heel veel in de begeleiding van de zorgstudenten om hen op het correcte niveau te brengen. Vaak niet ten koste van de andere studenten maar van de lesgevers die gewoon veel te veel werken. (Leest u even mee, beste minister?)
Deze tendensen gelden trouwens bij uitbreiding voor het hele onderwijs. Door de veelheid van onderwerpen en taken is grondigheid inderdaad vaak een moeilijkheid, hier maakt mevrouw Dendooven een belangrijk punt. Het is effectief interessant om ons te bezinnen over de kerntaken. In Nederland betekent dit blijkbaar terugplooien op de basiskennis van Nederlands, wiskunde,… Maar zijn de kerntaken van 100 jaar geleden nog deze van vandaag? En hoeveel aandacht verdienen zij in de lerarenopleiding en in de onderwijspraktijk? Dit debat wordt te weinig publiek gevoerd. Dit is volgens mij de echte discussie, en laten we de jongeren die hard hun best doen om leerkracht te worden ondertussen vooral laten werken zonder ze onnodig te schofferen.
Pedro De Bruyckere, pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool, Co-auteur van het boek ‘Is het nu generatie X, Y of Einstein?’. De auteur schreef dit in eigen naam.”
Mijn besluit na eerste (weliswaar snelle) lectuur: volkomen gelijk! Het stuk in De Standaard moet ik ook nog wel lezen. Maar met u wil ik wat graag de verdediging opnemen van de edudiversiteit van de leraren. In mijn (lange)schoolloopbaan heb ik het ook altijd willen opnemen voor de ‘minder’ getalenteerden, ‘minder’ volgens de ‘officiële’ voorschriften die decennia geleden zeker niet de ‘holistische’ leerling viseerden, wel het ideaal van een (noem het) elitair intellect.
Waar dient een school anders voor dan dat ze aan ont-wikkeling, ont-plooiing probeert te doen, in de breedte als in de diepte, met open ogen en oren en in verbindende conversatie met mens en wereld? Nu, dat mag wollig klinken, maar ik hoop voor mijn kleinkinderen dat ze enthousiaste en creatieve leraren hebben/krijgen met een vooral open, kritische en speelse kijk, vol motivatie, vol warmte, vol interesse en optimisme voor de talenten en competenties van iedereen, én voor de wereld zoals-ie nu draait, ook op (vat het samen) multimedia. En of die leraar dan occasioneel een steek laat vallen op taal- of vakgebied – wie weet en kent ‘alles’, wie is nog zonder deze soort van fouten – in samenspraak en samenwerking met zijn/haar klas, de ouders en bredere omgeving komt dat wel allemaal snel goed. Het is de positieve ‘mindset’ van de leraar in de klas die naar begeestering en emancipatie voert.
Kinderconsul Gerda Dendooven: ze doet een belletje rinkelen. En ja, in maart 2010 schreef ik een reactie op haar pessimistische visie op ontlezing.
(http://janien.wordpress.com/2010/06/17/boeken-openen-de-geest-ai-die-eeuwige-oorlogskreet-doet-pijn-aan-de-oren-op/)
Gaat Gerda Dendooven kritiekloos mee met de mainstream van de pessimistisch gekleurde clichés over lezen en onderwijs, vraag ik me nu af, of wil ze met haar kritiek van kinderconsul gewoon het debat op gang brengen, aanwakkeren, oprakelen? op deze plek is haar dat alva
st gelukt. Wat dunkt u, Pedro de Bruyckere? Sporen onze meningen?
Beste Janien,
sorry, was gisteren nauwelijks online, maar inderdaad, onze meningen sporen behoorlijk.
Pingback: Edudiversiteit
Pingback: Meritocratie is geen lift, maar een roltrap met ontbrekende treden