Is er een link tussen politieke voorkeuren en hoe je psychologisch in elkaar zit?

Via Steve Stewart-Williams botste ik op deze reviewstudie van Kteily en Brandt, waarbij gekeken werd naar de psychologische overeenkomsten en verschillen tussen mensen met eerder linkse en eerder rechtse wereldbeelden. Zijn de mensen aan beide kanten van het politieke spectrum fundamenteel anders zijn, of lijken ze meer op elkaar dan vaak wordt gedacht. Deze reviewstudie probeert daar een antwoord op te geven door verschillende psychologische eigenschappen te onderzoeken die verbonden zijn met politieke overtuigingen.

Historisch gezien werd aangenomen dat er duidelijke psychologische verschillen zijn tussen mensen met een linkse en een rechtse ideologie. Het idee dat mensen aan de rechterkant van het spectrum bijvoorbeeld autoritairder en cognitief meer rigide zouden zijn, heeft lange tijd de overhand gehad. Echter, de auteurs van deze studie wijzen erop dat dit beeld misschien wat te eenvoudig is. Volgens hen zijn er wel degelijk verschillen, maar zijn die subtieler dan vaak wordt aangenomen.

De belangrijkste psychologische verschillen liggen volgens Kteily en Brandt op het gebied van persoonlijkheid, waarden en de groepen en doelen die mensen belangrijk vinden. Rechtse mensen blijken -wellicht zoals je al dacht – over het algemeen meer waarde te hechten aan traditie, stabiliteit en autoriteit, terwijl linkse mensen openstaan voor verandering en meer gericht zijn op gelijkheid. Geen verrassingen hier. Deze verschillen in waarden hebben vervolgens invloed op de manier waarop mensen de wereld zien en benaderen.

Maar als we dieper graven lijkt er toch iets aan de hand met bijvoorbeeld “cognitieve rigiditeit”. Mensen aan de rechterkant van het politieke spectrum worden vaak als rigide afgeschilderd. Dit betekent dat ze moeite zouden hebben met het aanpassen van hun denken wanneer ze worden geconfronteerd met nieuwe of afwijkende informatie. Kteily en Brandt geven echter aan dat deze rigiditeit niet exclusief voor de rechterzijde geldt. Beide zijden van het politieke spectrum kunnen even rigide zijn, vooral wanneer mensen zich aan de extremen bevinden. Dit suggereert dat het extremisme zelf, en niet de specifieke ideologie, de mate van cognitieve rigiditeit bepaalt.

Autoritarisme is een ander thema dat diep wordt onderzocht in de verschillende onderzoeken die samengebracht werden. Het klassieke beeld van autoritarisme was altijd sterk verbonden met rechtse ideologieën, met het idee dat rechts meer geneigd zou zijn om gehoorzaamheid aan autoriteiten te eisen en afwijkende ideeën te onderdrukken. Hoewel dit beeld nog steeds gedeeltelijk klopt, wijzen de auteurs op het opkomende fenomeen van “links autoritarisme.” Dit houdt in dat ook linkse mensen autoritaire neigingen kunnen vertonen, bijvoorbeeld door het censureren van meningen die als schadelijk voor progressieve waarden worden gezien.

Verder bekeken de onderzoekers hoe er aan beide kanten van het spectrum omgegaan wordt met informatie, vooral met betrekking tot gemotiveerd redeneren en het verspreiden van desinformatie. Het blijkt dat zowel linkse als rechtse mensen geneigd zijn om informatie op te zoeken en te accepteren die hun eigen wereldbeeld bevestigt. Juist, dit is het fenomeen van confirmation bias waardoor ze vooral gelijkgestemden horen en lezen, al noemen de onderzoekers hier zelf dit “selective exposure’.

Een van de opvallendste bevindingen in de reviewstudie is dat, hoewel zowel links als rechts aan confirmation bias of selective exposire lijden, rechtse mensen  vaker geneigd zijn om desinformatie te verspreiden. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat er simpelweg meer rechtse desinformatie online te vinden is, maar het suggereert ook dat rechts minder kritisch is in het beoordelen van de juistheid van de informatie die ze delen.

Daarnaast onderzoeken de auteurs hoe links en rechts verschillen in hun neiging om vooroordelen te hebben en stereotyperingen te gebruiken. Traditioneel werd aangenomen dat rechts meer geneigd was tot vooroordelen, vooral tegenover minderheden en gemarginaliseerde groepen. Maar de auteurs laten zien dat ook links zich schuldig kan maken aan vooroordelen, vooral ten aanzien van groepen die zij als moreel inferieur beschouwen, zoals rijken of conservatieven.

Deze reviewstudie biedt een genuanceerder beeld van de psychologische verschillen en overeenkomsten tussen mensen met linkse en rechtse ideologieën. Waar historisch de focus vooral lag op de verschillen, laat het werk van Kteily en Brandt zien dat mensen aan beide kanten van het spectrum in veel opzichten vergelijkbaar zijn. De neiging om informatie te verwerken op een manier die het eigen wereldbeeld bevestigt, de autoritaire trekjes die aan beide zijden kunnen voorkomen.

Abstract van de reviewstudie:

A key debate in the psychology of ideology is whether leftists and rightists are psychologically similar or different. A longstanding view holds that left-wing and right-wing people are meaningfully different from one another across a whole host of basic personality and cognitive features. Scholars have recently pushed back, suggesting that left-wing and right-wing people are more psychologically similar than distinct. We review evidence regarding the psychological profiles of left-wing and right-wing people across a wide variety of domains, including their dispositions (values, personality, cognitive rigidity, threat-sensitivity, and authoritarianism), information processing (motivated reasoning and susceptibility to misinformation), and their interpersonal perceptions and behaviors (empathy, prejudice, stereotyping, and violence). Our review paints a nuanced picture: People across the ideological divide are much more similar than scholars sometimes appreciate. And yet, they differ—to varying degrees—in their personality, values, and, perhaps most importantly, in the groups and causes they prioritize, with important implications for downstream attitudes and behavior in the world.

Geef een reactie