Praten over wiskunde helpt wellicht!

Via The Hechinger Report ontdekte ik deze meta-anlayse over het effect van ouders die praten met hun kinderen over rekenen en wiskunde. Net zoals voorlezen de taalontwikkeling kan helpen, zou dergelijke babbels ook een positief effect hebben.

Onderzoekers Alex Silver en collega’s bekeken 22 studies en ontdekten dat hoe meer ouders met hun kinderen over wiskunde praten, hoe beter de wiskundige vaardigheden van hun kinderen zijn. Deze studies vonden plaats in verschillende omgevingen zoals universiteitslabs, scholen, musea en thuis. Onderzoekers hielden bij hoe vaak ouders cijfers of vormen noemden tijdens dagelijkse gesprekken. Zelfs eenvoudige zinnen zoals “Geef me drie chips” telden mee. Daarnaast werd aan de kinderen een wiskundetoets afgenomen, waarbij bleek dat kinderen met betere scores meestal ouders hadden die vaker over wiskunde praatten tijdens de observatieperiode. Waarbij natuurlijk wel correlatie en causaliteit niet mogen verward worden. De onderzoekers vonden dus vooral het eerste en vermoeden het tweede.

De sterkste link tussen het praten over wiskunde en de wiskundige vaardigheden van een kind werd gevonden bij kinderen tussen de drie en vijf jaar oud. In deze peuter- en kleuterjaren hadden ouders die vaker over cijfers en vormen spraken, kinderen met betere wiskundeprestaties. Ouders die minder vaak over wiskunde praatten, hadden doorgaans kinderen met lagere wiskundeprestaties.

Voor oudere kinderen was de hoeveelheid tijd die ouders besteedden aan praten over wiskunde minder gerelateerd aan hun wiskundeprestaties. De onderzoekers denken dat dit komt doordat oudere kinderen op school meer beïnvloed worden door het onderwijs van hun leraren.

Hoewel deze studies dus niet bewijzen dat praten over wiskunde direct leidt tot betere wiskundige vaardigheden, suggereren ze wel een sterke associatie. Ouders die meer over wiskunde praten, hebben vaak ook hogere inkomens en een beter opleidingsniveau. Dit kan betekenen dat de betere wiskundige vaardigheden van hun kinderen ook het resultaat wellicht zijn van andere factoren, zoals betere maaltijden, een goede nachtrust, museumbezoeken en vakanties.

De beste resultaten werden gezien wanneer ouders op een natuurlijke manier wiskunde in hun dagelijkse gesprekken integreerden, zonder dat ze door onderzoekers werden aangemoedigd om specifieke wiskundeactiviteiten te doen. Het kan zo eenvoudig zijn als vragen: “Hoeveel auto’s heb je daar? Laten we ze tellen. Een, twee, drie.”

Andere voorbeelden zijn het praten over vormen tijdens het maken van een puzzel, of het betrekken van wiskunde bij dagelijkse activiteiten zoals het dekken van de tafel, boodschappen doen of het bijhouden van geld. “Het idee is om het leuk en speels te maken,” zegt Alex Silver, psycholoog aan de Universiteit van Pittsburgh.

Hoewel meer praten over wiskunde meestal geassocieerd is met hogere wiskundeprestaties, weten onderzoekers nog niet precies hoeveel of hoe vaak ouders hierover zouden moeten praten. De kwaliteit van het gesprek lijkt echter belangrijker dan de kwantiteit. Het simpelweg voorlezen van een wiskundeboek aan je kind is waarschijnlijk minder effectief dan wiskunde op een natuurlijke en betrokken manier in gesprekken brengen.

Een belangrijke conclusie uit deze meta-analyse is dat de link tussen het praten over wiskunde en de wiskundeprestaties van een kind even sterk was voor kinderen uit lage inkomensgezinnen als voor die uit hoge inkomensgezinnen. Dit betekent dat praten over wiskunde een toegankelijk en krachtig hulpmiddel zou kunnen zijn voor alle ouders, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond.

Abstract van het onderzoek:

The home math environment has gained considerable attention as a potential cause of variation in children’s math performance, and recent research has suggested positive associations between parents’ math talk and children’s mathematical performance. However, the extent to which associations reflect robust causal effects is difficult to test. In a preregistered meta-analysis, we assess the association between parents’ math talk and children’s math performance. Our initial search identified 24,291 potential articles. After screening, we identified 22 studies that were included in analyses (k = 280 effect sizes, n = 35,917 participants). A multilevel random effects meta-analysis was employed, finding that parents’ math talk is significantly associated with children’s math performance (b = 0.10, SE = 0.03, p = .002). We tested whether associations differ as a function of sample characteristics, observation context, observation length, type of math talk and math performance measured, and modeling approaches to math talk variable analysis. In addition, we tested whether associations are robust to the inclusion of strong baseline covariates and found that effects attenuated when children’s domain-general and/or prior math abilities are included. We discuss plausible bounds of the effects of parents’ math talk on children’s mathematical performance to inform power analyses and experimental work on the impact of parents’ math language on children’s math learning.

Geef een reactie