Als je ooit geprobeerd hebt om vloeiend te klinken in een andere taal, dan heb je je waarschijnlijk gericht op de voor de hand liggende dingen: sneller spreken, minder pauzes, een beetje werken aan je accent. Maar wat maakt nu écht dat iemand jou als vloeiend beschouwt?
Volgens een nieuw onderzoek van Takizawa en Suzuki (2025) is het niet alleen een kwestie van tempo of het vermijden van “uhm” en “ehh”. Wat ook blijkt mee te spelen, is hoe je je woorden aan elkaar rijgt. Concreet: het gebruik van veelvoorkomende woordcombinaties – zogeheten multiword sequences, zoals “aan de ene kant” of “ik ben het ermee eens” – heeft een klein maar meetbaar effect op hoe vloeiend je klinkt voor een luisteraar.
De onderzoekers vroegen 102 Japanse studenten om een speech te houden in het Engels. Ervaren beoordelaars gaven scores voor hun spreekvaardigheid, terwijl de onderzoekers analyseerden hoeveel typische woordcombinaties ze gebruikten, en hoe “vloeiend” ze klonken in termen van pauzes, tempo en zelfcorrecties.
Wat bleek? Zelfs als je al rekening houdt met al die klassieke fluency-factoren, bleef het gebruik van veelvoorkomende woordcombinaties een apart effect hebben op hoe vloeiend iemand werd beoordeeld. Geen groot verschil, maar wel een statistisch significant verschil.
Wat kun je daar als taalgebruiker uit meenemen? Vloeiend klinken gaat niet alleen over snelheid of correctheid. Het gaat ook over voorspelbaarheid. Over klinken zoals moedertaalsprekers dat doen, met vaste zinnen en constructies die je hersenen meteen herkennen. Dat maakt je taalgebruik niet saai, maar juist makkelijk om te volgen. En dus: vloeiend.
Dus wil je vloeiend overkomen in een andere taal? Leer de patronen kennen. Oefen met woordcombinaties die vaak voorkomen. Zeg niet “agree the idea”, maar “agree with the idea”. Niet omdat het grammaticaal beter klinkt (al helpt dat), maar omdat je luisteraar dan niet hoeft na te denken. En dat is precies wat vloeiend klinkt.
Abstract van het onderzoek:
This study explored how second language (L2) speakers’ use of multiword sequences in speech predicted perceived fluency ratings while controlling for their utterance fluency. A total of 102 Japanese speakers of English delivered an argumentative speech, which was analyzed for bigram and trigram measures (frequency, proportion, and mutual information) and utterance fluency measures capturing three subdimensions: speed, breakdown, and repair fluency (Tavakoli & Skehan, 2005). Perceived fluency was assessed by 10 experienced L2 raters. Mixed-effects regression analyses revealed that after establishing the parsimonious model solely by UF predictors (marginal R2 = .61), a frequency-based n-gram predictor––bigram proportion––slightly but significantly explained the remaining variance of fluency rating scores (0.8%). The results indicated that multiword sequences in speech had a small but systematic impact on perceived fluency, even controlling for the effects of utterance fluency. This finding contributes to the discussion concerning the role of multiword sequences in fluent speech production.
En nu wordt het tijd om nog eens onder de loep te nemen hoe we vreemde talen onderwijzen. Vaak denkt men een snelle route te hebben door woordenlijsten te stampen en grammaticaregels te onderwijzen, maar het is voor het werkgeheugen een enorme opgave om vanuit woordenlijsten en via grammaticaregels tot taalproductie te komen. Een goed alternatief is processing instruction, wat perfect aansluit bij wat in dit onderzoek naar voren komt. Met processing instruction slijp je chunks (woorden veelvuldig gecombineerd voorkomen en grammaticaal op elkaar zijn afgestemd – collocation/colligation) en zinsstructuren in. Die chunks kunnen we door veelvuldig herhaaldelijk te verwerken onbewust oppikken en ook weer onbewust aanroepen zonder het werkgeheugen daarbij te belasten. De taal die we produceren als we vloeiend zijn, is dan ook niet het resultaat van toegepaste grammaticaregels op woorden uit een woordenlijst, maar het aanroepen van chunks en patronen. Gianfranco Conti heeft hierbij een didactiek ontwikkeld die hij MARS-EARS noemt. Fase voor fase verwerkt de leerling op tal van verschillende manieren vaste chunks en zinsstructuren. En nog een voordeel: iedereen kan op deze manier een nieuwe taal verwerven en niet alleen de lucky few.