De gezinsenquête: wat over opvoeding?

Vandaag in de media de resultaten van de grote gezinsenquête, afgenomen bij 2500 Vlaamse gezinnen.

Zelf even gezocht naar de volledige resultaten en die vind je hier, hier vind je een mooi overzicht samengevat.

Enkele opvallende gegevens rond opvoeding:

Elke ouder vindt andere doelen belangrijk in de opvoeding van een kind. Sommige ouders vinden het belangrijk dat hun kind zich correct of gepast gedraagt. Andere vinden dat hun kinderen voor zichzelf moeten kunnen opkomen of dat ze ijverig en ambitieus moeten zijn.

De gezinsenquête legde tien opvoedingsdoelen voor aan ouders. ‘Respect hebben voor andere mensen’ staat op één in de top drie van wat ouders belangrijk vinden in de opvoeding van hun kinderen, zowel bij moeders als bij vaders. Bijna zes op de tien ouders plaatste dit in hun top drie. ‘Gevoel voor verantwoordelijkheid’ en ‘voor zichzelf kunnen opkomen’ komen op plaats twee en drie. Voor veel ouders zijn ‘ijverig en ambitieus zijn’, ‘verdraagzaam zijn’ en ‘rekening houden met anderen’ minder belangrijk.

grafiek opvoedingsdoelen

Opvoedingsbeleving

Een groot deel van de ouders (meer dan negen op tien) vindt kinderen opvoeden een verrijking van hun leven. Zorgen voor de kinderen maakt ouders ook gelukkig en trots. Ouders van jonge kinderen voelen zich het meest trots en gelukkig.

Daarnaast geeft ook een deel van de ouders aan dat kinderen opvoeden aanzienlijk wat tijd en geld kost en dat opvoeden een behoorlijke impact heeft op hun sociaal, persoonlijk en relationeel leven. Meer dan 35% van de ouders beaamt immers dat ze door de kinderen minder tijd hebben om te doen wat ze graag doen. Bijna één op vijf ouders geeft aan dat de kinderen de tijd die ze hebben met de partner beperken en één op vijf ouders zegt dat het opvoeden voor spanningen in de relatie zorgt.

Bijna drie op de vier ouders geeft aan dat kinderen grootbrengen veel geld kost en meer dan de helft van de ouders maakt zich zorgen over de toekomst van de kinderen. Meer dan de helft van de respondenten stelt dat opvoeden (helemaal) niet fysiek of emotioneel uitputtend is. Maar er blijken wel verschillen tussen ouders te bestaan, want één op de vijf ouders stelt dat opvoeden emotioneel uitputtend is en bijna één op vijf stelt dat kinderen opvoeden ook lichamelijk uitputtend is.

Enerzijds vinden moeders de opvoeding van de kinderen meer verrijkend dan vaders, anderzijds vinden ze vaker dan vaders dat opvoeding gepaard gaat met een zekere kost (zowel financieel, emotioneel als lichamelijk). Ook bij alleenstaande ouders scoren de financiële, emotionele en lichamelijke kosten van opvoeden – niet onverwacht – hoger dan bij koppels.

Opvoedingsbelasting

Meer dan negen op tien ouders vindt dat ze goed in staat zijn om voor de kinderen te zorgen, minder dan 1% geeft aan dat hij niet goed in staat is voor zijn of haar kinderen te zorgen. Eén op drie geeft toe dat het opvoeden moeilijker is dan gedacht, maar in het algemeen ervaart de meerderheid het opvoeden van de kinderen niet als belastend.

Regelmaat en consistentie

De meerderheid van de ouders geeft aan dat hun huis ordelijk en schoon is, en dat de kinderen volgens vaste regels leven. Eén op vijf ouders zet echter niet altijd door met het disciplineren van hun kind en laat zich overhalen om lichter te straffen dan ze eigenlijk van plan waren. Net iets meer dan de helft van de ouders houdt wel voet bij stuk wanneer ze ‘nee’ hebben gezegd.

Vragen en zorgen rond opvoeding

Acht op tien ouders heeft weinig of geen vragen en zorgen bij de opvoeding, de rest heeft tamelijk veel tot heel veel vragen bij de opvoeding. De meeste vragen en zorgen over opvoeding komen voor bij ouders met kinderen tussen zes en achttien jaar.

De belangrijkste thema’s waarover ze zich zorgen maken zijn schoolprestaties (vier op tien ouders vinkte dit aan), emotionele problemen en koppig en opstandig gedrag.

grafiek opvoedthemas

Opvoedingsondersteuning

Bijna vier op tien ouders heeft ooit al eens een beroep gedaan op opvoedingsondersteuning. Vrouwen maken er meer gebruik van dan mannen, en mensen met een EU-herkomst vaker dan ouders met een herkomst buiten de EU. Ruim de helft zoekt deze ondersteuning bij een therapeut, psycholoog of een psychiater, een kleine helft wendt zich tot het CLB of de school. Zowat een kwart stelt zijn vragen aan de huisarts.

Wie geen gebruik maakte van ondersteuning, had hier vaak ook geen behoefte aan. Veel ouders krijgen steun van familie of vrienden, of zoeken zelf informatie via folders, boeken of websites. Opvallend is wel dat een kwart van de ouders met veel of heel veel opvoedingsvragen geen gebruik heeft gemaakt van ondersteuning.

Maar er is meer:

Gedrag van kinderen

Ongeveer driekwart van de ouders rapporteert geen moeilijkheden in verband met de verschillende aspecten van het gedrag van kinderen (emotionele problemen, problemen met leeftijdsgenoten, gedragsproblemen, hyperactiviteit en problemen met prosociaal gedrag). Een kwart van de ouders rapporteert wel dat hun kind moeilijkheden ondervindt op één of meerdere van deze aspecten. Als er moeilijkheden zijn, gaat het eerder over meer emotioneel probleemgedrag en over minder prosociaal gedrag dan over problemen met leeftijdsgenoten, gedragsproblemen en hyperactiviteit.

grafiek gedrag van kinderen

Opvoedingsgedrag bij ouders

De gezinsenquête peilde naar opvoedingsgedrag van ouders waarvan geweten is dat het bijdraagt aan een goede ontwikkeling van het kind. De grote meerderheid van de ouders (80% en meer) is positief betrokken bij de opvoeding, leert regels en vermijdt overmatig materieel belonen, veel straffen of veel fysiek straffen. Toch geldt dit niet voor alle ouders. Een vijfde van de ouders is minder positief betrokken bij de opvoeding en 15% van de ouders straft meer dan gemiddeld.

opvoedingsgedrag ouders

Lager opgeleide ouders zijn minder vaak positief betrokken bij de opvoeding dan hoger opgeleide ouders. Deze laatste zijn zich mogelijk meer bewust van het belang van de ouderrol, of hebben meer tijd en middelen om positief betrokken te zijn bij hun kinderen. Vergeleken met moeders zijn vaders ook wat minder positief betrokken en houden ze zich minder bezig met het aanleren van regels.

Alleenstaande ouders geven aan meer positief betrokken te zijn bij hun kinderen dan gehuwde of samenwonende ouders.

Positief opvoedingsgedrag hangt samen met minder problemen bij het kind, terwijl meer straffen samenhangt met meer problemen bij het kind. Toch is deze samenhang eerder zwak.

Over het algemeen gaat het goed met het gedrag van kinderen en het opvoedingsgedrag van ouders in Vlaanderen. De grote meerderheid ondervindt geen moeilijkheden. Kind- en opvoedingsgedrag kunnen verschillen naar specifieke kind- en ouderkenmerken. Wanneer het beleid wil inzetten op het ondersteunen van gezinnen die moeilijkheden hebben met kind- en/of opvoedingsgedrag, doet men dit best vanuit het principe van proportioneel universalisme, rekening houdend met de specifieke noden van het gezin.

2 gedachten over “De gezinsenquête: wat over opvoeding?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s