OIVO-onderzoek: jongeren, studentenjobs en zakgeld

Een onderzoek en persbericht van OIVO:

Een nieuwe studie van het OIVO over jongeren en geld komt tot het volgende duidelijke besluit: een grote meerderheid van de jongeren van 10-17 jaar krijgt zakgeld, maar het bedrag verschilt in functie van de leeftijd, het sociaal milieu, het onderwijstype en de woonplaats. Bij jongeren van 15 en ouder zorgen studentenjobs vaak voor een extraatje. De financiële capaciteit van jongeren is uiteraard interessant voor de “merken” en de bankensector. Vandaar de volgende aanbeveling van het OIVO: het is aan ouders, opvoeders en leerkrachten om hun krachten te verenigen om van zakgeld een leermiddel te maken.

De ideale leeftijd ?

Bijna zeven op de tien jongeren van 10-17 jaar kregen in 2010 zakgeld, meestal van hun ouders. Zij zijn de grootste geldschieters. Het bedrag dat ze op zak mogen steken, loopt op tot gemiddeld 39 euro per maand. Dat is een stijging met 13% in vergelijking met 2009 en kan een teken zijn dat de crisis op haar einde loopt. Achter deze cijfers gaan echter grote verschillen schuil volgens leeftijd: iets meer dan één op de twee kinderen van 10 jaar krijgt zakgeld, terwijl dat op de leeftijd van 18 en ouder voor acht op de tien jongeren geldt. Het bedrag stijgt ook logischerwijs met de leeftijd: van gemiddeld 21 euro op de leeftijd van 10 jaar tot 107 euro vanaf 18 jaar! Dit is geen slechte zaak: een jong kind staat anders tegenover geld dan een jonge volwassene en is zich niet even bewust van de commerciële waarde van een voorwerp, noch heeft het hetzelfde vermogen tot anticiperen. Betekent dit dat er een ideale leeftijd bestaat om een kind zakgeld te beginnen geven? “Nee”, vindt Marc Vandercammen, Algemeen Directeur van het OIVO, “er bestaat geen ideale leeftijd, noch een ideaal bedrag. Alles hangt af van de educatieve logica van de ouders en van de rijpheid van het kind. Wat wel zeker is, dat is dat het zakgeld vaak de eerste ervaring van het kind is dat het in staat stelt om de waarde van geld te ontdekken en om een budget te leren beheren.”

Verschillen volgens sociaal milieu, onderwijstype en woonplaats

Uit de OIVO-studie blijkt dat, hoewel de educatieve logica uiteraard meespeelt in de keuze van de ouders om hun kinderen al dan niet zakgeld te geven, het feit blijft dat ook het sociale milieu haar invloed heeft op die beslissing en op de toegekende som. Het bewijs? Kinderen van 10-15 jaar die tot een bescheiden sociale groep behoren, krijgen minder talrijk zakgeld dan dezelfde leeftijdsgroep in gemiddelde en hogere sociale groepen. Iets meer dan één op de twee jongeren van 17 in een bescheiden milieu zegt dat hij/zij zakgeld krijgt, terwijl de grote meerderheid van jongeren van die leeftijd uit gemiddelde en hoge sociale groepen wel zakgeld krijgen. Ook het bedrag verschilt naargelang de sociale afkomst: voor jongeren van 17 jaar geldt dat ouders uit de lagere sociale groep maandelijks gemiddeld 39 euro minder zakgeld geven dan ouders in de hogere sociale groep!

Andere elementen van verschil: het onderwijstype en de woonplaats. Jongeren in het beroepsonderwijs krijgen minder talrijk zakgeld dan leerlingen in het algemeen secundair onderwijs, terwijl leerlingen in de kunsthumaniora het talrijkst zakgeld krijgen. Wat de woonplaats betreft, geldt dat Brusselse jongeren het meest verwend worden (maar het zijn wel de meest welstellende gezinnen in de hoofdstad die het gemiddelde doen stijgen): zij krijgen ongeveer 50 euro per maand, terwijl hun Vlaamse en Waalse leeftijdsgenoten respectievelijk een gemiddelde som van 38 en 34 euro ontvangen.

Studentenjobs zijn populair

Vanaf de leeftijd van 15 jaar zijn jongeren almaar minder tevreden met enkel hun zakgeld en vullen ze hun portemonnee aan met studentenjobs. Meer dan de helft van de 16- en 17-jarigen hebben een baantje om hun kas te spijzen. Het aandeel jonge Vlamingen dat als student werkt, is groter dan wat we onder jonge Brusselaars en Walen vaststellen.

Wat doen die jongeren van 15-17 jaar met het geld dat ze met dat baantje verdienen? Ze geven het maar zelden onmiddellijk uit, al zien we dat 17-jarigen talrijker vallen voor de onmiddellijke verleiding dan jongere adolescenten. De meerderheid van de vakantiewerkers pot het geld op, door het grootste deel ervan op een bankrekening te storten en het overige deel thuis te bewaren met het oog op een toekomstige aankoop. Zakgeld wordt meestal thuis bewaard tot een voldoende groot bedrag vergaard is voor een grotere aankoop, hoewel drie op de tien jongeren het ook op de bank zetten en die reflex met de leeftijd toeneemt.

Een belangrijk educatief instrument

Banken en merken houden de jongeren bijzonder scherp in het oog: hun spaar- en consumptiegedrag interesseert hen uiteraard sterk. Het OIVO herinnert er daarom aan dat het leren beheren van geld integraal deel uitmaakt van de opvoeding van de jongeren. Met de hulp van ouders, leerkrachten en opvoeders zal het zakgeld hen helpen verantwoordelijke jonge volwassenen en consumenten te worden.

De volledige studie

 

Een gedachte over “OIVO-onderzoek: jongeren, studentenjobs en zakgeld”

  1. Pingback: De topberichten van 2011 op X, Y of Einstein « Is het nu generatie X, Y of Einstein?

Geef een reactie