Mijn vrouw was vorige week op congres in Finland en stuurde me deze link en onderstaande slide door ‘wegens interessant voor je blog’. Ogenschijnlijk gaat het over een grootschalig experiment waarbij kinderen in Finland een jaar vroeger aan een soort kleuterschool beginnen, dus op vijf in plaats van zes jaar. De basisschool begint er nog steeds op zeven trouwens. Veel verschil met het bestaande systeem leverde deze vervroeging trouwens niet op. Enkel voor kinderen die niet naar de kinderopvang gingen, vonden de onderzoekers een positief effect.
Maar de slide die mijn vrouw me stuurde, vertelt een veel interessanter verhaal. Voor de resultaten bekend waren, lieten de onderzoekers ongeveer 600 mensen voorspellen hoe groot de effecten van de nieuwe aanpak zouden zijn. Daaronder waren onderzoekers, leerkrachten, mensen uit de kinderopvang en ambtenaren (en wellicht ook beleidsmensen, maar daar ben ik niet 100% zeker van). Onderzoekers, leerkrachten, mensen uit de kinderopvang en ambtenaren deden dus vooraf een voorspelling. De vraag nu: wie had het bij het juiste eind?
Wat bleek? Om te beginnen waren de verwachtingen behoorlijk hoog voor deze vernieuwing. Gemiddeld gesproken overschatten de verschillende respondenten het onmiddellijke effect op de schoolse vaardigheden. Ze verwachtten bovendien dat die winst ook bij de start van de basisschool nog zichtbaar zou zijn, terwijl ook dat niet het geval bleek. En ze voorspelden positieve effecten op sociaal-emotionele vaardigheden die de onderzoekers ook niet terugvonden.
Maar dit was het gemiddelde, want… niet iedereen was even optimistisch. De mensen uit de kinderopvang zelf verwachtten doorgaans de grootste effecten. Onderzoekers en leerkrachten waren daarentegen een stuk voorzichtiger. Die verschillen waren volgens de onderzoekers statistisch significant voor bijna alle gemeten uitkomsten en meetmomenten.
Dat zie je onder andere terug bij de voorspellingen voor academische vaardigheden op zesjarige leeftijd. Gemiddeld werd voor de nieuwe aanpak een effect van ongeveer 0,16 standaarddeviatie voorspeld. Mensen uit de kinderopvang zaten daar duidelijk boven, terwijl onderzoekers een kleiner effect hadden verwacht. Een jaar later was hetzelfde patroon zichtbaar: opnieuw verwachtten de mensen die het dichtst bij de praktijk van de interventie stonden meer dan de onderzoekers.
En toch hadden de voorzichtigere voorspellers het ook niet echt bij het juiste eind. Vergeleken met kinderen die in het bestaande systeem al naar de kinderopvang gingen, bleek er nauwelijks verschil te zijn in de ontwikkeling van academische en sociaal-emotionele vaardigheden. De studie was bovendien zo groot dat de onderzoekers voor academische vaardigheden zelfs vrij kleine effecten konden uitsluiten.
Dus niemand had het bij het juiste eind, maar sommige groepen waren duidelijk optimistischer dan andere. Voor mij is dit leerrijk, omdat het iets zegt over verwachtingen en verwachtingsmanagement. Mijn vrouw liet me weten dat er tijdens de presentatie werd gesteld dat de beleidsmensen die in dit onderzoek werden bevraagd het nog slechter deden door de hoogste positieve verwachtingen. Ik heb met zoekmachines en AI het eigenlijke onderzoek gezocht, maar er is nog niets gepubliceerd. Dus ik breng hier alles met de nodige voorzichtigheid.
Dat de onderzoekers het ‘minst’ fout waren, stelt me ergens gerust en kan ik volgen. Onderzoekers weten hoe moeilijk het is om grote effecten te vinden. Of ze zouden dit moeten weten. Er zit ook een logica in dat degene die het doet (de kinderverzorgers) misschien hogere verwachtingen heeft dan degene die de kinderen vervolgens ‘afneemt’ (de leerkrachten). Maar in elk geval is het wellicht belangrijk om verwachtingen bij vernieuwingen te temperen om teleurstelling te voorkomen. Verwacht dus gerust iets van onderwijsvernieuwing, maar verwacht misschien vooral geen wonderen. Die gebeuren enkel in de klassen zelf.
