De Nederlandse Onderwijsraad publiceerde een nieuw rapport met de duidelijke titel “Schaarste Schuurt”. En het mag duidelijk zijn: de oplossing voor het #lerarentekort zal altijd pijn doen en altijd ingrijpend zijn. Uit de verkorte versie van het rapport haal ik deze passages:
Het eerste spoor richt zich op de beperking van het onderwijsaanbod. Dit kan op drie manieren. Ten eerste kan de rijksoverheid de wettelijke opdracht van scholen beperken. Denk hier aan een vermindering van de onderwijstijd (de wettelijk vastgestelde urennorm voor leerlingen) al dan niet in combinatie met een beperking van de landelijke einddoelen en niveaus. Op het niveau van de school kunnen schoolbestuurders, schoolleiders en leraren scherpere keuzes maken in het onderwijs- aanbod. De landelijke kerndoelen en eindtermen laten scholen immers veel ruimte het onderwijs in te richten en keuzes te maken. Dit vergt stevig curriculumbewustzijn van leraren en schoolleiders. Tot slot draagt indamming van maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van het onderwijs bij aan beperking van het onderwijsaanbod.
Beperking van het onderwijsaanbod op school bij een lerarentekort is alleen zinvol in combinatie met verlaging van de onderwijstijd voor leerlingen. De lestijd voor leraren wordt juist niet teruggebracht, of in elk geval in veel mindere mate, zodat het onderwijs aan leerlingen kan doorgaan. Dit vergt een aanpassing in de wetgeving die voor langere tijd geldt en zorgvuldig doordacht moet worden. De raad geeft vanuit het solidariteitsprincipe mee dat sociaal kwetsbare groepen ontzien kunnen worden bij een beperking van onderwijsaanbod en onderwijstijd.
Het tweede spoor dat de raad verkent om lerarentekorten het hoofd te bieden, richt zich op de organisatie van het werk in het onderwijs en de inzet van mensen en middelen. Het centrale idee is: zorg dat leraren aan het werk zijn waar zij het meest nodig zijn, namelijk bij het geven en ontwikkelen van onderwijs én op plekken waar het lerarentekort het nijpendst is. In de praktijk van de school moet verder worden uitgedacht en uitgewerkt hoe anderen (zoals onderwijsassistenten en andere professionals) aan het werk kunnen in de school op een manier die het beroep van leraren en onderwijsassistenten aantrekkelijk houdt én helpt om lerarentekorten het hoofd te bieden. Als de inzet van andere professionals doordacht gebeurt, verkleint dit de risico’s van de lerarentekorten voor de continuïteit van onderwijs. Dit vereist wel een duidelijke inhoudelijke visie van schoolleiders en hun bestuurders op wie welke delen of aspecten van het onderwijs kan en mag verzorgen, en onder welke condities. En het Rijk dient op dit punt voor een helder wettelijk kader te zorgen.
Vaak wordt de inzet van digitale technologie genoemd om de personeelstekorten te ondervangen. Maar de raad ziet dit niet als een optie, omdat de inzet van digitale technologie niet maakt dat er minder leraren nodig zijn. Daarbij heeft de inzet van (intelligente) digitale technologie negatieve implicaties voor gelijke kansen in onderwijs en sociale gelijkheid. Dit vormt voor de raad nog een belangrijke reden dit af te wijzen als handelingsoptie om lerarentekorten het hoofd te bieden.