Wat zegt het gedrag van een baby van negen maanden over zijn of haar intelligentie als volwassene? Op het eerste gezicht niet zoveel, zou je denken. En dat is deels ook zo: veel cognitieve testen bij baby’s zijn nu eenmaal weinig betrouwbaar, beïnvloed door van alles wat niets met denken te maken heeft – van motorische vaardigheden tot vermoeidheid of motivatie. Maar in een indrukwekkende longitudinale studie in PNAS laten Gustavson en collega’s zien dat sommige vroege gedragingen toch verrassend voorspellend zijn voor latere cognitieve vermogens.
In deze studie volgden de onderzoekers meer dan duizend tweelingen van de babyfase tot hun dertigste. Op verschillende momenten – 7 en 9 maanden, 1 à 2 jaar, 3 jaar, 7 jaar, 16 jaar en rond 29 jaar – werden hun cognitieve vaardigheden gemeten. Daarnaast maakten ze gebruik van zowel klassieke tweelingenanalyses als moderne genetische voorspelscores op basis van DNA. Het resultaat? De algemene cognitieve vaardigheid (general cognitive abilities of GCA) van mensen blijkt al vanaf peuterleeftijd opvallend stabiel.
Vanaf de leeftijd van drie jaar verklaarden genetische factoren al een aanzienlijk deel van de verschillen in GCA op volwassen leeftijd. Tegen zeven jaar was zelfs bijna de helft van de volwassen cognitieve verschillen al genetisch “voorspeld”. Maar ook de gedeelde omgeving – denk aan thuiscontext, buurt en school – bleek van blijvende invloed. De omgeving waarin kinderen zich bevonden rond hun tweede levensjaar verklaarde zo’n 10% van hun cognitieve prestaties op hun 29ste.
Opmerkelijk is dat sommige gedragingen op babyleeftijd – zoals het gericht kijken naar nieuwe objecten (‘novelty preference’) en hoe taakgericht een baby zich gedraagt volgens de observator – zwak maar significant samenhangen met latere intelligentie. Deze verbanden zijn klein (correlaties van 0.16 tot 0.20), maar niet onbeduidend, zeker als je bedenkt dat ze bijna dertig jaar overbruggen. Andere vroege gedragingen, zoals vocalisaties of activiteitenniveau, voorspelden enkel de prestaties in de eerste levensjaren.
Toch was er ook een duidelijke grens. Genetische voorspelscores voor intelligentie en opleidingsniveau bleken al redelijk goed te werken vanaf de peuterleeftijd, maar niet op babyleeftijd. Ook het aantal schooljaren dat iemand uiteindelijk zou afmaken, werd nauwelijks voorspeld door baby-gedrag. Cognitie in het eerste levensjaar is dus nog geen vaste lijn naar schoolloopbanen, maar wel al een eerste schets.
Wat betekent dit alles? Twee dingen springen eruit. Ten eerste bevestigt deze studie hoe opvallend stabiel algemene cognitieve vaardigheden zijn, en hoe belangrijk zowel genetische aanleg als de vroege omgeving daarin zijn. Ten tweede toont ze dat wie wil inzetten op het versterken van cognitieve vaardigheden, best niet te lang wacht. De eerste levensjaren vormen geen voorbestemd pad, maar ze leggen wel al verrassend veel van de fundamenten waarop later gebouwd wordt.
Abstract van de longitudinale studie:
Measures of general cognitive ability (GCA) are highly stable from adolescence onward, particularly at the level of genetic influences. In contrast, measurement of GCA in early life (before 3 y old) is less reliable and less is known about the stability of GCA across this period, including its relation to adult GCA. Using data from the Colorado Longitudinal Twin study (N = 1,098), we examined the stability of GCA measures across 5 time-points (years 1 to 2, 3, 7, 16, and 29), including how an array of cognitive measures given at 7 and 9 mo relate to later GCA. We then examined the genetic and environmental stability of GCA across the first 30 y of life using complementary methods: twin analyses and polygenic scores (PGSs). Two infant cognition measures, object novelty and tester-rated task orientation, predicted GCA in adulthood (r = 0.16 and 0.18, respectively). Correlational analyses were consistent with a pattern of increasing stability across development for GCA measures between year 1 to 2 and adulthood (r = 0.39 to 0.85). Subsequent twin analyses revealed that 22% of variance in adulthood GCA was captured by genetic influences on GCA from year 3 or earlier, with an additional 10% explained by shared environmental influences on GCA at year 1 to 2. PGSs for adulthood GCA and educational attainment predicted GCA from 1 to 2 y onward (βs = 0.09 to 0.44) but not infant cognition. Findings suggest that genetic and environmental influences on GCA demonstrate considerable stability as early as age 3 y, but that measures of infant cognition are less predictive of later cognitive ability.