Een paar redeneerfouten in onderwijs die we best even niet maken

Ik kan deze blogpost beginnen met een lange inleiding over speciale situatie, enzovoort, maar liever direct to the point.

Dit zijn enkele redeneerfouten die we vaak in onderwijs maken, en die we misschien nu beter niet maken en zeker niet als de scholen terug zouden opengaan.

  1. Remediëring en geen preventie?
    In onderwijs is remediëring vaak het uitgangspunt. Je geeft een les, sommige leerlingen hebben de leerstof niet begrepen en dus die geef je extra remediëringsoefeningen. Maar waarom zetten we niet meer in op preventie? Dit wil zeggen dat je vooraf voor die les nakijkt  met welke elementen sommige leerlingen moeite kunnen hebben. En nog belangrijker: die leerlingen neem je vooraf even apart om net die pijnpunten weg te werken zodat ze samen met de anderen die nieuwe leerstof kunnen leren en zo een succeservaring kunnen hebben. Wil dit zeggen dat er nooit meer remediëring nodig zal zijn? Natuurlijk niet, maar preventief werken kan dit verminderen. Grootste voordeel: je kijkt ook eerder vooruit: wat hebben de leerlingen nodig? Handig in tijden waar je moet prioriteren.
  2. De beste leerkrachten voor de beste leerlingen?
    Het is sowieso een fout in het onderwijsbestel van Vlaanderen dat de minst ervaren leerkrachten vaak de meest uitdagende klassen krijgen, maar we maken te vaak een gelijkaardige fout als we extra handen in de klas krijgen voor ondersteuning: de leerlingen die extra uitleg of tijd nodig hebben worden dan vaak begeleid door bijvoorbeeld de zorgjuf of -meester en niet door de lesgever die hen het beste kent. Er zijn zeker momenten waarbij een begeleider beter de leerlingen met moeite met de leerstof apart neemt bijvoorbeeld wegens expertise bij bepaalde leerstoornissen of beter in het geven van bepaalde leerstof. Maar als uitgangspunt is het niet slecht dat de leerlingen die extra inhoudelijke ondersteuning die in eerste plaats krijgen van de eigen lesgever terwijl de extra hulp de anderen ondersteunt bij bijvoorbeeld zelfstandig werk of groepswerk. Het goede nieuws is dat ik steeds meer scholen dit principe zie toepassen, maar ik denk dat het de komende maanden belangrijker dan ooit zal zijn.
  3. Onderwijs is enkel leren?
    Las vandaag in enkele stukken en reacties her en der online dat onderwijs nu te veel aandacht voor het leerplan zou hebben. Ik merk zelf dat dit bij bijna niemand de bedoeling is. Zoals ik in De Afspraak al aangaf, gaat onderwijs ook over socialisatie, naast kwalificatie en persoonlijke ontwikkeling. Besef wel dat de drie zaken ook elkaar constant op elkaar inhaken. En, maak ook niet de volgende redeneerfout…
  4. Welbevinden leidt tot leren?
    De link tussen welbevinden en leren is complex. Het klopt als je je veel zorgen maakt, zal je minder leren. Het klopt niet dat je altijd je goed moet voelen om te leren. Het kan ook best zijn dat je door iets te leren, je beter gaat voelen. Maar ook dat laatste is niet per definitie. Welbevinden en leren zijn geen synoniemen, maar allebei belangrijk. Stel het ene niet uit voor het andere.

Voor de Vlaamse collega’s: probeer het allemaal de komende week wat los te laten, hoe moeilijk ook.

Voor iedereen: hou je gezond en iets over een marathon en zo ;).

7 gedachten over “Een paar redeneerfouten in onderwijs die we best even niet maken

  1. Ik ben een banaba-student Zorgverbreding en Remediërend Leren aan de Arteveldehogeschool. Mijn banaba-opleiding richt zich voornamelijk op het ondersteunen van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (SOB) en het netwerk. De extra ondersteuning (of remediëring) die ik bied aan leerlingen, gaat ook verder dan enkel het remediërende aspect. Met een blik op kwaliteitsvol onderwijs ben ik een heel erg voorstander van preventief werken/leren/ondersteunen/… Samen met de leerkrachten probeer ik op zoek te gaan naar methodes die tijdens de individuele begeleiding gebruikt worden, maar die tegelijkertijd ook in de klas kunnen toegepast worden, zodat ook die leerling met SOB succeservaringen kan boeken in de klascontext. Zo kan dan ook meteen materiaal aangeboden worden die de leerkrachten opnieuw kunnen hanteren als er eenzelfde casussen zijn. Maar naast individuele casussen vind ik het ook heel belangrijk om de volledige klasgroep voor ogen te houden en, inderdaad zoals u zegt, te zoeken naar wat de volledige klasgroep nodig heeft en preventief te zoeken naar elementen waar sommige leerlingen moeite mee hebben. Door hierop in te spelen kan de volledige klasgroep hier baat bij hebben. In die zin vind ik het dan ook wel een misvatting dat leerlingen met SOB of die niet meekunnen met bepaalde leerstof, enkel remediëring moeten krijgen. Het gaat wel verder dan dat.

  2. Ik denk dat het als lesgever/ondersteuner/onderwijsprofessional/… fundamenteel is om de les of ondersteuning (in de klas) af te stemmen op de superdiversiteit van die klascontext. Ik ga al een tijdje aan de slag als zorgleerkracht in een OKAN-school en heb nu al aan den lijve kunnen ondervinden dat die afstemming op die superdiversiteit van de leerlingen niet altijd evident is en er dan wel extra ondersteuning nodig is (wat voor het kind belangrijk is om aan te werken: vanuit de mogelijkheden van het kind en uiteraard ook de verwachtingen van de school/maatschappij). In OKAN zijn het leerlingen met allemaal een verschillende (school)geschiedenis. Het is dan heel interessant om dan op voorhand eens met hen te bekijken (indien haalbaar uiteraard) wat haalbaar is en wat niet.

  3. Maar ik ben dan nog altijd voorstander dat de aanpakken in de les gericht zijn op Universal Design for Learning (UDL) zodat die aanpakken toepasbaar zijn op zoveel mogelijk verschillende leerlingen. Vandaar dat ik het ook wel eens ben met uw uitspraak van de preventieve manier van werken. Ik bekijk het nu wel in een breder plaatje, maar het zijn elementen waar ik aan moest denken bij het lezen van uw blogpost.

    De leerkracht vind ik hier een o zo belangrijke figuur bij! Het is daarom een best interessant principe die u geeft om het over een andere boeg te gooien, namelijk dat de lesgever de extra ondersteuning biedt (als het over de lesinhoud gaat uiteraard) en de ondersteuner/zorgleerkracht de andere leerlingen in de klas ondersteunt bij andere opdrachten waarmee ze aan de slag zijn. Het is misschien simplistisch geformuleerd en niet altijd haalbaar, maar ik denk dat het wel mogelijkheden kan bieden om efficiënt om te gaan met de zorgmomenten. Heeft u bronnen die hier meer over vertellen of zijn er methodieken die concreet weergeven hoe je hiermee aan de slag kan gaan?

  4. Over de zin: “Het klopt niet dat je altijd goed moet voelen om te leren.” Als ik spreek in de context van OKAN is het wel zo dat bij de leerlingen (met vaak moeilijke ervaringen achter de rug, in onzekere omstandigheden leven, enz.) het welzijn en het hebben van een veilig gevoel op school belangrijke elementen zijn om graag naar school te gaan en zo tot leren te komen. Maar het is eigenlijk ook andersom heel belangrijk. Vaak is de school een belangrijke context voor deze leerlingen, omdat het voor structuur zorgt en een plaats waar ze zich kunnen ontplooien als persoon. Het leren op school kan er dan weer voor zorgen dat ze zich goed voelen, omdat het leren hen houvast biedt binnen die moeilijke omstandigheden.

    Ik was genoodzaakt mijn reacties in stukjes te plaatsen omdat mijn volledige post blijkbaar niet kon gepost worden.
    Bedankt voor de inspirerende blogpost!
    Een goede gezondheid gewenst!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.