Een bibliometrische analyse van een wetenschappelijk onderwijstijdschrift klinkt wellicht ongeveer even spannend als een handleiding van een afwasmachine. Maar deze studie van Sumeyra Dogan Coskun over veertig jaar Teaching and Teacher Education is eigenlijk een pak interessanter dan het op het eerste gezicht lijkt. Niet omdat het onderzoek nog maar eens vertelt wat “werkt” in onderwijs, maar omdat de onderzoeker toont waar het onderzoek naar leraren en lesgeven de voorbije decennia naartoe schoof. En daar zit een opvallende evolutie in…
De onderzoeker bekeek meer dan 4700 artikels uit wellicht het invloedrijkste internationale tijdschrift over lerarenopleidingen en het vormen van leerkrachten. Wat meteen opvalt: het veld is enorm gegroeid. In de jaren tachtig publiceerde het tijdschrift nog enkele tientallen artikels per jaar. Vandaag zijn dat er meer dan 300.
Interessanter dan die groei is de inhoudelijke verschuiving. De klassieke kern van het veld blijft opvallend stabiel. Thema’s zoals teacher education, professional development, pre-service teachers en teacher learning blijven centraal staan doorheen de volledige geschiedenis van het tijdschrift. Dat is op zich logisch. Het gaat tenslotte om een tijdschrift over lerarenopleiding en professionele ontwikkeling.
Maar tegelijk zie je dat andere thema’s steeds centraler komen te staan. In de recentere jaren verschuift de aandacht duidelijk richting:
- self-efficacy,
- teacher identity,
- burnout,
- motivatie,
- teacher well-being,
- agency,
- retentie van leraren,
- sociale rechtvaardigheid.
Dat betekent niet dat didactiek verdwenen is. Pedagogical content knowledge, assessment en curriculum blijven belangrijke thema’s. Maar relatief gezien lijkt de aandacht minder didactisch te zijn geworden van de verschillende artikelen in dit toptijdschrift. Of misschien beter: minder uitsluitend didactisch.
Waar onderzoek vroeger sterker draaide rond de vraag hoe je iemand leert lesgeven, verschuift een deel van de aandacht nu naar:
- hoe leraren het beroep ervaren,
- hoe ze zich professioneel ontwikkelen,
- waarom ze afhaken,
- hoe motivatie en welzijn samenhangen met het beroep.
Je zou kunnen zeggen dat teacher education onderzoek deels “psychologischer” is geworden. Dat zie je trouwens ook terug in de meest geciteerde artikels uit de geschiedenis van het tijdschrift. Veel daarvan gaan niet over concrete instructiemodellen of vakdidactiek, maar over teacher efficacy, professionele identiteit, reflectie en professionele groei.
Dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Het leraarschap is uiteraard meer dan alleen didactiek. Zeker in tijden van lerarentekorten, werkdruk en uitval is het logisch dat onderzoekers ook kijken naar motivatie, welzijn en professionele identiteit.
Maar tegelijk roept het wel een interessante vraag op. Als de aandacht in onderzoek steeds meer verschuift naar de ervaring van de leraar, wie bewaakt dan nog de aandacht voor de concrete kwaliteit van instructie zelf?
Maar toen ik deze zin had geschreven, besefte ik dat ik dit misschien te scherp formuleerde. Want waarschijnlijk is een deel van de verklaring ook gewoon dat veel didactische basisprincipes ondertussen relatief stabiel zijn geworden. Expliciete instructie, feedback, curriculumkwaliteit, klasmanagement… over sommige zaken bestaat vandaag gewoon meer consensus dan pakweg dertig jaar geleden.
Maar toch blijft de evolutie voor mij opvallend.Misschien vat ik deze bibliometrische analyse het nog het best samen als: teacher education research verschoof deels van lesgeven naar de leraar.