Onderzoeksoverzicht nepnieuws: we weten en kunnen weinig (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Op het beleidsforum van Science verscheen een artikel waarin beschikbare wetenschappelijke kennis over nepnieuws samen wordt gevat. Er wordt een definitie gegeven, ingegaan op de geschiedenis, op de prevalentie en op mogelijke interventies. Kanttekening is dat het stuk alleen over de VS gaat en dat dit zowel onbenoemd als ongeproblematiseerd blijft, zoals vaak het geval is met Amerikaanse sociale wetenschap.

Definitie:
De auteurs stellen het element van namaken centraal. Nepnieuws is verzonnen informatie die op nieuws moet lijken:

“[F]abricated information that mimics news media content in form but not in organizational process or intent. Fake-news outlets, in turn, lack the news media’s editorial norms and processes for ensuring the accuracy and credibility of information. Fake news overlaps with other information disorders, such as misinformation (false or misleading information) and disinformation (false information that is purposely spread to deceive people).”

Nepnieuws gedijt in de huidige politieke context van de VS, waarin er sprake is van polarisatie (toegenomen over de afgelopen veertig jaar) en homogene sociale netwerken.

Het lukt de onderzoekers niet om aan te geven hoe wijdverspreid nepnieuws is. Het is lastig te meten: volg je verhalen vanaf de aanbieder, vraag je mensen hoe vaak ze het tegenkomen of kijk je naar virale berichten op sociale netwerken? Wat vervolgens de politieke effect van blootstelling zijn, is ook lastig te zeggen.

Interventies
Interventies zijn in te delen in twee categorieën: gericht op het versterken van vaardigheden van individuen om nepnieuws te kunnen beoordelen en structurele veranderingen om blootstelling te voorkomen. Tot de eerste rekenen de auteurs factchecks. Die kunnen echter contraproductief zijn, vanwege mechanismen als confirmation bias. Ook zijn er aanwijzingen dat het herhalen van valse informatie, ook als dat in een factcheck gebeurt, ervoor kan zorgen dat de informatie als waar wordt aangenomen. Ook van onderwijs verwachten de auteurs weinig:

“There has been a proliferation of efforts to inject training of critical-information skills into primary and secondary schools … . However, it is uncertain whether such efforts improve assessments of information credibility or if any such effects will persist over time. An emphasis on fake news might also have the unintended consequence of reducing the perceived credibility of real-news outlets. There is a great need for rigorous program evaluation of different educational interventions.”

Tot de tweede categorie rekenen de auteurs algoritmen en bots. Zo kunnen bijvoorbeeld Facebook en Twitter zoeken naar verspreiders van nepnieuws en deze blokkeren, of een algoritme kan selecteren op ‘kwaliteit’. Netwerken hebben hier een ethische en sociale verantwoordelijkheid, zo stellen de auteurs, en overheidsregulatie of zelfregulatie is noodzakelijk. Directe regelgeving vanuit de overheid is onwenselijk want kan leiden tot censuur. Een mogelijk alternatief biedt de wet: zij die beschadigd worden met nepnieuws zouden verspreiders kunnen aanklagen voor smaad of laster.

We weten dus weinig over nepnieuws en we kunnen er nauwelijks iets aan doen. Bedankt Science!

Opinie: Waarom kinderen onder de 13 jaar toch niet van Musical.Ly en Instagram zullen blijven

Deze opinie verscheen eerder op VRTNWS:

De kogel is door de kerk: in ons land zullen vanaf 25 mei geen tieners onder de 13 op sociale media mogen. Mooi, zou er al een tienjarige vlogger er iets over gepost hebben op YouTube? Of heeft je 11-jarig neefje al een WhatsApp-berichtje gestuurd dat hij het niet tof vindt? Ik wil enkele zaken op een rijtje zetten.

Eén. Ten eerste is die leeftijdsgrens niet nieuw, Amerikaanse platformen hanteren deze al heel lang. Het zorgt er wel voor dat een van de eerste dingen die we kinderen online leren, is dat ze mogen liegen over hun leeftijd.

Twee. Tegelijk kon onze overheid niet onder de leeftijd van dertien jaar gaan. Alle leden van de EU hebben afgesproken een keuze te maken tussen dertien en zestien jaar, wat onder meer in Nederland al tot behoorlijk wat debat leidde. Persoonlijk ben ik blij dat men niet voor zestien gekozen heeft.

Drie. Maar vooral en ten derde: er zal wellicht minder veranderen dan je denkt. Vanaf 25 mei zullen alle toekomstige gebruikers op sociale media een geboortedatum moeten ingeven die aantoont dat ze ouder zijn dan 13 jaar. Misschien merkte je het nog niet maar dat doen de meeste platformen vandaag al… En alle kinderen vullen dit echt heel eerlijk in. Juist, ja.

De gemiddelde leeftijd waarop de meeste kinderen in Vlaanderen een eerste gsm krijgen, is ergens tussen 10 en 11 jaar en het is vandaag zowat regel dat het een smartphone is. De meeste app’s die op dit toestel staan, zijn verweven met social media. Ik vermoed dus niet dat vanaf 25 mei lagere schoolkinderen en masse Musical.ly vaarwel zullen zeggen of dat er nog nauwelijks kinderen gaan liegen over hun leeftijd op Facebook, Snapchat, Instagram of WhatEver.

Toch ben ik blij met deze maatregel en de gekozen leeftijd omdat het vooral een middel is om ouders en kinderen nog meer bewuster te leren omgaan met de hedendaagse technologie. Ik schrijf bewust eenmiddel en niet het middel. De nodige aandacht van ouders en de bij uitbreiding de hele samenleving voor de media-opvoeding vervalt helemaal niet door deze nieuwe maatregel.

Tot slot valt op dat de communicatie rond de nieuwe maatregel vandaag niet geheel onverwacht in het teken staat van zorgen rond onder andere privacy en veiligheid. Deze zijn inderdaad belangrijk, maar we mogen tegelijk ook niet vergeten dat naast online pesten, grooming en andere phishing-debacles, er voor jongeren ook heel mooie dingen online gebeuren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan hoe ze elkaar kunnen steunen en hoe jongeren via sociale media lief (via de tijdlijn) en leed (via privé-berichtjes) delen.

En voor de lezers die nu zeggen: kunnen ze dat ook niet gewoon op school doen? Tja, misschien zei jouw ouder dit ook toen je na school met je vrienden wou bellen…

Apple lanceert een nieuwe portaal voor ouders

Er was een tijdje geleden een oproep van enkele aandeelhouders van Apple naar het bedrijf om bewuster om te gaan met mogelijke negatieve invloeden van technologie op kinderen. En dit heeft gevolgen. Nadat Google het al eerder deed, heeft Apple nu ook een portaal gemaakt voor ouders: www.apple.com/families/.

Het is niet zo dat er nu opeens een pak nieuwe features zijn. Het portaal leert je vooral wat er vandaag allemaal al mogelijk is voor ouders om de privacy, schermtijd enz. van de kroost te beschermen. Ook bijvoorbeeld slaaphygiëne komt aan bod op de site.

Zeer lovenswaardig – al is het af en toe ook behoorlijk op het randje van reclame – maar deze optie is misschien het meest vergaande en perfect geschikt voor helicopterouders (maar ook niet nieuw):

YouTube’s aanbevelingsalgoritme is een radicaliseringsmachine (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

YouTube herbergt gigantisch veel informatie, en als je klaar bent met de video van keuze, krijg je allerlei gerelateerde video’s aanbevolen. Volgens techsocioloog Zeynep Tufekci werkt het algoritme dat die aanbevelingen voorschotelt als een “giant radicalizing engine“. Ze waarschuwt ervoor in The New York Times.

Van hardlopen naar ultramarathons
Tussen de aanbevolen video’s zit desinformatie, leugens en hoaxes. Als je autoplay aan hebt staan, krijg je de automatisch onder ogen. Het gaat vooral om extreemrechtse video’s, met veel racisme en veel seksisme. Een voorbeeld dat iemand op Twitter gaf:

“I just typed slavery into the youtube search and clicked on a video by an academic discussing the origins of plantation slavery in the New World.

The next video queued up to autoplay was a discussion of “white slavery” by two Holocaust deniers (Ernst Zündel & Michael Hoffman II).”

Het gaat echter niet alleen om politieke kwesties. Tufekci probeerde ook andere onderwerpen uit. Als je video’s kijkt over vegetarisme, krijg je daarna veganisme voorgeschoteld. Bekijk je iets over hardlopen, dan stelt YouTube daarna ultramarathons voor. Het probleem zit volgens haar in het verdienmodel:

“For all its lofty rhetoric, Google is an advertising broker, selling our attention to companies that will pay for it. The longer people stay on YouTube, the more money Google makes. What keeps people glued to YouTube? Its algorithm seems to have concluded that people are drawn to content that is more extreme than what they started with — or to incendiary content in general.”

Sensationalisme verkoopt
Het zelflerende systeem heeft dus ontdekt dat we langer blijven hangen als we steeds extremere dingen zien. Dit blijkt ook uit onderzoek van The Wall Street Journal, dat samen met een voormalig YouTube-medewerker aantoonde dat je na mainstream nieuws op YouTube vaak extreem-rechtse of extreem-linkse video’s aangeboden krijgt. Ook op dit platform geldt dus dat ophef regeert: het algoritme heeft een voorkeur voor opruiende content.

We zien dat de machine een eigenschap van mensen aanleert. Uitbuit, is het woord dat Tufekci kiest:

“What we are witnessing is the computational exploitation of a natural human desire: to look “behind the curtain,” to dig deeper into something that engages us. As we click and click, we are carried along by the exciting sensation of uncovering more secrets and deeper truths. YouTube leads viewers down a rabbit hole of extremism, while Google racks up the ad sales.”

Ze vergelijkt onze nieuwsgierigheid met onze zucht naar vet, zout en suiker. Beiden waren goed in tijden van schaarste, maar in tijden van overvloed zijn ze schadelijk. Als een restaurant ons steeds maar suiker en zout voorzet, wennen onze smaakpapillen eraan. We komen terug voor meer. Als we er dan achter komen dat het slecht voor ons was en we klagen bij de manager, zegt hij eenvoudig dat ons voorzette wat we wilden.

Oplossingen
Tufekci maakt zich grote zorgen. Ze haalt aan dat Google Chromebooks, waar uiteraard YouTube al op is geïnstalleerd, nu meer dan de helft van de “pre-college laptop education market” uitmaken. Ook in Nederland is YouTube vooral onder jongeren populair: 86 procent van de 15-19-jarigen gebruikt de site. Ze stelt dat het onacceptabel is wat het algoritme doet: Google verdient zo geld aan radicalisering waar de samenleving de prijs voor zal moeten betalen.

Concrete oplossingen draagt ze niet aan in dit opiniestuk. Op Twitter benadrukt ze nogmaals dat het probleem ligt bij het verdienmodel: Google gaat het algoritme echt niet zomaar aanpassen, omdat het zorgt voor geld in het laadje.

Het belang van het probleem dat Tufekci hier signaleert moet niet onderschat worden. YouTube is grotendeels ongereguleerd gebied, waar ontzettend veel duistere content dankzij dit algoritme een weg naar boven vindt. Het overlaten aan YouTube zelf levert niets op. Dat betekent dat we overheden om regels moeten vragen, die ze vervolgens ook zullen moeten handhaven – zie mijn bijdrage aan de Volkskrant voor een beter internet.

Wat doe je als hulpverlener/docent als je anoniem naaktfoto’s van pubers krijgt doorgestuurd? (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Gisteren mocht ik een lezing geven tijdens de Sense Netwerkmiddag regio Utrecht. Het thema was ‘gepast of ongepast’ en in mijn lezing besteedde ik aandacht aan een aantal jongerenpraktijken die met seksualiteit te maken hebben: het delen van sexy selfies, sexting en sexy dansen. In de zaal zaten verschillende professionals die met jongeren werken, zoals jeugdwerkers en mensen die op scholen seksuele voorlichting geven.

Er ontstond een interessant gesprek over shame sexting, oftewel het ongewenst doorsturen van seksueel getint materiaal. Twee voorlichters gaven als voorbeeld uit de praktijk dat jongeren hen soms, maanden nadat ze op een bepaalde school zijn geweest, anoniem naaktfoto’s doorsturen. Het gaat dan om beelden die op een school gedeeld worden en waarvan de inzender wil dat dat stopt. Hij of zij wil echter niet aan de schoolleiding doorgeven dat het gebeurt, omdat de oorspronkelijke doorstuurder bijvoorbeeld een vriend is – en die ga je niet verraden.

De voorlichters vertelden dat jongeren hen vertrouwen. Ze weten in zulke situaties vaak niet wat ze moeten doen en vinden het moeilijk een docent aan te spreken. Dus zoeken ze maar contact met die aardige mensen die zo open over seks kwamen praten. Het laat dus zien dat er behoefte is aan een volwassene die ze vertrouwen.

Het bezit van naaktfoto’s van pubers is strafbaar. Dit brengt de geadresseerde dus in gevaar: het beeld dient direct verwijderd te worden. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om het beeld te laten zien aan een docent of leidinggevende op de school, om zo te kunnen identificeren wie er op staat. De docent of leidinggevende mag het beeld uiteraard ook niet opslaan. De voorlichters gaven aan in gesprek te zijn met het Openbaar Ministerie hoe om te gaan met zulke zaken.

Het praktijkvoorbeeld laat zien hoe complex sexting is (zie ook dit stuk). Er is geen sprake van eenvoudige slachtoffer-dader-verhalen, waarbij de vrienden van de dader allemaal meegaande meelopers zijn. Het maakt ook duidelijk hoe lastig de positie van volwassenen is, en hoe de wet beperkend werkt. Hopelijk komen er in de toekomst vertrouwenspersonen bij scholen die hier goed mee om kunnen gaan, waar incidenten anoniem gemeld kunnen worden en waarbij er goede protocollen bestaan die de gevolgen van shame sexting kunnen beperken.

Een klein sportpaleis op Twitter, maar…

Mensen die me een beetje kennen, weten dat ik graag naar concerten ga en zelf graag met mijn band optreedt. Een van de grootste zalen in ons land is het Antwerpse Sportpaleis. Tot een tijdje geleden was een gevuld Antwerps sportpaleis zowat 12000 man (ondertussen is het meer geworden). Waarom vertel ik dit? Wel, vannacht ging mijn volgers-aantal op Twitter over deze magische grens.

Mooi, maar er zijn verschillende maren.

Als Twitter een sportpaleis was,

  • dan zou 90% van de mensen liggen slapen of niet gemerkt hebben dat je een liedje stond te spelen. Via analytics kan je zien hoeveel mensen je bericht zagen passeren. Bij een gemiddeld bericht dat ik tweet, is dat een 1000-1200 views.
  • dan zou slechts 2 procent met een liedje meeklappen. Via diezelfde analytics van Twitter kan je zien hoeveel mensen op een link geklikt hebben, geantwoord hebben, enz. Twee procent deed iets.
  • dan zouden verschillende mensen in de zaal niet echt bestaan. Ik heb het al een paar keer proberen in te schatten via tools hoeveel bots me volgen. Omdat ik sommige van de accounts die ze als bots bestempelden persoonlijk ken, hou ik het op ongeveer 5%.
  • dan zouden verschillende mensen in de zaal al lang naar huis zijn, er zijn ook een pak accounts die gewoon ondertussen inactief zijn, hou het nog maar op een 5%.
  • dan zou een gastoptreden van een bekend persoon, iedereen doen opveren. Ik heb een paar keer meegemaakt hoe een tweet opeens door het dak ging tot zelfs meer dan 30000 views als bijvoorbeeld Peter Heerschop of Ionica Smeets een van mijn berichten retweeten.
  • dan zijn er slechts heel weinig geïnteresseerd in echt een liedje van me (berichten over onderwijs scoren een veelvoud van een berichtje over mijn eigen muziek. Post ik iets over Springsteen dan is het een ander verhaal).

Iemand vroeg me gisteren me of kwaliteit niet belangrijker is dan kwantiteit. Zeer zeker, al ben ik toch vereerd dat zoveel mensen me om een of andere reden volgen. Ik besef dat sommige het doen omdat ze me net niet tof vinden :). Wel heeft het getal ervoor gezorgd dat ik steeds voorzichtiger word in wat ik post. Hoe zou je zelf zijn?

Maar de kwaliteit van mijn contacten op twitter is ook groot. Dankzij Twitter leerde ik veel mensen kennen, ontmoette ik Casper en die ontmoeting leidde rechtstreeks tot Jongens Zijn Slimmer dan Meisjes. Ik leerde ResearchED kennen, en ik had en heb veel boeiende wetenschappelijke discussies,…

Daarom dus: dank u, Sportpaleis!

Drie bedenkingen bij nieuw sociaal netwerk Vero (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Vero is online voorpaginanieuws. ‘Uit het niets megapopulair’ (De Telegraaf) en ‘Instagram-alternatief bezwijkt onder stormloop’ (Bright.nl). Het sociale netwerk bestaat al een paar jaar, maar lijkt dus deze week door te breken dankzij aanbevelingen van een aantal celebs – niet alleen in Nederland maar wereldwijd.

Vero – zie het promofilmpje beneden – lijkt erg te hebben gekeken naar klachten over Facebook en Twitter. Daarom is je timeline gewoon chronologisch en niet het resultaat van een ondoorzichtig algoritme. Daarnaast deel je meteen bij het toevoegen van ieder contact mensen in als goede vriend, gewone vriend of kennis, waardoor je meer controle hebt over wie welke posts te zien krijgt. Dutch Cowboys somt nog een aantal voordelen op: het makkelijk delen van hoogwaardige content, nieuwe features zoals ‘collecties’ en geen advertenties.

Met dat laatste begonnen de meeste sociale netwerken, maar nadat ze groeiden verschenen er onvermijdelijk toch reclames. Vero wil uiteindelijk een betaalde dienst worden en zou zich dan aan hun belofte kunnen houden. Een slim idee, want ik betaal graag voor reclamevrije versies van de apps die ik dagelijks gebruik.

Het lijkt dus alsof Vero daadwerkelijk een antwoord is op de bezwaren die aan bestaande netwerken kleven. Toch bekroop me onmiddellijk de vraag welk probleem Vero nou oplost? Daarom drie bedenkingen:

1. De ellende van sociale netwerken zijn anonieme trollen en niet-anonieme eikels
Dit zit in de aard van het internet. Zo las ik vorige week een stuk over online pesten in 1999. Dat ging via gastboeken, de onbenoemde voorlopers van sociale netwerken. Uiteindelijk dringen de trollen en eikels overal door. Twitter is nu een brandhaard van online lastigvallen, terwijl dat aan het begin – ondanks de open structuur en de nadruk op contact met vreemden – niet zo was. Facebook is gestoeld op mensen die je al kent en posten onder eigen naam, maar dat weerhoudt mensen er niet van je berichten te sturen om je uit te schelden. Het ligt dus niet aan de infrastructuur, maar aan de aard van de mens. Vero gaat dat niet oplossen.

2. We gaan nieuwe netwerken gebruiken als ze nieuwe affordances bieden
Vero heeft eigenlijk geen mogelijkheden die bestaande sociale netwerken niet al hebben. Affordance is een concept dat we in de mediawetenschap gebruiken voor de perceptie van een functie van een app: wat kan je ermee. Zo brak Snapchat door dankzij de verdwijnende berichten en werd Instagram een hit dankzij filters. Vero heeft geen nieuwe affordances en daardoor laat het mij niets doen wat ik niet al doe. Nadat ik een profiel had aangemaakt, heb een kattenfilmpje gedeeld. Ik had namelijk geen idee wat anders te posten. Dit was ook het probleem van Mastodon, dat de rivaal van Twitter moest zijn. In plaats daarvan was er nauwelijks boeiende content en zaten we vooral op Twitter te praten over dat we niet wisten wat we op Mastodon moesten posten.

3. Centralisme is niet het antwoord
Wat Facebook zo irritant maakt is de alomtegenwoordigheid en de neiging alles te willen omvatten. Facebook wil het liefst dat je nergens anders bent. Dat megalomane vinden we vervelend. Vero wil ook dat je alles bij Vero doet: muziek delen, reistips uitwisselen, kletsen met je beste vrienden. Vero biedt dus geen nieuwe affordances, maar in plaats daarvan wil het combineren wat we elders doen. Maar waarom zouden we? Verhuizen is veel gedoe, en dat geldt ook online.

Grafiek van de dag: hoeveel vijftienjarigen voelen zich slecht zonder internet?

Ik haalde deze grafiek uit een presentatie van Andreas Schleicher en de grafiek is dus natuurlijk gebaseerd op PISA-data. Vooraleer je schande roept, de grafiek zegt niet waarom. Het kan perfect mogelijk zijn dat het is omdat je zonder internet niet contact kan hebben met familie of leeftijdsgenoten.