Nee, niet weer een blogpost over AI en onderwijs. Nee, ik probeer jullie gedachten niet te raden, maar het is wel wat ik zelf soms denk. Soms heb ik het gevoel dat alles wel al gezegd en geschreven is, al dan niet door AI (ik wou voor de grap hier de komma door een em dash vervangen). Maar er is deze nieuwe systematische review van Li en collega’s en gepubliceerd in Computers & Education: Artificial Intelligence. Met deze studie proberen ze voorbij die slogans te raken door 67 studies uit het hoger onderwijs samen te brengen. Hun conclusie is tegelijk genuanceerd en eigenlijk niet zo verrassend: ChatGPT werkt niet “uit zichzelf”. Het effect hangt vooral af van hoe je het gebruikt. Maar lees toch maar verder.
Wat deze review interessant maakt, is dat de auteurs expliciet onderscheid maken tussen kritisch denken en creatief denken. Dat klinkt logisch, maar gebeurt opvallend weinig in AI-discussies. Kritisch denken gaat over analyseren, evalueren en argumenteren. Creatief denken over ideeën genereren, combineren en nieuwe perspectieven ontwikkelen. In theorie kunnen deze elkaar versterken. In de praktijk blijkt dit soms ook zo te zijn. Maar niet altijd.
De review toont drie terugkerende patronen.
Ten eerste versterken kritisch en creatief denken elkaar in sommige contexten. Dat gebeurt vooral wanneer ChatGPT wordt ingebed in goed ontworpen leeractiviteiten: opdrachten met reflectie, vergelijking van AI-antwoorden, argumentatie, feedbackloops en expliciete begeleiding. Studenten gebruiken AI dan minder als “antwoordmachine” en meer als gesprekspartner of denktool.
Maar er is ook een tweede patroon. In heel wat studies lijkt ChatGPT creativiteit makkelijker te ondersteunen dan kritisch denken. Studenten brainstormen sneller, genereren meer ideeën en ervaren minder creatieve blokkades. Tegelijk neemt hun kritische evaluatie dan soms af. Ze nemen antwoorden sneller over, controleren minder en gaan minder diep redeneren.
En dan is er nog het derde patroon: beide vormen van denken gaan achteruit. Dat zie je vooral in zwak begeleide contexten waar studenten AI vooral gebruiken om snel taken af te werken. Dan ontstaat wat onderzoekers cognitive offloading noemen: het denkwerk (en dus het leren) verschuift van de student naar het systeem.
Op zich sluit dat behoorlijk aan bij oudere inzichten uit onderwijs- en cognitiewetenschappen. Technologie maakt leren niet automatisch beter of slechter. De manier waarop taken worden ontworpen, blijft cruciaal. Een rekenmachine kan een hulpmiddel zijn voor complex denken, maar ook een manier om niet meer na te denken. Hetzelfde geldt blijkbaar voor generatieve AI.
Interessant is ook dat de review zelf redelijk voorzichtig blijft. We weten dat veel studies rond AI kleinschalig zijn, kortlopend en dat ze vaak werken met zelfrapportages. Ook hier is dit het geval. Studenten zeggen bijvoorbeeld dat ze creatiever werken of beter reflecteren, maar dat betekent niet automatisch dat hun vaardigheden ook duurzaam verbeteren. Sterke causale evidentie is voorlopig nog beperkt.
Dat maakt deze review net geloofwaardiger dan veel spectaculaire AI-claims. De auteurs doen niet alsof het debat al beslist is. Ze tonen vooral patronen. En die patronen wijzen opvallend vaak in een zelfde richting die vooral aansluit bij wat we al weten over onderwijs in het algemeen. AI lijkt vooral een versterker van bestaande didactiek. In sterke leeromgevingen kan het helpen om denken zichtbaar en iteratief te maken. In zwakke leeromgevingen maakt het oppervlakkigheid soms gewoon efficiënter.
Of iets korter samengevat: ChatGPT verandert waarschijnlijk minder of studenten denken, dan hoe en wanneer ze nog denken.