Maken veel klassieke theorieën over onderwijs dezelfde denkfout? Leer de Puer Educatione kennen.

Ik schreef deze blogpost 5 jaar geleden in het Engels, naar aanleiding van een gesprek dat ik gisteren had met Valintina Devid deel ik hem hier in het Nederlands met enkele lichte aanpassingen.

Ik ben nu al jaren bezig met een wetenschappelijk artikel, maar het lukt me maar niet om het af te maken. Niet omdat het zo moeilijk is om te schrijven, maar omdat… Nou, ik heb het de laatste tijd erg druk gehad met promoveren, boeken schrijven en lesgeven (aanvulling: en daarna nog meer boeken schrijven, Leerpunt, onderzoek doen…).

Toch wilde ik het basisidee achter mijn paper delen en mensen uitnodigen voor de discussie, want als ik gelijk heb, zouden de meeste klassieke theorieën over onderwijs misschien dezelfde fundamentele denkfout maken. Deze fout zou mee een kloof tussen wetenschap en de onderwijspraktijk kunnen verklaren die soms wordt gevoeld.

Laat ik u eerst voorstellen aan de Homo Economicus of de economische mens. Wikipedia definieert die als

De homo oeconomicus of economicus (quasi-Latijneconomische mens) is een mensbeeld waarin de mens eerst en vooral een economisch wezen is, dat wil zeggen gericht op de bevrediging van zijn behoeften op efficiënte en rationele wijze – maximalisatie van het verwachte nut of vooruitzicht. Dit mensbeeld wordt sterk geassocieerd met het economisch liberalisme, dat ervan uitgaat dat de behoeftebevrediging door berekenende individuen binnen bepaalde kaders de beste sociaal-economische organisatie zal bewerkstelligen.

Maar zijn de meeste mensen consequent rationeel en eng egoïstisch? Onderzoekers als Kahneman, Tversky en Thaler zeggen alvast van niet. Dit leidde tot het nu populaire vakgebied van de gedragseconomie of behavioral economics, waarin economie en psychologie elkaar vinden om te beschrijven wat voor soort denkfouten we als mensen vaak maken. Dit zijn fouten die ons collectief minder rationeel maken. Bot gesteld: het idee is dat de homo economicus niet bestaat, maar dat we moeten kijken naar hoe echte mensen reageren.

Oké, laten we nu teruggaan naar het onderwijs, niet zozeer om de gedragseconomie te introduceren, maar om de vraag te stellen of we niet dezelfde fout hebben gemaakt als veel klassieke economische theoretici bij het bouwen van theorieën over niet-bestaande kinderen.

Laten we twee zeer klassieke theoretici over onderwijs nemen: John Locke en Jean Jacques Rousseau. Beiden hadden een duidelijke visie op wat een kind was. Locke beschreef kinderen alsof ze een tabula rasa waren, een onbeschreven blad, wat zou kunnen betekenen dat iedereen alles kon leren. Rousseau met zijn Emile beschreef het kind als inherent goed, maar beschreef ook hoe de maatschappij en het onderwijs het kind kunnen en zullen corrumperen.

Maar kinderen worden niet allemaal geboren als onbeschreven blad weten we nu, denk maar aan de genetica, noch zijn ze inherent goed. Misschien denk je nu: je hebt het over theorieën die eeuwenoud zijn. Dit klopt, maar als je kijkt naar neo-Rousseauiaanse denkers als Sugata Mitra of Ken Robinson (ik publiceerde argumenten voor deze classificatie in dit wetenschappelijk artikel) dan hebben zij vaak nog steeds dezelfde redenering als J.J.. Als je kijkt naar het werk van Anders Ericsson, bijvoorbeeld zijn laatste boek Peak voor zijn overijden, dan zul je merken dat hij slechts een zeer beperkte invloed van de natuur wil accepteren op wat mensen kunnen bereiken (bijvoorbeeld lengte voor het spelen van basketbal).

Maar laten we het praktischer maken en eens kijken naar iets dat al heel lang in klaslokalen wordt gepromoot: groepswerk. Op papier is het een geweldige manier van lesgeven en een goed idee om iedereen erbij te betrekken. Maar… studenten hebben vaak een hekel aan groepswerk omdat dit gewoon niet altijd lijkt te gebeuren. Het lijkt erop dat we een theorie hebben gemaakt over groepswerk, maar deze theorie hebben gebouwd op een beeld van perfecte kinderen, terwijl de kinderen in jouw en mijn klas niet zo perfect maar menselijk lijken te zijn, waardoor de kloof tussen theorie en praktijk groter wordt. De reactie lijkt dan vaak te zijn dat we tips en adviezen gaan geven over hoe we de kinderen naar het perfecte beeld kunnen vormen zodat het groepswerk prima kan uitpakken. Of we zeggen dat het groepswerk niet goed is uitgevoerd.

Ik zou de educatieve versie van de homo economicus als de Puer Educatione willen beschrijven, hoewel er een groot verschil is tussen beide. Tijdens het toetsen van dit idee binnen verschillende klassieke theorieën over onderwijs, ontdekte niet 1 zogenaamde puer die steeds in elke theorie terugkwam, maar verschillende mogelijke. Net zoals ze al bij Locke en Rousseau in essentie verschilden.

Misschien zijn we er in het onderwijs klaar voor om een “behavioral turn” te krijgen zoals we die zagen in economische theorieën. In de praktijk zie ik in onderzoeken vaak wel al nuances, eerder dan bij theorieën. Ik denk daarom dat evidence-based of misschien zelfs beter evidence-informed onderwijs het potentieel heeft om deze wending te voeden, maar de vraag is of dit genoeg is. Die Pueris educationes kunnen namelijk ook aanwezig  zijn en blijven in de hoofden van veel mensen die over onderwijs denken.

Nou, wat denk je? Ben ik iets op het spoor?

2 gedachten over “Maken veel klassieke theorieën over onderwijs dezelfde denkfout? Leer de Puer Educatione kennen.

  1. Beste Pedro,

    Volgens mij ben je iets op het spoor. Als we mensen beschouwen als homo economicus of perfect, zien we ze dan niet te deterministisch, als objecten? Wanneer we onderzoeksresultaten, daaruit gevormde modellen, en gedachtegoed gebruiken om iets te bewerkstelligen met mensen ga je dus uit van enige mate van voorspelbaarheid. Althans, dit is wat ik in het onderwijs wel zie gebeuren wanneer bijvoorbeeld (en veelal) Hattie, Deci&Ryan of Biesta worden aangehaald (en misbruikt?). Maar we hebben natuurlijk te maken met een verzameling subjecten in de pedagogische driehoek, waarin kinderen en docenten wisselwerking met elkaar en de lesstof hebben. Volgens mij zorgt een deterministische, objectieve benadering in combinatie met accountability op resultaten voor blindstaren op technisch en operationeel onderwijs. Niet dat dat per se fout is, maar dat onderwijs meer is dan leren (en dat vanuit pedagogisch oogpunt ook moet zijn) wordt tegenwoordig volgens mij breed getheoretiseerd, alleen zijn we in de praktijk zoekend naar zinnige toepassing ervan.
    En volgens mij ligt de oplossing, en misschien een bijdrage aan een behavioral turn, in het subject. Een docent die tien jaar volledig lesgeeft heeft al gedurende zo’n tienduizend lesuren heel veel informatie (uit de wisselwerking met leerling en materiaal) verzamelt en die steeds weer ingezet om die praktijk te verbeteren. Door je als subject ook te voeden met onderzoek en gedachtegoed kun je met je eigen handelen werken aan pedagogisch verantwoord onderwijs (bijv. in termen van zelfverantwoordelijke zelfbepaling, inleiding in betekenissen, (persoons)vorming o.i.d.). De leerling komt in vorm, en wordt niet bepaald.

    Met vriendelijke groet,
    Toon Wijnen
    Docent natuurkunde

  2. Dag Pedro,

    Ik ben geen pedagoog… En ik ken niet alle namen + theorieën die je noemt ten gronde (al heb ik wel Het feilbare denken van Kahneman [tweemaal] gelezen).

    De exacte teneur van wat je schrijft ontgaat me enigszins, maar ik ben het in elk geval wel met je eens dat groepswerk een overtrokken status heeft. Het is in mijn ervaring weinig efficiënt als het gaat om het (snel, inzichtelijk en doelgericht) verwerven van kennis. Het is wel een toppertje voor mensen in de lerarenopleiding die variatie qua (zo veel mogelijk [leuke!]) werkvormen als primair streefdoel lijken te hebben (en op die manier vaak hun eigen verantwoordelijkheid ontlopen als poortwachter in het doorgeven van ‘de traditie’: onderwijs hoeft m.i. immers niet te proberen in te spelen op een (verre) toekomst die hoe langer hoe minder voorspelbaar is, maar dient door te geven wat we zelf waardevol genoeg vinden om te ‘conserveren’; de leerlingen, studenten zullen in de toekomst dan wel zelf beslissen wat daarvan eventueel ‘gecanceld’ of aangevuld moet worden). (Ik durf te beweren dat de PISA-neergang op z’n minst ten dele daarmee te maken heeft.) Voor hen is de leraar als inhoudelijk expert een ondergeschoven kindje.

    Groet!

    Jan

Geef een reactie