Andreas Schleicher schrijft op de OESO- blog over een van de opvallendste uitkomsten van PISA 2025: de sterke wereldwijde daling van de leesprestaties. Tussen 2018 en 2025 gingen de scores significant achteruit in 56 van de 74 onderwijssystemen waarover we vergelijkbare gegevens hebben. In de OESO bedroeg de gemiddelde daling 25 punten. Schleicher vertaalt dat, uitgaande van ongeveer 20 PISA-punten per leerjaar, naar meer dan een jaar leren, alhoewel de OESO zelf hier vaak voor waarschuwt om dit niet zomaar te stellen. Ik schreef het eerder al in mijn overzicht dat slechts vijf landen significant vooruitgingen: Qatar, Brunei, Cambodja, de Filipijnen en Zambia, al blijven ze allemaal onder het OESO-gemiddelde.
Schleicher probeert vervolgens in zijn post te achterhalen wat er precies achteruitging bij het lezen. De genderkloof veranderde bijvoorbeeld nauwelijks (meisjes presteren beter dan jongens), net als het verschil tussen leerlingen met en zonder migratieachtergrond. Vooral opdrachten met langere teksten en hogere cognitieve eisen bleken problematischer te zijn geworden. Daarbij moeten leerlingen langer geconcentreerd blijven lezen en verschillende stukken informatie combineren om tot een beredeneerd oordeel te komen. Vorige week formuleerde ik hierover zelf een hypothese. Andreas Schleicher lijkt nu met een deel van dezelfde data een stap verder te gaan dan ik zelf durfde
PISA ziet zo een sterke toename van wat Schleicher “reading in haste” noemt: leerlingen lezen snel, maar geven vervolgens een fout antwoord. Het aandeel van zulke antwoorden is tussen 2018 en 2025 bijna verdubbeld tot 9 procent. In Kosovo, de Dominicaanse Republiek en Bulgarije steeg het zelfs met meer dan 10 procentpunten. Schleicher stelt daarbij vast dat leerlingen in deze drie onderwijssystemen ook bovengemiddeld veel digitale afleidingen rapporteren.
Dat brengt hem bij een mogelijke verklaring. De verschuiving naar digitaal lezen en sociale media zou volgens hem een rol spelen, iets wat ook al doorschemerde in zijn uitgebreide commentaar op de voorstelling zelf. Snel door feeds scrollen en voortdurend korte hoeveelheden informatie verwerken zouden het moeilijker kunnen maken om complexe teksten langdurig en aandachtig te lezen, iets wat ook eerder uit Scandinavisch onderzoek kwam, als ik me niet vergis. Sinds 2022 is bovendien het aandeel leerlingen dat dagelijks meer dan een uur sociale media gebruikt met bijna zes procentpunten gestegen. Schleicher is hier aanvankelijk terecht voorzichtig. Nogmaals herhalen dat PISA-data niet kunnen aantonen dat digitaal mediagebruik de dalende leesprestaties veroorzaakt. De samenhang is interessant, maar alternatieve verklaringen blijven mogelijk.
Ook Covid lijkt volgens de OESO-topman niet voldoende als verklaring. Hij vergelijkt PISA met PIRLS, waarin kinderen rond hun tiende worden getest. Veel groepen die later bij PISA slechter zouden presteren, scoorden al jaren eerder in PIRLS minder goed. Het probleem is dus wellicht al deels aanwezig in het basisonderwijs en er is wellicht een samenhang met de vroege leesontwikkeling en eerdere onderwijservaringen, naast de thuissituatie. De leescrisis zou dus niet pas bij vijftienjarigen beginnen. Dat laatste volg ik.
Daarnaast ziet Schleicher veranderingen in motivatie en betrokkenheid, iets wat ik dus ook al heb beschreven. Leerlingen rapporteerden in 2025 minder moeite te hebben gedaan voor de PISA-test dan in 2018 en 2022. Minder leerlingen zeggen nieuwsgierig te zijn naar allerlei zaken, vooral in landen waar de leesprestaties sterk zijn gedaald. En waar meer leerlingen school als tijdverspilling beschouwen, zijn de dalingen doorgaans groter. Ook hier benadrukt hij terecht dat deze correlaties geen bewijs voor causaliteit vormen.
Misschien wel de verrassendste evolutie zien we bij de sociaaleconomische achtergrond. Ik schreef het ook al eerder, maar tussen 2018 en 2025 gingen net de meest bevoorrechte 25 procent van de leerlingen het sterkst achteruit. Daardoor werd de sociaaleconomische prestatiekloof in 35 OESO-landen gemiddeld kleiner: van 88 naar 77 PISA-punten. Dat is dus niet zonder meer goed nieuws over grotere gelijkheid: de kloof wordt mede kleiner doordat relatief kansrijke leerlingen slechter zijn gaan presteren.
Aan het einde maakt Schleicher volgens mij een te grote sprong, een sprong die zijn eigen analyse niet toelaat. Hij concludeert namelijk dat de dalende leesprestaties “primarily reflect a decline in focus and attention”. Over dat “primarily” val ik. PISA laat overtuigend zien dat leerlingen vaker haastig lezen, meer moeite hebben met veeleisende teksten en minder inspanning rapporteren. Er zijn daarnaast correlaties met digitale afleiding, nieuwsgierigheid en attitudes tegenover school.
Maar hoe logisch dit allemaal ook lijkt, daarmee is het echt nog geen uitgemaakte zaak dat de afnemende aandacht de belangrijkste oorzaak zou zijn van de dalende leesprestaties. Naast de observationele data kunnen wellicht verschillende mogelijke verklaringen met elkaar verweven zijn. Schleicher erkent de beperking zelf wanneer hij de afzonderlijke bevindingen bespreekt, maar zijn slotconclusies klinken volgens mij te stellig.