Hoe komen ouders best aan bod in de lerarenopleiding?

Samenwerking tussen school en ouders is een van die onderwerpen waar bijna iedereen het over eens is. Goede samenwerking draagt bij aan betere leerresultaten, meer welzijn en minder conflicten. Daarom ook dat Leerpunt er een leidraad over publiceerde. Toch geven veel beginnende leraren aan zich onvoldoende voorbereid te voelen om met ouders samen te werken. Dat geldt nog sterker wanneer het gaat om meertalige gezinnen of gezinnen van kinderen met een beperking. Een nieuwe systematische review in het prestigieuze Review of Educational Research brengt voor het eerst samen wat we hierover eigenlijk weten. En het antwoord is iets, maar niet heel veel.

De onderzoekers onder leiding van Jamie Day doorzochten meer dan 7300 publicaties en vonden uiteindelijk slechts 27 empirische studies die daadwerkelijk onderzochten hoe lerarenopleidingen toekomstige leraren voorbereiden op samenwerking met ouders. Nog opvallender is waar het onderzoek zich blijkt op te richten. De meeste studies gaan namelijk over samenwerking met ouders van kinderen met een beperking. Er is veel minder onderzoek naar samenwerking met bijvoorbeeld meertalige gezinnen. En over gezinnen waarin beide samenkomen – meertalige ouders van een kind met een beperking – blijken er amper twee studies te bestaan.

De review laat ook zien dat er geen wondermethode bestaat, maar twee benaderingen keren wel steeds terug.

De eerste is Family as Faculty. Daarbij worden ouders niet alleen besproken tijdens de opleiding, maar worden ze zelf medeopleiders. Ze vertellen hun ervaringen, begeleiden gesprekken met studenten en werken mee aan opdrachten. Toekomstige leraren krijgen op deze manier niet alleen theorie over ouderbetrokkenheid, maar leren ouders kennen als partners en experts over hun eigen kind. Verschillende studies laten zien dat dit leidt tot positievere attitudes, meer vertrouwen en betere communicatieve vaardigheden bij de studenten in de lerarenopleiding.

Een tweede veelbelovende aanpak is service learning. Daarbij werken studenten gedurende langere tijd samen met echte gezinnen in authentieke situaties. Ook hier rapporteren de studies dat studenten meer begrip krijgen voor de leefwereld van gezinnen, meer oog ontwikkelen voor culturele verschillen en gezinnen minder vanuit tekorten bekijken.

Daarnaast beschrijven verschillende studies kleinere werkvormen zoals gesimuleerde oudergesprekken, IEP-simulaties, videobeelden van huisbezoeken of zelfs een zogenaamde ethnodrama, waarbij acteurs of ouders ervaringen uitbeelden om studenten te laten nadenken over samenwerking.

Dat klinkt allemaal positief, maar de auteurs plaatsen ook belangrijke kanttekeningen. Het onderzoek is dus nog relatief beperkt te noemen. De degelijke studies die er zijn, zijn kleinschalig en kwalitatief. Bovendien wordt vooral gekeken naar wat studenten leren. Opvallend weinig studies vragen ook aan ouders hoe zij de samenwerking ervaren. Nog minder onderzoeken volgen afgestudeerde leraren om na te gaan of ze deze vaardigheden jaren later ook effectief in de klas gebruiken.

We leren ook dat samenwerking met ouders in veel lerarenopleidingen nog vrij versnipperd aan bod komt. Vaak gaat het dan om één les, een opdracht of een gastspreker. De studies in deze review suggereren dat authentieke ontmoetingen met echte gezinnen waarschijnlijk veel krachtiger zijn dan alleen theoretische colleges. Belangrijke kanttekening hierbij wel is dat ,e meeste studies die weerhouden werden, in de VS plaatsvonden.

Dat lijkt eigenlijk logisch. Wie later met ouders wil samenwerken, leert dat waarschijnlijk niet uitsluitend uit een handboek. Zoals je ook geen goede leraar wordt door alleen over lesgeven te lezen, leer je samenwerken met ouders vooral door het daadwerkelijk te doen.

Zoals zo vaak bevestigt onderzoek hier een intuïtie die we behoorlijk vaak hebben. Tegelijk laat het onderzoek zien dat we nog verrassend weinig degelijke evidentie hebben over hoe we dit het beste organiseren.

Geef een reactie