Deze gastblog verscheen eerst op de LinkedIn account van Helena Taelman.
1. Diepgaand nadenken over verhalen
Verhaalbegrip kwam in de oude doelen slechts heel algemeen aan bod. De nieuwe doelenset is specifieker, door te verwijzen naar o.m. perspectiefname, verbanden leggen in de tekst (oorzaak – gevolg, probleem-oplossing), een tekst in eigen woorden samenvatten (doelen 1.1.6-1.1.9). Daarbovenop moeten de oudste kleuters ook op een voorgelezen verhaal kunnen reageren door voorspellingen te maken, vragen te stellen of verbanden te leggen met hun vakspecifieke kennis en voorkennis (doel 1.3.4).
Vanuit de wetenschap dat voorleesmomenten een belangrijke motor zijn achter taalontwikkeling lijkt me dit een goede investering. De doelen bieden houvast om rijke gesprekken rond verhalen te organiseren. Top!
2. Aandacht voor inspraak
Kleuters leren enkele belangrijke bouwstenen van inspraak kennen in doel 5.3.1: De kleuters kennen de volgende begrippen: mening, overleg, stemmen (geschiedenis, burgerschap). De minimumdoelen doen per definitie geen uitspraak over de didactiek, maar hier zie ik handvaten om kleuterinitiatief aan te moedigen, in te plannen en kleuters te leren hoe inspraakprocessen verlopen (in combinatie met doel 1.3.3 informatie inwinnen).
3. Naar buiten: natuurlijke en menselijke landschappen verkennen
Neen, er staat niet in de doelen dat kleuters op explo moeten (want doelen zeggen niets over didactiek). Maar er gaat veel aandacht naar natuurlijke en menselijke landschappen: van het bos tot de markt (4.2.2 en 4.2.3) Dan moet je daar naartoe, niet? Zeker wanneer je dit wil combineren met planten en dieren (3.1.1 en 3.1.2) of verschillen en overeenkomsten tussen mensen (9.1.6-9.1.8).
4. Emoties verkennen en muzisch uitdrukken
Doel 9.3.1 spreekt over een ruime woordenschat rond emoties en diverse strategieën. Dat gaat heel wat verder dan blij, bang, boos, verdrietig. Meer gevoelens, veel aandacht voor het uiten en reageren (op gevoelens van een ander en van zichzelf). De muzische doelen, met het accent op creëren, bieden extra mogelijkheden.
5. Fascinatie voor geschiedenis: de Nijl, piramides
Hier moest ik even over nadenken. Maar toen dacht ik aan de vele gesprekken die ik had met mijn jongste over wat er vroeger allemaal was. Ik dacht aan de fascinatie die vijfjarigen voor dinosauriërs hebben of voor de ruimte. Zaken die buiten het eigen blikveld vallen. Wat is er daarginder ver? Hoe ging het heel vroeger? Ze verkennen fundamentele inzichten over onze plaats in het universum: we leven op een wereldbol, mensen waren er niet altijd (dinosauriërs), ooit was er nauwelijks comfort (oertijd), later kwam er landbouw en betere communicatie door geschreven taal (Egypte). Slotsom: een zaadje voor wetenschappelijke interesse, dat verder kan kiemen. Let op: de dinosauriërs staan niet de minimumdoelen, maar kleuterleerkrachten hoeven zich niet in te houden om die zelf toe te voegen!