Als je het woord ‘brain rot’ nog niet bent tegengekomen, heb je wellicht gewoon nog niet genoeg gescrolld. Sinds Oxford het uitriep tot Woord van het Jaar 2024, duikt het overal op: in krantenkoppen, TikToks en nu ook in de wetenschappelijke literatuur.
Gisteren was hiervoor aandacht in De Morgen in een degelijk, genuanceerd artikel. In het artikel verwijst men ook naar een recente review-studie in Brain Sciences (ja, van MDPI – daarover straks meer). Deze studie probeert het fenomeen van ‘brain rot’ te ontwarren. Het gaat om een snel uitgevoerde literatuurstudie naar de cognitieve gevolgen van overmatige blootstelling aan oppervlakkige, digitale content, vooral bij jongeren. Denk aan doomscrolling, zombie scrolling, eindeloze TikTok-loops – je kent het wel. En de conclusie? Al dat passieve scrollen zou kunnen leiden tot concentratieproblemen, mentale vermoeidheid, verstoord geheugen en een vertekend zelfbeeld.
De auteurs doen dat zeker niet onverdienstelijk. Ze brengen verschillende bestaande inzichten samen in een toegankelijke structuur, met aandacht voor dopamine-gedreven feedbackloops, executieve functies, en de sociale druk van always-on zijn. Hun analyse van digitale gewoontes is herkenbaar én relevant. Ze noemen concrete strategieën om het tij te keren: beperk schermtijd, curate je feeds, en zoek offline ervaringen op. Zeker voor ouders, leerkrachten en jongeren zelf valt er in dit stuk wel wat te rapen.
Maar… er is ook reden tot voorzichtigheid. Om te beginnen is ‘brain rot’ geen wetenschappelijk erkende term, en dat blijft in het artikel soms wat schimmig. Wat bedoelen we er precies mee? En wanneer wordt gewone vermoeidheid door een drukke week plots een neurologisch probleem? De auteurs benoemen het probleem, maar zetten het concept vervolgens zelf gretig in als kapstok voor alles wat mis is met onze schermgewoontes.
Ook methodologisch zijn er toch wel wat kanttekeningen te maken. Het gaat om een zogenaamde ‘rapid review’ – een versnelde samenvatting van de literatuur, zonder de strengheid van een klassieke systematische review. Dat is begrijpelijk gezien de actualiteit van het thema, maar het betekent ook: geen diepgaande analyse van de kwaliteit van de studies, geen heldere coderingsprocedures, geen toetsing van bias. Het is eerder een goed onderbouwde meningsvorming dan een doorslaggevende wetenschappelijke synthese.
En dan is er nog de uitgever. MDPI publiceert veel – volgens sommigen soms té veel – en staat bekend om zijn lage drempels, hoge publicatiedruk en niet altijd even robuuste peer review. Dat hoeft niet te betekenen dat dit artikel per definitie zwak is, maar het vraagt wel om een kritisch oog. De inhoud telt, maar het kader waarin die verschijnt ook.
Dus wat te zeggen? Misschien precies wat het artikel suggereert over schermgedrag: even stilstaan, niet blind geloven, maar ook niet meteen wegvegen. ‘Brain rot’ is een cultureel krachtig begrip dat een reëel ongemak benoemt. De onderliggende zorg – dat we met z’n allen steeds oppervlakkiger, vluchtiger en afhankelijker omgaan met informatie – is niet nieuw, maar wél urgent. Dit artikel helpt om dat gesprek te voeren. Maar het is geen eindpunt. Eerder een uitnodiging om verder te denken, en beter te meten.
Wat blijkbaar weinig studies onderzoeken is de mate waarin opgroeiende jongeren leren verantwoordelijkheid te dragen voor hun (met de leeftijd toenemend) aandeel in huishoudelijke taken en andere vernatwoordelijkheden, zoals zorgen voor de eigen gezondheid. Overmatig schermgebruik en meer specifiek bepaalde soorten sociale media, games, …. is zeker niet de énige oorzaak van problemen op dat vlak. Maar het lijkt mij anno 2025 wel de veruit meest vermelde factor bij ernstig tekortschieten van de bedoelde jongeren – afgaande op wat huisartsen, ouders, … melden.