Maar wat betekent dat nu, ‘gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde’ proeven?

In het regeerakkoord staat de volgende passage:

Met regelmatige, gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde net- en koepeloverschrijdende proeven en aangescherpte eindtermen kunnen we leerlingen en ouders de garantie geven dat leerlingen ook daadwerkelijk over de nodige kennis en competenties zullen beschikken die bij dat diploma horen, ongeacht de school.

Maar wat betekent nu ‘gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde’ proeven?

  • Gevalideerd: een toets wordt valide genoemd als ze inderdaad meet wat ze zegt te meten.
  • Een standaardtoets is een toets die hetzelfde is voor alle leerlingen, over klassen en scholen heen.
  • Genormeerd: men vergelijkt met een opgegeven norm, niet bijvoorbeeld relatief tav leerlingen onderling.

De norm zal wellicht in dit geval de eindtermen zijn.

Onze starttoets Engels is een voorbeeld van zo een test:

  • Gevalideerd: op basis van onderzoek hebben we dit uitgebreid gecheckt bij een heleboel kinderen.
  • Gestandaardiseerd: de handleiding beschrijft hoe je de test moet afnemen zodat iedereen dit op dezelfde manier kan doen, wat ondertussen meer dan 11500 leerlingen gedaan hebben uit meer dan 100 scholen.
  • Genormeerd: we hanteerden de Europese taalniveaus.

3 gedachten over “Maar wat betekent dat nu, ‘gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde’ proeven?

  1. Voor validiteit lijkt men de laatste jaren meer de richting uit te gaan van het valideren van de INTERPRETATIE en het GEBRUIK van een test i.p.v. de validering van de test op zich. Een “valide test” bestaat eigenlijk niet. Men kan hooguit stellen dat men een testresultaat op een bepaalde manier kan/mag interpreteren/gebruiken om bepaalde beslissingen te nemen. De validering van een test wordt het dan het beargumenteren van toelaatbare interpretaties/gebruiken.
    Goede Nederlandstalige samenvatting: http://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=6363
    Voor wie er alles wil van weten: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1111/jedm.12000
    Van starttoetsen gesproken, de laatste versie van de TOEFL is volgens dit principe gevalideerd: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1111/j.1745-3992.2009.00165.x
    Ook de Language Policy Division van de Raad van Europa raadt aan om deze richting uit te gaan in hun “Handleiding voor de ontwikkeling van taaltoetsen”: https://rm.coe.int/handleiding-voor-de-ontwikkeling-van-taaltoetsen-te-gebruiken-met-het-/16807457c2

  2. Wat die proeven betreft, baart het me zorgen dat men ze koppelt aan het (niet nader omschreven) begrip “leerwinst”: “Gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde proeven moeten de vinger aan de pols houden van het onderwijsbeleid als kwaliteitsmonitoring. Op die manier brengen we de leerwinst van jongeren in kaart […]“ (p. 21)

    Een groot gevaar hierbij is het plafond van de toetsen. Als dat onvoldoende hoog is, zal er nooit leerwinst te boeken zijn bij leerlingen die sterk presteren (als je steevast rond percentiel 95 zit, heb je geen “zichtbare” leerwinst). Een heleboel leerlingen halen (bijna) perfecte scores op de LVS-toetsen. Als men die toetsen alleen “op niveau” afneemt, dan is bij hen geen leerwinst te halen. Alleen als men die toetsen ook “boven niveau” afneemt (d.w.z. een LVS toets bestemd voor een hoger leerjaar inzet), zal men zicht krijgen op hun eventuele leerwinst. In de VS heeft men met No Child Left Behind (NCLB) ook gefocust op leerwinst. Scholen werden beoordeeld op de “leerwinst” die ze produceerden. In het initiële voorstel werden hiervoor toetsen met voldoend hoog plafond bepleit, zodat de leerwinst voor alle leerlingen, ook de sterk presterende, kon worden vastgesteld. Na een tocht doorheen de politieke mangel werden toetsen gebruikt waardoor je alleen maar bij zwak presterenden leerwinst kon boeken. Omdat scholen erop afgerekend werden, kozen ze eieren voor hun geld…

    • Hier vind je het verhaal van NCLB: https://web.archive.org/web/20071204001725/https://washingtonmonthly.com/features/2005/0510.toch.html
      Samengevat: Als je een “gestandaardiseerde” test “normeert” met een testgroep waardoor de sterk presterenden allemaal in 1 hokje terechtkomen, dan is het onmogelijk om de test “valide” te maken om uitspraken te doen over de leerwinst bij de sterk presterenden. Ook niet met een test die “meet wat hij hoort te meten”, indien “wat hij hoort te meten” gelijk staat aan “hoeveel de leerlingen kennen van de reeds behandelde leerstof”.
      Enerzijds stelt het regeerakkoord “De ambitie om bij al onze leerlingen leerwinst te boeken staat dus voorop”. Anderzijds stelt het “In dit model wordt in functie van de zorgnood van de leerling en via steeds toenemende intensiteit van remediëring ertoe gepoogd zoveel mogelijk leerlingen te laten aansluiten bij de algemene leerdoelen”. Voor die eerste ambitie (gelijke leerkansen voor ALLE leerlingen) heb je testen met een hoog plafond nodig. Voor de tweede (“zoveel mogelijk” leerlingen laten aansluiten bij algemene leerdoelen, dus neigend naar gelijke uitkomsten) heb je die niet nodig, het gewone LVS op niveau (of in extreme gevallen onder niveau) volstaat ruimschoots.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.