Stel: je buurman krijgt een boete. Of verliest zijn job. Of maakt iets ergs mee. Wat denk je dan? “Tja, karma.” Maar wat als jij plots een meevaller hebt? Grote kans dat je ook dan aan karma denkt – maar op een andere manier.
Een nieuw psychologisch onderzoek van Cindel White en collega’s toont aan dat mensen opvallend asymmetrisch zijn in hun geloof in karma. Over zichzelf denken ze vooral aan beloningen (“ik moet iets goed gedaan hebben”), over anderen vooral aan straffen (“dat zal geen toeval zijn”). Drie studies, met in totaal meer dan 2.000 deelnemers uit de VS, India en Singapore, laten dat patroon telkens opnieuw zien. Wie gelooft in karma, denkt bij zichzelf spontaan aan positieve gebeurtenissen die verdiend zijn. Maar als het over anderen gaat, komen vooral negatieve voorbeelden naar boven – en krijgen die ook sneller het label ‘karma’.
De onderzoekers vroegen mensen om een gebeurtenis te beschrijven die volgens hen door karma werd veroorzaakt, en lieten vervolgens onafhankelijke beoordelaars (én een algoritme) de toon van die beschrijvingen analyseren. In alle drie de studies bleek: als het over de eigen ervaringen gaat, schrijven mensen vaker over iets positiefs dat hen overkwam. Als het over iemand anders gaat, overheersten de negatieve verhalen. En dat verschil bleef overeind, zelfs wanneer mensen vooraf expliciet aangaven dat karma volgens hen op iedereen even werkt.
Opmerkelijk: dit gold niet alleen voor Amerikanen. Ook in India en Singapore – landen waar karma dieper verweven is met de culturele en religieuze achtergrond – kwam hetzelfde patroon terug, zij het iets minder uitgesproken. In de Verenigde Staten was het verschil het grootst, wat past binnen eerder onderzoek dat aantoont dat zelfverheerlijking sterker speelt in westerse culturen.
Wat zegt dit over ons? Het onderzoek sluit aan bij een bekende psychologische bias: we willen onszelf graag als goed en moreel zien. Het idee dat iets fijns wat ons overkomt ‘karma’ is, voelt dan als een beloning voor onze verdiensten. Maar bij anderen hebben we een grotere neiging om negatieve uitkomsten te zien als straf. Dat maakt het geloof in karma tot meer dan een spirituele overtuiging – het is ook een psychologisch mechanisme waarmee we onszelf op de borst kloppen, en tegelijk de wereld als rechtvaardig kunnen blijven beschouwen.
Toch is er een interessante kanttekening. In gesloten vragen – waar mensen rechtstreeks moesten aangeven of ze dachten dat karma bij henzelf of anderen vaker positief of negatief uitpakte – verdween het verschil. Alleen in de spontane verhalen kwam het duidelijk naar voren. Dat suggereert dat we ons van die bias niet altijd bewust zijn. Maar ze stuurt wél hoe we de wereld om ons heen begrijpen – en hoe we oordelen over onszelf en anderen.
Abstract van de preprint van het onderzoek:
Objective: Many people apply supernatural explanations to understand the cause of important positive and negative life events, but specific types of events are more likely to evoke specific supernatural explanations that best satisfy various personal motives. We test the hypothesis that believers will differ in their willingness to apply karmic explanations to their own experiences compared to the experiences of other people, such that they are more willing to explain their own positive experiences as caused by their own karmic merit (to satisfy self-enhancement motives), while being more willing to explain other people’s negative experiences as karmic punishment for others’ misdeeds (to satisfy justice motives). Methods: In three studies (total N = 2041), we ask participants to recall events believed to have been caused by karma in their own life, and events believed to have been caused by karma in the lives of other people, and we code whether these descriptions of karma-caused events are primarily positive or negative, using a combination of human coders, sentiment analysis, and participants’ self-reported evaluations of the events. Results: Results consistently show that positive experiences are more likely to come to mind when they think about how karma influences their own life, but negative experiences are more likely when thinking about other’s karma, although this difference was weaker in Singapore and India than in the United States. Conclusions: Results are consistent with predicted self-enhancement biases in karmic attributions, and show how personal motivations predict willingness to adopt supernatural explanations for specific life events.