Gisteren stond er in De Standaard deze opinie van Emmelien Merchie en mezelf:
De voorbije dagen is veel ophef ontstaan rond Bodymap, een beweegmethode die in sommige Vlaamse scholen gebruikt wordt. Er werd een tijdlang beweerd dat het wetenschappelijk onderbouwd was, maar wetenschappers en journalisten ontdekten dat die onderbouwing verzonnen was. Veel van de artikels bleken niet te bestaan, andere hadden niets met Bodymap te maken. De bedenkers van de methode gaven toe dat de pagina gewoon was samengesteld door ChatGPT.
Waarom verwijzen we graag naar onderzoek om iets aan de man te brengen? Cognitief psycholoog Daniel Willingham beschreef in zijn boek When can you trust the experts dat het helpt als je communicatie aansluit bij overtuigingen die mensen al hebben. We horen sowieso graag wat we willen horen, het is een denkfout die confirmation bias genoemd wordt. Nog volgens Willingham hebben we als mensen twee meta-overtuigingen in de tegenstelling tussen wetenschap versus natuur, ook wel de tegenstelling tussen de verlichting versus de romantiek.
Dat element kwam ook weer terug in de verdediging van Bodymap. De bedenkers stelden dat het fout was geweest om de kaart van de wetenschappelijke evidentie te trekken, omdat wat zij doen, gewoon aansluit bij … hoe kinderen natuurlijk leren. Juist, de andere kaart wordt nu getrokken. Nochtans is veel van wat we leren op school niet iets natuurlijks. Leren schrijven, bijvoorbeeld, is iets cultureels en helemaal niet iets wat we van nature doen.
Neveneffecten
Wetenschap in onderwijs gaat niet zozeer over wat werkt, maar over wat kán werken in specifieke omstandigheden. Daarom spreken wetenschappers die aan onderwijsonderzoek doen over evidentie, en niet over bewijs. In de wiskunde heb je bewijzen en heb je grote zekerheid. Als we het over evidentie hebben, dan hebben we het over duidelijke aanwijzingen dat er een grotere kans bestaat dat een bepaalde aanpak in specifieke omstandigheden beter werkt dan een andere.
Daarom spreken we ook vaak over evidence-informed: de wetenschap kan leraren informeren over wat kan werken, rekening houdend met de context en het doel dat ze willen bereiken, aansluitend bij waar hun leerlingen staan in hun leerproces. Verder levert goede wetenschap daar ook de bijsluiter bij, met mogelijke aandachtspunten en neveneffecten. Dat lijkt erg op wat we kennen uit de geneeskunde. Neem dit medicijn niet als je zwanger bent, je kunt eventueel wel hoofdpijn krijgen enzovoort. Ook bij medicijnen lezen veel mensen die bijsluiter niet, maar ze zouden dat beter wel doen. En er is vaak de dokter die hen daarbij helpt.
Met dat alles in het achterhoofd is het duidelijk dat leraren en schoolteams zich kritisch moeten blijven opstellen. Misschien zelfs kritischer voor die dingen waarin ze het meest geloven of die ze al jarenlang op de een of andere manier toepassen. Het gevaar van confirmation bias is namelijk reëel.
Tijdens de coronacrisis las je soms over mensen die ‘zelf aan onderzoek’ hadden gedaan. Maar zelf aan onderzoek doen is niet alleen online zoeken naar bronnen die je punt bevestigen. Het is al een pak gezonder om ook aan falsificatie te doen, en te zoeken naar bronnen die je punt tegenspreken om zo de nodige nuance te vinden en weloverwogen keuzes te kunnen maken.
Mindfulness
We moeten ook voor ogen houden dat er in het onderwijs zelden mirakeloplossingen bestaan. Een pasklaar antwoord voor elke klas of school in eender welke situatie bestaat helaas niet. Vraag dus ook naar de bijsluiter bij een aanpak en neem die grondig door. In welke omstandigheden werd dit getest? Hoe werd het aangepakt? Wat zijn de cruciale succesfactoren? Waar kan het misgaan? Leken die kinderen op onze leerlingen?
Vergelijk hoe over een commercieel product gecommuniceerd wordt met hoe onderzoekers van de KU Leuven vorig weekend communiceerden over het al dan niet algemeen inzetten van mindfulness op school. Uit dat laatste onderzoek bleek dat niet alle leerlingen gebaat zijn bij mindfulness. Dat het wellicht onder meer afhangt van volgehouden oefening en van de interesse van de leerlingen. Zulke communicatie is misschien minder sexy, maar wel correcter en kan helpen om teleurstelling te voorkomen. Of ook nog: om betere evidence-informed beslissingen te nemen in de praktijk van het onderwijs.