Soms voel je je bang. Bang dat er opeens iemand op je schouder zal tikken en zal zeggen dat ze eindelijk door hebben dat je maar doet alsof. Doet alsof je alles goed kan, doet alsof je het allemaal weet. Maar nu hebben ze door dat je boel aan het belazeren bent.
Als dat het geval is, zijn er 2 opties: ofwel hebben ze gelijk, maar nog vaker blijk je dan last te hebben van het Imposter-syndrome. Het goede nieuws: je bent niet alleen.

Ik moet zeggen dat ik het gevoel zelf heel erg herken en was dus blij te lezen dat tot 70% van de mensen ergens dit gevoel in hun leven zouden hebben. Deze blogpost brengt veel inzichten samen over dit syndroom, bijvoorbeeld wanneer het gevoel vooral kan ontstaan:
“It seems to affect individuals the most who are at beginning of their careers, starting a new project, or embarking on something new in their lives. It’s also highly prevalent in the medical and technological sciences and highly competitive environments.
This leads people to feel as if they are undeserving of their success, or that their success is the result of some external or superficial source. It’s attributed to anything but their actual ability. It can also fueled by a feeling of not truly belonging to a group.'”
Nog belangrijker, wat helpt? Het beseffen, een goede mentor, er over praten en je eigen harde werken onder ogen durven zien.
Niet onbelangrijk: niet iedereen is ervan overtuigd dat het syndroom al dan niet bestaat.
Pingback: Lectuur op zaterdag: 100 grappen, ebooks om jongens te redden en meer | X, Y of Einstein?
Pingback: Onder druk zouden mannen meer last hebben van het imposter syndrome dan vrouwen | X, Y of Einstein?