Een lijst van doelen voor onderwijs kan per definitie niet neutraal zijn. Het zijn telkens keuzes die gemaakt worden. Met wat je kiest wat wel en wat niet aandacht krijgt in school, bepaal je deels ook wat een volgende generatie zal weten en denken. Maar… als je alle documenten leest dan is hier opvallend weinig expliciete aandacht voor. Achter de nieuwe Vlaamse minimumdoelen zit er eerder een impliciete, maar toch wel degelijk herkenbare visies op wat de mens is en hoe de maatschappij en kan of moet uitzien. Er wordt mogelijk bewust gekozen voor neutraliteit in taal, waarschijnlijk om politieke en juridische frictie te vermijden. Maar net daardoor blijft het gesprek over waartoe we opvoeden en onderwijzen grotendeels onder de waterlijn. Wie wél wil spreken over mensbeelden en maatschappijvisies, zal ze zelf uit het curriculum moeten afleiden. Want terwijl deze visies nergens expliciet worden geformuleerd, kan wie het geheel leest – de doelen, de visieteksten per vak, de argumentatie van de commissie – er duidelijke lijnen in ontwaren. Ik doe in wat volgt een poging, maar corrigeer gerust of vul aan in de comments!
Mensvisie: de leerling als lerend en verantwoordelijk subject
De onderliggende mensvisie in dit curriculum is realistisch-optimistisch en ontwikkelingsgericht, met duidelijke wortels in cognitieve wetenschappen én klassieke opvoedingsfilosofie.
- De leerling is geen leeg vat, maar ook geen volledig autonoom leerwezen. Leren vraagt sturing, expliciete instructie en cumulatieve kennisopbouw. Dat veronderstelt een mensbeeld waarin groei mogelijk is, maar niet vanzelfsprekend of gelijklopend.
- Menselijke ontwikkeling is meer dan kennis, maar in dit curriculum is kennis wél de motor. Zelfvertrouwen, kritisch denken, creativiteit en sociale vaardigheden worden benaderd als iets dat ontstaat via kennis, niet los ervan.
- De leerling wordt gezien als iemand die zelf verantwoordelijkheid leert opnemen, in dialoog met anderen en binnen maatschappelijke kaders. Dat zie je in doelen rond samenwerking, doorzettingsvermogen, meningsvorming, en digitale verantwoordelijkheid.
- Er is respect voor het subject, maar minder nadruk op autonomie of zelfsturing als vertrekpunt. De mensvisie is dus géén romantische (alles zit al in het kind), maar ook geen technocratische (het kind moet geproduceerd worden). Het is een geleide, stapsgewijze visie op persoonsvorming binnen een duidelijke structuur.
Hoe zou ik de mensvisie in één zin samenvatten? Kinderen worden gezien als groeiende personen die via kennis, interactie en oefening leren denken, kiezen en handelen binnen een samenleving.
Maatschappijvisie: democratisch, pluralistisch
De maatschappijvisie is mogelijks nog minder expliciet geformuleerd, maar ze komt wel terug in accenten en keuzes:
- Kansen(on)gelijkheid wordt erkend als een structureel probleem. Het curriculum wil daar iets aan doen door te garanderen dat élk kind toegang krijgt tot krachtige kennis. De school is hier niet neutraal, maar corrigerend – een plek waar ongelijkheden deels kunnen worden rechtgetrokken.
- Burgerschap is breed en cultureel benaderd, niet louter politiek of activistisch. Leerlingen leren zich verhouden tot geschiedenis, taal, kunst, natuur, wetenschap én elkaar. Democratische vorming gebeurt niet in één vak, maar via een brede culturele inbedding.
- Diversiteit is aanwezig als gegeven, maar zelden als ideologisch kernpunt. Respect voor verschillen, empathie, identiteit en samenwerking komen terug in verschillende doelen, maar zonder expliciet normatief kader (zoals bv. mensenrechten, antidiscriminatie of inclusie).
- De samenleving wordt voorgesteld als complex, veranderend en verbonden. De leerling wordt voorbereid om daar actief in deel te nemen – met begrip, kennis en verantwoordelijkheidszin.
Hoe zou ik de maatschappijvisie in één zin samenvatten? Onderwijs draagt bij aan een pluralistische, democratische samenleving door kinderen uit te rusten met gedeelde kennis en vaardigheden om zich kritisch en verantwoordelijk tot de wereld te verhouden.
Zoals ik al in mijn eerdere blogpost schreef laat dit curriculum nog heel veel ruimte voor het pedagogisch project. Maar het wil dus niet zeggen dat er geen pedagogiek aanwezig is, omdat er nu eenmaal altijd waarden zitten achter de keuzes. De ironie is dat het nergens echt expliciet genoemd wordt, en mogelijks is dit net door de sterke Angelsaksische inslag waar de meer continentale betekenis van pedagogiek nauwelijks bestaat.
Hieronder vind je wat Gemini 2.5 ervan denkt 🙂
Mensvisie (impliciet in de minimumdoelen):
Maatschappijvisie (impliciet in de minimumdoelen):
🙂 Ik vind het mijne nog iets leesbaarder, maar denk dat Gemini sommige doelen niet helemaal correct begreep en zich vooral door de woorden laat leiden, minder door de betekenis. Probleemoplossend bij wiskunde zou ik eerder bij bijvoorbeeld creativiteit rekenen.
Pingback: De pedagoog als zondebok (en waarom ik er toch trots op ben) | X, Y of Einstein?