Multimodaal is niet altijd multimodaal (en dus niet altijd bewezen)

Via deze Substack die massaal opdook in mijn tijdlijn vond ik deze interessante systematische review die onlangs in Review of Education verscheenDe auteurs deden iets wat eigenlijk nog nooit was gebeurd: ze gingen op zoek naar experimenteel bewijs voor de in bepaalde onderwijskringen beroemde Pedagogy of Multiliteracies van de New London Group uit 1996. Ze doorzochten meer dan twintigduizend publicaties. Het resultaat? Een zogenaamde empty review. Ze vonden geen enkele studie die voldeed aan de criteria van een (quasi-)experimenteel onderzoek met een controlegroep waarin onderzoekers de volledige interventie op leeruitkomsten testten.

De berichten die ik eerst las, brachten me even in verwarring. Ze hadden het namelijk over de niet bewezen theorie over multimodaal leren. Betekent dit dan nu dat multimodaal leren niet werkt of niet bewezen is? Heb ik dat jaren verkeerd gehad, en waren de onderzoeken die ik gelezen heb, dan fout. De oorzaak van deze verwarring is dat er eigenlijk twee betekenissen van multimodaal zijn die door elkaar kunnen worden gehaald.

De eerste kennen veel onderwijsmensen via Richard Mayer en de Cognitive Theory of Multimedia Learning, en is een theorie waarnaar ik vaak verwees. Hoewel Mayer zelf over multimedia learning spreekt, wordt deze theorie soms ook als multimodaal leren omschreven, omdat informatie via verschillende modaliteiten wordt aangeboden, bijvoorbeeld woorden en beelden.

De vraag is vervolgens: wanneer helpt een afbeelding? Wanneer werkt gesproken tekst beter dan geschreven tekst? Wanneer leidt extra informatie juist af? Die theorie is sterk cognitief en gebaseerd op honderden gecontroleerde experimenten. De multimedia-principes van Mayer behoren vandaag tot de best onderzochte inzichten uit de instructiepsychologie.

De tweede betekenis komt uit de multiliteracies-beweging van de New London Group. Ik was zelf minder vertrouwd met deze theorie, moet ik bekennen. Een mens kan niet alles weten. Daar gaat multimodaliteit niet in de eerste plaats over hoe ons brein informatie verwerkt. Wel gaat het over de vele manieren waarop mensen betekenis geven: via taal, beeld, geluid, beweging, ruimte en digitale media. Het is een veel bredere, zelfs eerder pedagogische visie, met aandacht voor identiteit, cultuur, participatie, kritisch denken en sociale rechtvaardigheid.

Beide gebruiken hetzelfde woord, maar hebben eigenlijk een heel ander uitgangspunt. Daardoor kan het dus behoorlijk fout gaan als je zegt: “Onderzoek toont aan dat multimodaal leren beter werkt.” Maar welk multimodaal bedoelen we dan?

Voor Mayer bestaat inderdaad een stevige experimentele basis. Voor de bredere multiliteracies-pedagogiek concludeert deze nieuwe review juist dat zulke experimentele evidentie voorlopig ontbreekt. Dat is geen bewijs dat de pedagogiek niet werkt, zoals sommigen er nu ook al van maken. Het betekent alleen dat de grote claims over betere leerprestaties nog niet worden ondersteund door het soort onderzoek dat we vandaag wel stilaan kunnen verwachten voor veel andere onderwijsinterventies.

Geef een reactie