Soms klinkt een wetenschappelijke vraag bijna kinderlijk eenvoudig: kan je brein op of helemaal vol raken? Is er een moment waarop je geen herinneringen meer kan opslaan omdat het geheugen ‘vol’ zit? Ik stelde me gisteren zelf die vraag toen ik in de Wereld van Sofie een interview hoorde met Liam, een blinde jongen die bijna alles in zijn leven gewoon onthoudt. Een artikel op IFLScience stelde recent precies ook die vraag, en het antwoord is verrassend nuchter: ja, er is een grens, maar die is zó hoog dat ze in de praktijk nauwelijks relevant is. Je hoeft dus echt niet bang te zijn dat het leren van een nieuwe taal of het uit je hoofd leren van een nummerplaat uit je kindertijd ergens ‘ten koste’ gaat van andere herinneringen.
Dat zit zo: je brein telt ongeveer 86 miljard neuronen en nog veel meer synapsen – de verbindingen ertussen. Vroeger dachten we dat die synapsen de opslagplaatsen waren van alles wat we ons herinneren. Studies suggereren nu dat een synaps gemiddeld zo’n 4 tot 5 bits aan informatie kan vasthouden. Als je dat uitrekent, kom je uit op een geheugenvolume van enkele petabytes – vergelijkbaar met een heel datacentrum in je hoofd. En alsof dat nog niet indrukwekkend genoeg is, komen onderzoekers de laatste jaren steeds vaker uit bij astrocyten: stervormige hersencellen die geen informatie verwerken, maar misschien wel informatie opslaan of moduleren. Ze verbinden honderden synapsen met elkaar en worden nu verdacht van meer dan alleen ondersteunend werk. Je zou kunnen zeggen dat we nog lang niet alles weten over hoe ons geheugen echt werkt.
En toch is dat misschien niet de belangrijkste boodschap. Want zelfs al zou ons geheugen technisch oneindig zijn, dan nog zouden we niet beter functioneren. Sterker nog: als we álles zouden onthouden, zouden we verlamd raken door irrelevante details. Zoals NYU-onderzoeker Kukushkin het mooi samenvat in het artikel: we denken vaak dat geheugen een opslagplaats is, maar in werkelijkheid draait het om selectie (dat besprak ik al in enkele van mijn boeken). Weten wat je kan negeren is minstens zo belangrijk als onthouden wat ertoe doet. Je zou bijna zeggen dat vergeten geen fout is van het systeem, maar een noodzakelijke eigenschap (dit helemaal in Klaskit).
En dat werpt meteen een ander licht op vergeetachtigheid. Misschien is het geen teken van mentale achteruitgang, maar gewoon een slimme manier van je brein om ruimte te maken voor wat wél telt. Dus als je straks weer eens de naam van een kennis vergeet of je wachtwoord moet resetten: troost je met de gedachte dat je hersenen op dat moment gewoon prioriteiten stellen. En dat ze daarin misschien gelijk hebben.